Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof.dr. Johan Woltjer: ‘Gebrek aan zoet water serieuze bedreiging Nederlandse economie’

11 april 2012

Naast de strijd tegen het zoute zeewater moet Nederland zich opmaken voor de strijd vóór het zoete water. Als we niet flink investeren, zal er voor de industrie te weinig zoet water beschikbaar zijn. De bloembollenteelt en de fruitteelt krijgen het dan moeilijker, net als bierbrouwers, metaalverwerkers en andere bedrijven die veel water gebruiken. Dat stelt prof.dr. Johan Woltjer, hoogleraar planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Lange tijd hebben we niet hoeven nadenken over zoet water: het was er gewoon. Die vanzelfsprekendheid is voorbij.’

Johan Woltjer
Johan Woltjer

Zo langzamerhand beginnen de gevolgen van de klimaatverandering merkbaar te worden in onze zoetwatervoorziening. Door de stijgende zeespiegel en langer aanhoudende droogtes, dringt het zilte zeewater verder door in de bodem. Niet alleen aan de kust begint het grondwater zouter te worden, maar ook verder landinwaarts. Als er niets gebeurt, verandert het aanzien van ons land: watergevoelige natuur verdwijnt, belangrijke gewassen kunnen niet meer worden geteeld en hele bedrijfstakken moeten hun activiteiten wijzigen of verplaatsen.

Alarmerende situatie

‘De situatie is op termijn vrij alarmerend,’ aldus planoloog Johan Woltjer. ‘Lange tijd hebben we niet hoeven nadenken over zoet water: het was er gewoon. Die vanzelfsprekendheid is voorbij. We moeten nu investeren om ons aan te passen aan een verminderde beschikbaarheid van zoet water en we moeten veel zuiniger met water leren omgaan.’ Toch nuanceert de hoogleraar zijn waarschuwing ook. ‘De problemen zijn serieus, maar internationaal gezien staat Nederland er nog heel aardig voor. In Midden- en Oost-Europa is de verdroging nog veel ernstiger. Als we nu de juiste investeringen doen en de waterzekerheid weten te garanderen, is dat gunstig voor de internationale concurrentiepositie van Nederland.’

Zout drinkwater?

Voor de drinkwatervoorziening pompen veel Nederlandse waterbedrijven voornamelijk grondwater op: het is zo zuiver, dat het nauwelijks gefilterd hoeft te worden. Maar het grondwaterpeil daalt en sommige waterbedrijven stuiten nu al op zilt water. Zij moeten op zoek naar nieuwe vestigingslocaties. Woltjer: ‘Om voldoende drinkwater te blijven leveren, moeten de waterbedrijven meer oppervlaktewater gaan filteren en werken aan leidingennetwerken, waarmee ze onderling water kunnen uitwisselen. Dat vergt investeringen, maar waterbedrijven zijn daarmee nog afwachtend. Té afwachtend, naar mijn smaak. Want dit is echt geen probleem dat over tien jaar pas gaat spelen.’

Nederland zonder tulpenbollen?

Ook in de landbouw zal het nodige veranderen, aldus Woltjer. ‘Er wordt al gewerkt aan alternatieven. Aan gewassen die met minder, of met zilter water tóch goed groeien bijvoorbeeld. Maar er moeten ook bassins voor zoet water worden aangelegd, om in droge periodes de zwaarste klappen op te vangen.’ De hoogleraar voorziet dat kleinere bedrijven zullen proberen te verhuizen wanneer de waterzekerheid in het geding komt. Andere zullen moeten overschakelen op andere activiteiten – waarmee een typisch Nederlandse sector in gevaar komt. Woltjer: ‘De bollenteelt in de kustzone, die nu al met verzilting van het grondwater kampt, laat zich niet zo gemakkelijk naar, zeg, Twente verplaatsen. Waar men overigens ook met meer droogte rekening moet houden. Natuurlijk, we zouden de zoetwatervoorziening ook aan de kust op peil houden. Maar de kosten die dat met zich meebrengt, zeker in laaggelegen polders, zijn nauwelijks nog terug te verdienen.’

Geen bronwater in het toilet

Ook bedrijven en consumenten zullen moeten inspelen op problemen, aldus Woltjer. ‘Bedrijven zullen zuiniger moeten omspringen met water, en moeten water van lagere kwaliteit gebruiken. Als bedrijven clusteren en een eigen leidingsysteem aanleggen, kunnen ze elkaars water filteren en hergebruiken. In de industrie is heus niet altijd bronwaterkwaliteit nodig. Net zomin als consumenten hun toilet met bronwater moeten doortrekken. In de duurzame huizenbouw is daar al aandacht voor. We moeten allemaal anders over water gaan nadenken, en beseffen dat we straks eerder te weinig dan te veel zoet water hebben.’

Curriculum vitae

Johan Woltjer (1968) is hoogleraar planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij doet onderzoek naar onder meer vernieuwing van bestuur ten aanzien van regionale planning en de rol van duurzame ontwikkeling in ruimtelijk beleid. Hij studeerde en promoveerde in Groningen en werkte onder meer bij TNO en aan de universiteiten van Twente (1999-2002) en Amsterdam (2002-2006). Samen met zijn collega’s Piet Pellenbarg en Jannes Willems verricht hij momenteel onderzoek naar het zoetwatergebruik in Nederland. In 2011 werd hem de SPIN-prijs van de KNAW toegekend.

Reacties

Jan Willem Kooiman, Klaasjan Raat, Koen Zuurbier (12 april 2012), KWR Watercycle Research Institute: Goed omgaan met brak grondwater is Nederlandse specialiteit

Het opiniestuk van Johan Woltjer snijdt een cruciaal thema aan. Nederland heeft altijd tegen het zoute en brakke grondwater gevochten, dat klopt. Maar die houding is in het laatste decennium binnen de waterleidingbedrijfstak gewijzigd. De vraag is nu: hoe kunnen we er op een goede manier mee omgaan? En hoe kunnen we slim omgaan met het zoete en brakke grondwater? De kennis over de ondergrond, het grondwater (zoet zowel als brak), de grondwaterstroming en de behandeling van brak grondwater integreert tot geheel nieuwe en perspectiefrijke inzichten.

Zo onderzoeken de waterbedrijven samen met KWR Watercycle Research Institute in de praktijk de mogelijkheden om op diepte het brakke grondwater te winnen voor de drinkwatervoorziening. Dit dient twee doelen: enerzijds worden de zoete winningen gered van verzilting door óók het toestromende brakke grondwater te winnen (de “freshkeeper”), anderzijds vormt het schone, diepe en brakke grondwater een alternatief voor gebruik van ondiep, zoet maar vaak antropogeen verontreinigde grondwater als bron voor drinkwater. Daarnaast zijn waterbedrijven, met name langs de kust van de Noordzee, al vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw bezig om zoet grondwater op te slaan in de zogeheten infiltratiegebieden in de duinen. Sinds eind van vorige eeuw wordt ook op grotere diepte zoet water opgeslagen volgens het ASR-concept (Aquifer Storage and Recovery).

De drinkwatersector werkt dus actief aan een toekomstgerichte watervoorziening en de ontwikkelde technieken en concepten vinden als vanzelf hun toepassing in andere sectoren, zoals de land- en tuinbouw en de industrie. Samen metlandbouwbedrijven in verziltende regio’s wordt het concept van de “freshmaker” ontwikkeld: door het gericht weghalen van brak grondwater uit de bodem wordt ruimte gemaakt om zoet water in de bodem op te slaan en in droge periodes te gebruiken. Dat laatste is mogelijk omdat over een jaar gezien er voldoende zoet (grond)water aanwezig is, maar dat er tevens sprake is van een mismatch tussen vraag en aanbod in ruimte en tijd. In het Westland werken we aan concepten om hemelwater niet meer bovengronds in regenbassins op te slaan, maar ondergronds te bergen voor later gebruik.Initiatieven als deze leiden tot een regionale zelfvoorzienendheid voor zoet water inlaag-Nederland, en levert tevens een goed exportproduct op, wat goed is voor de Nederlandsekenniseconomie.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10
printView this page in: English

Meer nieuws