Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof.dr. Tom van Yperen: ‘Jeugdzorg loopt fikse risico’s op nieuwe versnippering’

05 juni 2013

Probleemgezinnen kunnen de dupe worden van de aanstaande organisatorische verandering in de jeugdzorg. Gemeenten krijgen vanaf 2015 meer verantwoordelijkheden toebedeeld voor deze zorg zonder dat er borging is dat die zorg overal de juiste prioriteit krijgt. Doordat niet alle gemeenten voldoende zicht hebben op de in de jeugdzorg opgebouwde expertise, kan dit er bovendien toe leiden dat de beste kennis en ervaring niet ter plaatse wordt benut. Dat stelt Tom van Yperen in zijn inaugurele rede als bijzonder hoogleraar Monitoring en innovatie zorg voor jeugd aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Tom van Yperen
Tom van Yperen

Van Yperen wil het duidelijk gezegd hebben: er is zeer bruikbare kennis aanwezig binnen de jeugdzorg en ook vindt er al jaren veel innovatie plaats. ‘Wat nu echter ontbreekt, op het moment dat de decentralisering van de jeugdzorg nadert, is een overkoepelend systeem waarmee gemeenten geleverde prestaties en een doelgerichte inzet van de beschikbare expertise en ervaring uit de afgelopen decennia kunnen monitoren. Het verder ontwikkelen van expertise om de jeugdzorg steeds effectiever te maken, kan er gemakkelijk bij in schieten als gemeenten straks verantwoordelijk zijn voor de zorg voor de jeugd.’

Decentralisering

De decentralisatie heeft als doel de zorg voor de jeugd efficiënter en effectiever te maken. De overheveling van taken en verantwoordelijkheden naar gemeenten met ingang van 2015 is een stap in een proces dat in feite al decennia bezig is. ‘Het gebruik van de jeugdzorg is door de tijd heen enorm gegroeid’, schetst Van Yperen. ‘Er worden nogal wat kinderen en jongeren doorgeschoven naar de gespecialiseerde jeugdzorg, die opgevangen hadden kunnen worden dooreen goed werkende, zogeheten eerstelijnszorg. Deze ontbreekt echter.’

Wijkteams en intensieve zorg

De voorbereiding van de decentralisatie is in volle gang. ‘Veel gemeenten werken nu aan de opbouw van wijkteams, een soort eerstelijn, waar jeugdigen en opvoeders met lichte problemen snel en doeltreffend worden geholpen. Dat is heel goed, maar daarmee ben je er nog niet. Er zal altijd intensievere zorg nodig blijven. Gemeenten zullen nu snel moeten aangeven wat voor intensieve zorg ze straks denken nodig te hebben en welke kwaliteitseisen ze daaraan stellen’, aldus de hoogleraar.

Risico’s

Dat laatste bergt een risico in zich, stelt Van Yperen. Zo is het de vraag of alle gemeenten wel beseffen wat er nu precies op hen afkomt. Het gevaar bestaat dat de verschillende onderdelen van de jeugdzorg – de eerste lijn én de gespecialiseerde zorg - niet overal dezelfde aandacht zullen krijgen. ‘Ik ben eerder gevraagd mee te denken over de ontwikkeling van wijkteams in twee steden. Er werd daar geworsteld met de aanpak van gezinnen die meervoudige problematiek hebben. Men ging er volstrekt aan voorbij dat de gespecialiseerde jeugdzorg daar inmiddels goede methoden voor heeft. Bij gezinnen met meervoudige problemen kunnen de gevolgen dramatisch zijn, als we het vermogen verliezen om de bestaande succesvolle werkwijzen toe te passen, wanneer dat nodig is.’

