Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Hoe redelijk is de argumentatie van Geert Wilders ?

De minister is knettergek: Over de argumentatieve redelijkheid van Wilders’ woordkeuze in het parlementair debat (afstudeerscriptie Ruth Giesen)
12 juni 2012

Ruth Giesen (Heerlen, ’82) onderzocht voor haar masterscriptie wijsbegeerte de argumentatieve redelijkheid van Wilders’ woordkeuze in het parlementair debat aan de hand van twee argumentatietheorieën: de pragma-dialectische theorie van Van Eemeren en Grootendorst en de retorische theorie van Tindale. Ze analyseerde twee voorbeelden van uitspraken van Wilders, nl. het voorval waarbij hij minister Vogelaar knettergek noemde en het tot islamitisch stemvee betitelen van moslims die op de PvdA stemmen.

Zwart maken en klem zetten: dialectische onredelijkheid

De pragma-dialectische theorie omschrijft een set van tien gedragsregels waaraan discussiepartners zich dienen te houden. De vrijheidsregel verbiedt het om de discussiepartner te beletten standpunten of argumenten naar voren te brengen. Wilders belet dit door anderen zwart te maken (argumentum ad hominem), want daarmee wordt de ander ongeloofwaardig.

Wilders overtreedt daarnaast de verdedigingsplichtregel van Van Eemeren en Grootendorst (die voor zich spreekt). Doordat hij weigert redenen te geven voor standpunten, kunnen discussiepartners geen aanknopingspunten voor tegenargumenten aandragen: een niet-bestaande verdediging kan immers ook niet onderuit gehaald worden. Zo zet Wilders de discussie klem.

Onderbuikgevoelens: retorische onredelijkheid

Wilders spreekt zijn publiek naar de mond: hij speelt in op onderbuikgevoelens. Tindale veroordeelt het om te overtuigen met uitgangspunten die controversieel zijn en waarvan je weet dat dit specifieke publiek (je doelgroep) ze als waar beschouwt. Volgens de retorische theorie begaat Wilders in de onderzochte voorbeelden een ad populum-drogreden*. Hij gaat namelijk voorbij aan de mogelijke onredelijkheid van de vooroordelen van zijn publiek.

Beledigen

Geen van beide theorieën merkt het beledigende karakter van de uitspraken op zich als argumentatief onredelijk aan (beledigen is dus toegestaan). In de Tweede Kamer, waar overigens een verbod op beledigen geldt, moet je als volksvertegenwoordiger alles kunnen zeggen – dus kan Wilders’ boodschap niet verboden worden – maar is iedere vorm van argumentatie er toegestaan? Volgens deze twee theorieën heeft hij op basis van twee voorbeelden al drie keer geel, en mag hij de volgende wedstrijd dus niet meer meespelen.

Kuitenbrouwer

Ruth Giesen is geïntrigeerd door de bijzondere retoricus Geert Wilders, wiens woordkeuze zoveel weerstand oproept in de Kamer en zoveel ophef veroorzaakt in de wereld eromheen.

Toen zij het boekje De woorden van Wilders en hoe ze werken (Jan Kuitenbrouwer, 2010) las, dat niet gaat over wat Wilders zegt, maar hoe, wist ze waar haar scriptie over zou gaan. Giesen behaalde haar propedeuse in de natuurkunde en studeerde op 5 juni jl. af aan onze faculteit.


*)

we hebben het hier over een mob-appeal variant van de ad populum - zie Walton’s Appeal to popular opinion, 1999)

Laatst gewijzigd:04 juli 2014 21:32

Meer nieuws