Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof.dr.ir. Christiaan Both: ‘Koud voorjaar verstoort aanpassing vogels’

17 april 2013

De kou hield dit jaar erg lang aan, waardoor de natuur laat op gang kwam. De afgelopen jaren verschoof het voorjaar juist steeds verder naar voren. Christiaan Both, hoogleraar dierecologie aan de Rijksuniversiteit Groningen over de gevolgen voor de natuur: ‘Het voorjaar valt nu op hetzelfde tijdstip als dertig jaar geleden. Dat draait de beginnende aanpassing van vogels als de bonte vliegenvanger jaren terug.’

Christiaan Both
Christiaan Both

‘De afgelopen 25 jaar is de gemiddelde temperatuur in de tweede helft van april en de eerste helft van mei met maar liefst 3,5 graden gestegen. Dat heeft flinke gevolgen gehad voor de natuur. Wanneer de bomen uitlopen, is er een piek in het aantal rupsen. Daar maken vogels zoals de bonte vliegenvanger of de koolmees gebruik van. Hun jongen komen rond deze piek uit het ei, zodat er genoeg voedsel voor ze is.’

Klimaatverandering

‘Waarnemingen van biologen laten zien dat de rupsenpiek tegenwoordig drie weken vroeger valt dan in 1985. Maar vliegenvangers en mezen hebben zich niet volledig aangepast: hun jongen komen tien dagen eerder uit het ei dan in 1985. Warmbloedige dieren hebben meer moeite zich aan te passen aan een veranderend klimaat dan insecten.’

Evolutionaire aanpassing

‘Vliegenvangers overwinteren in West-Afrika. Ze doen er zo’n drie weken over om de vijfduizend kilometer hierheen te overbruggen. Vanuit Afrika kunnen ze onmogelijk voorspellen wat het weer in Europa is, alleen als de omstandigheden onderweg erg slecht zijn onderbreken ze hun trek.’

‘Tegenwoordig lijken de vliegenvangers eerder in Nederland aan te komen, wat mogelijk een evolutionaire aanpassing is. Door precies te meten wanneer individueel geringde vliegenvangers arriveren, weten we dat er vroege en minder vroege vogels zijn én dat dat verschil overerft van ouders op jongen. Door de verschuiving van de rupsenpiek is voor de vroege vogels tegenwoordig meer voedsel beschikbaar, zodat ze meer jongen kunnen grootbrengen. Het aandeel van vroege vogels is daardoor toegenomen.’

Gevolgen vertraagde lente

‘Dit jaar is alles in de natuur vertraagd. Dat is juist in het voordeel van de vliegenvangers die wat minder vroeg arriveren. De kans is groot dat deze late vogels dit jaar meer jongen krijgen dan de vroege vogels. De vroege vogels hebben het juist moeilijk: zij begonnen vroeg te trekken, maar zijn onderweg slecht weer tegengekomen en onderbraken hun tocht. Met de weersomslag van de afgelopen dagen zijn deze vogels dan toch massaal in Nederland aangekomen, waarschijnlijk hebben ze ergens in Zuid-Europa op het juiste moment zitten wachten. Ons onderzoek met ultra-lichte dataloggertjes (waarmee is af te lezen waar de vogels het afgelopen jaar zijn geweest) zal dat waarschijnlijk aantonen. Mogelijk is de sterfte onder deze vroege trekkers in zo’n koud voorjaar groter. De komende weken zullen we zien of de door ons geringde vroege trekkers dit jaar minder vaak terugkeren dan de late trekkers. Alles bij elkaar kan dit koude voorjaar de evolutionaire aanpassing van de soort vertragen. Dat is de paradox van deze situatie: het voorjaar valt nu op hetzelfde tijdstip als dertig jaar geleden, maar dat is juist slecht voor de soort: het draait de beginnende aanpassing weer jaren terug.’

Wetenschappelijk interessant

‘Voor biologen is klimaatverandering bijzonder interessant, omdat we hierdoor goed kunnen bestuderen hoe het proces van aanpassing werkt. En hoe moeilijk de soorten die zich moeten aanpassen het kunnen hebben. De opwarming heeft een verschillend effect op verschillende onderdelen van het hele voedselweb. De rupsen passen zich sneller aan dan de vogels, die daardoor minder rupsen zullen eten. Dat lijkt goed voor de rups, maar kan slecht uitpakken voor de bomen. Wanneer rupsen de eiken kaalvreten, zullen de bomen dat jaar geen eikels meer produceren, wat slecht is voor bijvoorbeeld bosmuizen en wilde zwijnen.’

Ontwricht voedselweb?

‘De verschillen tussen soorten in snelheid van aanpassing kan een voedselweb ontwrichten, maar daar weten we nog vrijwel niets over. In mijn onderzoek wil ik deze effecten van klimaatsverandering voor een groot deel van het voedselweb in kaart te brengen, door observaties en experimenten in de bossen.’

Curriculum Vitae

Christiaan Both (1969) is hoogleraar dierecologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij onderzoekt hoe dieren zich aanpassen aan veranderingen in hun omgeving. Een belangrijk deel van zijn werk richt zich op klimaatsverandering en trekvogels. Hij doet vooral veldonderzoek aan bonte vliegenvangers in Drenthe en Afrika.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10

Meer nieuws

  • 12 november 2018

    Symposium 'Gaswinning, aardbevingen en wat nu?' op 15 november a.s.

    Het Groninger Universiteitsfonds (GUF) bestaat dit jaar 125 jaar. Tijdens een speciaal symposium met de titel ‘Gaswinning, aardbevingen en wat nu?’ op donderdag 15 november 2018, wordt daarom de 'Ubbo Emmiuspenning voor bijzondere maatschappelijke verdiensten'...

  • 06 november 2018

    Groningen blijft in trek bij Nederlandse en internationale studenten

    De Rijksuniversiteit Groningen telt per 1 november 2018 31.115 studenten met een ‘actieve eerste inschrijving’ voor een bachelor of masteropleiding. Dit is een stijging van 4,6% ten opzichte van 2017.Het totale aantal studenten dat ingeschreven is aan...

  • 16 oktober 2018

    Digital Society Conferentie Nederlandse universiteiten

    De digitale informatietechnologie dringt steeds dieper door in onze samenleving. Daarom organiseren de veertien Nederlandse universiteiten, verenigd in de VSNU, op dinsdag 27 november de internationale Digital Society Conference in de Rijtuigenloods...