Vanaf 2015 is het aan de gemeenten om mee te doen aan het in stand houden en uitbreiden van collectief beschikbare kennis. ‘Maar zijn ze daartoe bereid? Gaan de gemeenten ieder voor zich weer het wiel opnieuw uitvinden of zoeken ze de aansluiting bij de state of the art en helpen ze die met een gezamenlijk kennisbeleid door te ontwikkelen? Als ze de weg inslaan van ‘ieder voor zich’ dan veroorzaken ze een nieuwe versnippering. Ik moet er niet aan denken.’

Meet- en verbeterbeweging

Monitoren van resultaten en inzetten van beschikbare kennis om de prestaties te verbeteren, kan straks gemakkelijk achterwege blijven, vreest Van Yperen. ‘Als we de collectief beschikbare kennis loslaten bij deze operatie dan zijn we verkeerd bezig. We moeten gaan doen wat we weten.’

Het is daarom zaak om gemeenten betrokken te houden bij wat Van Yperen een ‘meet- en verbeterbeweging’ noemt. ‘De huidige jeugdzorg voert een systematiek in die bij elke cliënt vastlegt wat de resultaten van de zorg zijn. Bestaande kennis is beschikbaar gemaakt in hulpverleningsmethoden en professionele richtlijnen. Door de resultaten voortdurend te meten en te verbeteren met behulp van die methoden en richtlijnen, maken we de jeugdzorg steeds effectiever. Als programmacoördinator Effectieve Jeugdzorg van het Nederlands Jeugdinstituut werk ik er hard aan om dit onderwerp op de agenda te houden, zowel landelijk als op gemeentelijk niveau.’

Lees de volledige inaugurele rede van Tom van Yperen

Curriculum Vitae

Prof.dr. Tom van Yperen is bijzonder hoogleraar Monitoring en innovatie zorg voor de jeugd aan de Rijksuniversiteit Groningen. Van Yperen is orthopedagoog en als expert verbonden aan het Nederlands Jeugdinstituut. Hij werd opgeleid tot leerkracht in het basisonderwijs om vervolgens onderzoeker/docent te worden aan de universiteiten van Leiden en Utrecht. In 1995 maakte hij de overstap naar het toenmalige Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn, waaruit het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) is voortgekomen. Van 2002 tot 2012 was hij vanwege het NJi eerder bijzonder hoogleraar effectieve jeugdzorg in Utrecht.

De leerstoel ‘Monitoring en innovatie zorg voor jeugd’ is door het Nederlands Jeugdinstituut ingesteld bij de Rijksuniversiteit Groningen binnen het domein van de Orthopedagogiek aan de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen. Het is een belangrijk doel van de leeropdracht om via onderzoek, onderwijs en samenwerking met het veld bij te dragen aan het realiseren van de benodigde meet- en verbeterbeweging.

Op 10 oktober 2013 spreekt Tom van Yperen in Groningen op het jubileumcongres "Samenwerken in de zorg, een kwestie van doen!" van hulpverleningsinstelling Molendrift.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws

  • 11 september 2018

    Van Klokhuis-vraag naar Veni-subsidie

    Als kind was Jorrig Vogels al gefascineerd door taal en vergeleek hij de verschillende woorden voor ingrediënten op verpakkingen. Een jaar terug sleepte de taalonderzoeker een Veni-beurs in de wacht. ‘Taal heeft iets telepathisch: het beeld dat ík in...

  • 07 september 2018

    Constructief overleg – gezamenlijke overeenkomst

    Na een intensief en constructief gesprek met de actievoerende studenten van studentenpartij DAG en ROOD (jongeren SP) is donderdagavond een gezamenlijke overeenkomst bereikt op vier punten, vooral gericht op de lange termijn.

  • 04 september 2018

    Weg met die systeemplafonds

    Als Zuidlarens jongetje vond hij al die oude gebouwen in de stad Groningen maar niks. De interesse in historische panden kwam pas later, tijdens zijn studie Bouwkunde. Als bouwkundige is René Bosscher nu verantwoordelijk voor de buitenkant van de gebouwen...