Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Dr. Vivienne Matthies-Boon: ‘Na Arabische lente moeten we ophef over anti-islamfilm relativeren’

Midden-Oosten expert waarschuwt voor nodeloze polarisatie
26 september 2012

De ophef over de omstreden film “Innocence of Muslims” krijgt veel te veel aandacht in de internationale media. Daardoor wordt de klok onnodig teruggedraaid naar de periode van polarisatie tussen de islam en het westen, meteen na “9/11”, en dat is precies het doel van de makers van de film. Dat zegt dr. Vivienne Matthies-Boon, universitair docent aan de afdeling Internationale Betrekkingen en International Organisatie van de Rijksuniversiteit Groningen, en onderzoeker aan het nieuwe Centrum voor Religie, Conflict en het Publieke Domein.

Vivienne Matthies-Boon
Vivienne Matthies-Boon

‘Het gevaar is dat, door deze polarisatie, de eisen voor sociaal-economische rechten en politiek vrijheden tijdens de Arabische lente in het Midden Oosten overschaduwd worden’, stelt Matthies. ‘Bovendien speelt deze polarisering de relatief kleine groep radicale islamisten en andere extremistische groepen in de hand, aangezien die hierdoor groter en belangrijker lijken dan ze werkelijk zijn. Dit bevordert het prille democratische proces in deze landen niet.’

Aandacht voor tegenkrachten

Matthies bepleit daarom een genuanceerdere berichtgeving met bijvoorbeeld ook aandacht voor de tegenkrachten in de islamitische wereld, die het geweld naar aanleiding van de film verwerpen. ‘Dat wordt er in kranten wel bij gezegd, dat het verzet niet breed gedragen wordt, maar dan nog vind ik dat de onlusten teveel aandacht krijgen,’ zegt Matthies.

‘Als je naar de felle reacties op de film kijkt, en de reacties daar weer op, dan zou je bijna vergeten dat de overgrote meerderheid het daar helemaal niet mee eens is. Ik weet van mijn eigen contacten in de Arabische wereld, zowel op universiteiten als ‘in de straat’, dat de burgers wel andere zaken aan hun hoofd hebben. Neem Egypte als voorbeeld: daar zijn mensen veelal bezig met andere problemen, zoals een staking in het openbaar vervoer, torenhoge prijzen voor brood, een falende gezondheidszorg, zeer ernstige problemen in het onderwijs en de nieuwe constitutie. Dat nieuws is daar ontzettend belangrijk, maar wordt hier over het hoofd gezien.’ Matthies wil daarmee het geweld (met onder meer de moord op de Amerikaanse ambassadeur in Libië) niet bagatelliseren, maar wel duidelijk maken dat hier niet ‘de islam’ aan het woord is, maar kleine groepen extremisten.

Luisteren

‘De acties van deze groepen worden ook weerlegd binnen de landen zelf, waar mensen kritisch zijn ten opzichte van het geweld. Denk hier bijvoorbeeld aan de speech van de Tunesische president Marzouki, die zijn spijt betuigt ten opzichte van het Amerikaanse volk. Verder moeten we ons ook realiseren dat politieke overtuigingen, zoals de afkeer van het westerse kolonialisme, maar ook andere linkse of nationalistische opvattingen, vaak in religieuze termen geuit wordt in deze landen. Het is misschien de taak van de gematigden om beter uit te leggen wat ze er precies mee bedoelen, maar westerse mensen moet dan wel bereid zijn om ook naar deze mensen te luisteren.’

Vicieuze cirkel

Matthies maakt zich zorgen dat de tegenstellingen tussen het Westen en de Arabische wereld door deze film doelbewust worden verscherpt, en dat die scherpere tegenstellingen een vicieuze cirkel van geweld kunnen creëren. De makers van deze film - Nakoula, Klein en Sadek - komen volgens haar uit dezelfde wereld van fanatieke Christenen in de Verenigde Staten als de beruchte dominee Terry Jones, en uit dezelfde (internet)hoek als (islam)haters zoals Anders Breivik.

‘Ze willen nu naar buiten treden, omdat zij bang zijn dat door de Arabische lente ‘fundamentalisten’ aan de macht zijn gekomen die de wereldverovering nastreven. Bovendien is ook de politieke invloed van evangelische christenen binnen de VS erg gegroeid. Het zijn stemmen die politiek belangrijker zijn geworden, en die er belang bij hebben om zich met dat discours te profileren, zeker nu de Amerikaanse verkiezingen eraan komen. Dat is een groot probleem, want het discours wordt ook door de gemiddelde media overgenomen en zet zo de toon van het debat. Het is bijna alsof we weer terug zijn in de periode direct na 11 september 2001.’

Onderscheid nodig

Dat betekent, stelt Matthies, dat wij voorzichtiger en genuanceerder moeten worden in de labels die worden gebruikt. ‘Het is bijvoorbeeld belangrijk onderscheid te maken tussen de Salafisten/Wahabisten, en gematigden zoals de Moslim Broederschap, die vaak ten onrechte wordt afgeschilderd als zeer fundamentalistisch. Hoewel de Moslim Broederschap zeker conservatief is, is zij qua politiek veel pragmatischer - en dus niet fundamentalistisch - ingesteld.’ Nu de Arabische Lente heeft laten zien wat de gevolgen zijn van het onderdrukken van de islam in bijvoorbeeld Egypte, ligt polarisatie niet voor de hand, stelt Matthies. ‘We moeten een goede verstandhouding houden met alle sociale groepen in die landen. We moeten bezig zijn met rechten voor kinderen of onderdak voor alle burgers, en dit conflict niet groter te maken dan het is.’

Curriculum Vitae

Dr. Vivienne Matthies-Boon (Dordrecht, 1978) werkt sinds 2010 als universitair docent aan de afdeling Internationale Betrekkingen van de Rijksuniversiteit Groningen. Eerder woonde zij veertien jaar in het Verenigd Koninkrijk, waar zij werkzaam was als universitair docent in de sociologie. Sinds kort is Matthies fellow bij het nieuwe Centrum in Religie, Conflict en Publieke Domein aan de RUG. Ze houdt zich bezig met Kritische Theorie, Politieke Theorie van het Midden Oosten en Egyptische politiek.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws