Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof.dr. Gijsbert Vonk: ‘Overgangsregeling moet AOW-gat vroeggepensioneerden dichten’

23 januari 2013

Er moet een oplossing worden gevonden voor de groep vroeggepensioneerden die financieel gedupeerd wordt door een gat in zijn AOW-uitkering. Dat zegt Gijsbert Vonk, hoogleraar sociale zekerheidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij vindt het terecht dat vakcentrale FNV zich sterk maakt voor een overbruggingsregeling voor deze groep gedupeerden. Een goede overgangsregeling kan de pijn volgens Vonk voldoende verzachten.

De pensioenleeftijd is per 1 januari van dit jaar door het kabinet Rutte I met een maand verhoogd tot 65 jaar en 1 maand. Werknemers die met vroegpensioen zijn gegaan, krijgen daardoor pas een maand later hun AOW-uitkering. Volgend jaar komt er weer een maand bij, totdat de AOW-leeftijd in 2023 uiteindelijk 67 jaar is. Mensen die voor hun 65ste zijn gestopt met werken zullen daardoor de eerstkomende jaren met een financieel gat worden geconfronteerd. De kabinetsmaatregel zal volgens vakcentrale FNV dit jaar rond de tienduizend mensen treffen. Het kabinet vindt dat zij die extra maand zonder AOW zelf wel kunnen betalen. Al wordt in het jongste regeringsakkoord van het kabinet Rutte II een overgangsregeling voor laagbetaalden in het vooruitzicht gesteld, vier FNV-bonden zijn woedend over wat zij zien als ‘diefstal’ van opgebouwde rechten. De bonden willen daarom via de rechter afdwingen dat het AOW-gat wordt gerepareerd.

Geen keus

Hoogleraar Vonk vindt het terecht dat de bonden een overbrugging eisen. ‘Veel van degenen die nu worden getroffen moesten voor hun 65ste stoppen met werken op grond van hun functioneel leeftijdsontslag. Dat zijn vooral mensen die zware beroepen uitoefenden. Ze hadden geen keus, maar worden nu wel geconfronteerd met nadelige gevolgen van de kabinetsmaatregel.’ Volgens Vonk is de verhoging van de AOW-leeftijd voor hen extra zuur, omdat bijverdiensten worden gekort op hun VUT-uitkering en ze dus niet eens een baantje kunnen nemen. Om die reden hebben bijvoorbeeld al honderden brandweerlieden gevraagd terug in dienst te mogen komen om zo hun maand te overbruggen, zo stellen de vakbonden.

Duitsland: optimale mix

Vonk zegt dat het kabinet beter het voorbeeld van Duitsland had kunnen volgen. Daar is al jaren geleden door de regering-Schröder besloten de pensioenleeftijd te verhogen. Die maatregel, waarbij de pensioenleeftijd eveneens jaarlijks met een maand omhoog gaat, is na een vertraging van vijf jaar onlangs ingegaan. ‘Iedereen had dus ruimschoots tijd zich voor te bereiden’, stelt Vonk. ‘Daarmee benadert de manier waarop ze het in Duitsland hebben gedaan de optimale mix van uitgestelde werking en geleidelijkheid.’ In Nederland is de verhoging echter pas in september afgekondigd. ‘Het zou netter zijn geweest wanneer met de getroffen groep meer rekening was gehouden,’ meent Vonk.

Overbruggingsregeling

Overigens is in de AOW-verhoging van Rutte I al een soort overgangsregeling getroffen. Gepensioneerden kunnen een voorschot aanvragen bij de Sociale Verzekeringsbank. In een half jaar tijd moet dat bedrag dan worden terugbetaald. ‘Het is een goed idee deze regeling te behouden als het kabinet straks weer met plannen voor een nieuwe overgangsregeling komt’, vindt Vonk.

Rechtszaak

Hoewel hij de boosheid van de bonden begrijpt, verwacht Vonk niettemin dat de rechter hun geen gelijk geeft. ‘De AOW is weliswaar een beschermd eigendomsrecht volgens het Europees mensenrechtenverdrag, maar de Staat mag onteigenen wanneer geen uitzonderlijke last op de schouders van een bepaalde groep wordt gelegd. Dat vind ik hier niet het geval. De last voor de vroeggepensioneerden is mild. Het klopt dat ze maar kort tijd hadden zich financieel te wapenen, maar ze hoeven slechts een maand te overbruggen.’ Bovendien, onderstreept Vonk, zullen volgens het jongste regeerakkoord van Rutte II de laagstbetaalden reeds gespaard worden; volgens dit akkoord krijgen vutters die onder 150 procent van het minimumloon uitkomen direct op hun 65ste AOW.

Evenredig verdeeld

‘Laten we het ook even in perspectief plaatsen’, nuanceert Vonk. ‘In veel andere Europese landen is de aantasting van de pensioenen veel ingrijpender. Soms zijn pensioenen met vijftien procent verlaagd en vroegpensioenregelingen zijn er al helemaal afgeschaft.’ Verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd was ook in Nederland onafwendbaar, maar de pijn is stukken minder, betoogt Vonk. ‘Belangrijk is dat de lasten evenredig worden verdeeld. Dat is in ons land in redelijke mate het geval. Jong, oud en ook de vroeggepensioneerden die te maken hebben met het AOW-gat, betalen allemaal mee. Niemand vindt het leuk wanneer geld wordt afgenomen. Maar de AOW-gelden zijn niet van u of mij, ze zijn van ons allemaal. En iemand zal de lasten moeten dragen.’

Curriculum vitae

Gijsbert Vonk (Sittard, 1960) studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in 1991 aan de Katholieke Universiteit Brabant op het proefschrift De coördinatie van bestaansminimumuitkeringen in de Europese Gemeenschap. Van 1993 tot 2007 werkte hij bij de Sociale Verzekeringsbank als hoofd juridische zaken, de organisatie die verantwoordelijk is voor de vaststelling en uitbetaling van de AOW. Vonk is hoogleraar sociale zekerheidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Laatst gewijzigd:28 november 2017 16:50
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws