Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof.dr. Dirk Strijker: ‘Vrees voor wildgroei aan megastallen na afschaffen melkquotum onterecht’

09 oktober 2013

De melkveestapel en de melkproductie zullen niet ineens explosief groeien als het melkquotum in 2015 wordt afgeschaft. De strenge mestwetgeving maakt dat onmogelijk. Dat voorspelt landbouweconoom Dirk Strijker van de Rijksuniversiteit Groningen. Waar de milieubeweging vreest voor een wildgroei aan megastallen en een drastische toename van de intensieve veehouderij, wijst Strijker op de hoge kosten die boeren hebben om overtollige mest kwijt te raken. ‘De melkproductie zal daardoor hooguit met twintig procent stijgen. De nieuwe stallen die de laatste jaren in het landschap verrijzen, zijn dan ook niet de voorbode van een melkvee-explosie, maar de laatste voorbereidingen van boeren op de nieuwe situatie.’

Dirk Strijker
Dirk Strijker

Een van de waarborgen tegen een te grote melkproductie was sinds jaar en dag het Europese melkquotum. Dat voorkwam prijsoorlogen en het ontstaan van een Europese melkplas. Maar sinds 2005 is duidelijk dat het quotum, dat feitelijk het aantal koeien bepaalde, wordt afgeschaft in 2015. Boeren zouden vanaf dat jaar dus onbeperkt melk kunnen produceren, en nog tegen een goede prijs ook, ware het niet dat boeren slechts een beperkte hoeveelheid mest kunnen uitrijden per hectare grond.

Mestquotum hard plafond

Het mestquotum is een hard plafond, legt Strijker uit. ‘Het Nederlandse mestquotum is vooral ingegeven door de enorme mestproductie bij de intensieve veehouderij in Brabant en Gelderland, maar uiteindelijk ingevoerd als een nationale regeling. Dat betekent dat ook in regio’s waar strikt genomen best wat mest bij kan, zoals het noorden, dezelfde strenge regels gelden. Boeren willen de landelijke werking van de regeling graag terugdraaien, maar dat zie ik er niet van komen. En hoewel er aardig verdiend wordt in de melkveehouderij, zijn de marges ook weer niet zo groot dat het voor boeren financieel voordelig is om overtollige mest te laten verwerken.’

Biovergisters

Een van de veronderstelde chique manieren om van overtollige mest af te komen, is de biovergister. Strijker verwacht niet dat die oplossing boeren soelaas biedt: ‘Er zijn plannen genoeg voor biovergisters, maar een groot deel daarvan komt niet door de vergunningenprocedure heen. En dat is maar goed ook. Er zijn omwonenden die bezwaar maken, er zijn natuurregels die de bouw verhinderen of bestemmingsplannen waar de vergisters niet aan kunnen voldoen. Vergisters zijn eigenlijk alleen rendabel als ze in de buurt van de boer staan. Je kunt geen batterij biovergisters ver buiten een landbouwgebied neerzetten, want de transportkosten zijn hoog. Daarom is transport van mest naar het buitenland ook nauwelijks aan de orde. ‘

Akkerbouw

‘Een andere manier om overtollige mest uit te rijden, is natuurlijk naar een naburig akkerbouwbedrijf. Maar ook die weg biedt slechts beperkte mogelijkheden. De controle op fraude bij transporten van boer naar boer is streng en het is economisch niet aantrekkelijk om speciaal voor dat doel een nabijgelegen akkerbouwbedrijf over te nemen. Dus de enige manier voor een boer om aan meer mestquotum te komen, is het overnemen van andere veehouders. Dat gebeurt ook wel. Je hebt boeren die ambitie hebben. Zij maken hun bedrijf klaar voor de nieuwe situatie, daarom zie je nu ook veel nieuwe en grotere stallen. Maar dat is een proces dat langzamerhand voltooid is.’

Verschuiving

Dat de melkproductie toch zal toenemen, heeft te maken met de verschuiving van varkens en pluimvee (inclusief mestquota) naar de melkveestapel, omdat daar meer brood in zit, zegt Strijker. ‘Maar daar zal het ook bij blijven. De staatssecretaris dreigt met een quotum voor het aantal dieren dat een boer mag hebben, als er niet voldoende plaatsingsruimte voor mest is. Ook in dat geval is er een limiet aan de uitbreiding van de melkveehouderij. Dus de gigastallen voor duizenden koeien waar voor gevreesd wordt, komen er niet of nauwelijks.’

Curriculum vitae

Dirk Strijker (1953) is bijzonder hoogleraar Plattelandsontwikkeling aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij studeerde economie in Groningen en promoveerde in 2000 aan de Universiteit van Amsterdam op een onderzoek naar de regionale verschillen in de Europese landbouw. Strijker is expert op het gebied van de plattelandsontwikkeling en het Europese landbouwbeleid. Sinds 2005 bekleedt hij de Mansholt-leerstoel voor Plattelandsontwikkeling. Deze bijzondere leerstoel is ingesteld bij de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen op verzoek van de Stichting voor Hoger Landbouwonderwijs.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10

Meer nieuws

  • 09 oktober 2018

    Wat de wereld écht moet weten over leiderschap

    ‘Weet jij hoe vaak organisaties een verkeerde leider selecteren?’, vraagt Janka Stoker. ‘Volgens recent onderzoek van Gallup gebeurt dat in maar liefst 82% van de gevallen! Deze leiders werden vaak gekozen omdat ze toevallig uitblonken in hun vorige,...

  • 02 oktober 2018

    Young Academy Groningen verwelkomt acht nieuwe leden

    De Young Academy Groningen (YAG) heeft acht nieuwe leden benoemd uit verschillende vakgebieden van deRijksuniversiteit Groningen.Dr. Laura Bringmann, dr. Jan Willem Bolderdijk, dr. Nanna Hilton, dr. Tina Kretschmer, dr.Jocelien Olivier, dr. Saskia Peels,...

  • 02 oktober 2018

    Peter van Kampen over de samenwerking met Duitse instellingen

    Op slechts 50 kilometer afstand ten oosten van Groningen bevindt zich de vierde grootste economie ter wereld. Hoewel de fysieke grens met Duitsland weinig meer voorstelt, zijn er mentale drempels waardoor de samenwerking van Nederlandse bedrijven met...