Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Dr. Sjaak Swart: ‘Genetische modificatie moet weer op de agenda komen’

03 oktober 2012

Het debat over genetische modificatie lijkt nagenoeg verstomd. Dat is jammer, vindt dr. Sjaak Swart, die aan de Rijksuniversiteit Groningen onderzoek doet naar de interacties tussen wetenschap en samenleving, zoals bij de introductie van genetisch gemodificeerde gewassen. ‘We mogen onze ogen niet sluiten voor de risico’s van genetische modificatie (GM). Maar we kunnen het ons evenmin veroorloven de mogelijkheden niet te onderzoeken of te overwegen.’

Sjaak Swart
Sjaak Swart

‘In de Europese benadering van genetische modificatie staat veiligheid voorop. Genetisch gemodificeerde gewassen zijn toegestaan, mits ze voldoende veilig zijn bevonden. Er is bijvoorbeeld een wetenschappelijke Europese autoriteit, de EFSA, die waakt over die veiligheid. Maar adviezen van de EFSA over de toelating GM-gewassen worden door de Europese politiek vaak overruled. Genetische modificatie van landbouwgewassen lijkt nauwelijks nog een rol te spelen in Europa.’

Culturele gevoeligheden

‘Europa heeft feitelijk gekozen geen genetisch gemodificeerd voedsel te gebruiken. De consument heeft er geen trek is en de politiek wil zich er niet aan branden. De weerstand tegen genetische modificatie heeft volgens mij vooral te maken met het feit dat het over voedsel gaat. Wie aan voedsel komt, komt aan iets wat heel dichtbij mensen staat. Mensen willen zelf bepalen wat ze eten, ze willen niet dat (bio)technologen zich daarmee bemoeien. Dat is een heel gevoelig cultureel punt. Tegelijk zie je dat de afwijzing in Europa niet totaal is. We wijzen de teelt van gemodificeerde gewassen in Europa af, maar we voeren ons vee wel genetisch gemodificeerde maïs uit Amerika. Dat is vreemd natuurlijk.’

Streng oordeel

‘Met het Europese biotechnologiebeleid maken we het ons bijna onmogelijk om gebruik te maken van de innovatieve mogelijkheden die biotechnologie biedt. We kunnen ons dat veroorloven, omdat we ook zonder genetisch gemodificeerde gewassen ruim voldoende voedsel van hoge kwaliteit kunnen oogsten of aankopen. Maar in Afrika ligt dat anders, de groei van de landbouwopbrengst houdt daar de groei van de bevolking niet bij. Afrikaanse landen zoeken naar mogelijkheden om de oogst te vergroten, om gewassen te ontwikkelen die beter tegen droogte en verzilting kunnen en die meer ziekteresistentie zijn. Natuurlijk, ook een betere infrastructuur en verdere professionalisering van de landbouw zijn noodzakelijk. Maar in Afrika vraagt men zich veel sterker af of het wel verantwoord is om af te zien van genetische modificatie.’

Groningen ondersteunt Afrika

‘Sluiten ze in Afrika hun ogen voor de risico’s van genetische modificatie? Nee, natuurlijk niet. Ook Afrikaanse beleidsmakers begrijpen de mogelijke risico’s van genetische modificatie voor de natuur en de voedselveiligheid – en voor de export. Men wil zich geen Europese handelsboycot op de hals halen door ongecontroleerd nieuwe gewassen te introduceren. De Afrikaanse Unie zoekt daarom via haar dochterorganisaties samenwerking met Amerikaanse en Europese partners, die kunnen helpen genetische modificatie te reguleren. Men wil daarbij uitgaan van de positie van de kleine boer en leren van ervaringen elders. Vanuit de VS levert de Michigan State University (MSU) input; de Rijksuniversiteit Groningen is de Europese partner in dit samenwerkingsverband.’

Haarlemmerolie?

‘Genetische modificatie is geen haarlemmerolie, geen truc die alle voedselschaarste de wereld uit zal helpen, of dé methode om landbouw te verduurzamen. Maar het kan daaraan misschien wel een bijdrage leveren. We mogen onze ogen niet sluiten voor de risico’s van genetische modificatie en we moeten ook oog hebben voor waardeoriëntaties en de sociaaleconomische gevolgen van genetische modificatie. Maar we kunnen het ons ook niet veroorloven de mogelijkheden van biotechnologie voor een duurzame voedselproductie in een globaliserende wereld met een immer toenemende bevolkingsdruk niet te onderzoeken of te overwegen.’

Curriculum vitae

Dr. Sjaak Swart (1951) is universitair hoofddocent Wetenschap en Samenleving aan de Science & Society Group van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij doet onderzoek naar onder meer duurzaam natuurbeheer en biotechnologie. Hij is lid van COGEM en CBD, commissies die de Nederlandse overheid adviseren op het gebied van genetische modificatie. Vanuit de RUG is hij betrokken bij een samenwerkingsverband met de African Biosafety Network of Expertise (ABNE) en de Michigan State University, bedoeld om Afrikaanse landen te ondersteunen genetische modificatie te reguleren. Deze zomer vond aan de RUG in dit kader een Summer Academy plaats voor Afrikaanse beleidsfunctionarissen werkzaam in de regulering van biotechnologie over de Europese percepties op biotechnologie.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws