Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof.dr. Jouke van Dijk: ‘Randstad-denken van kabinet veronachtzaamt potentie van de regio’s’

21 maart 2012

De Randstad heeft afgedaan als motor van de nationale economie en werkgelegenheid. Groei in arbeidsplaatsen wordt vooral gegenereerd in dynamische regio’s buiten de metropolen. Volgens Jouke van Dijk, hoogleraar regionale arbeidsmarktanalyse aan de Rijksuniversiteit Groningen, moet de overheid daarom juist meer geld besteden in die regio’s. ‘Het rendement van investeringen is er hoger dan in de Randstad’, stelt Van Dijk.

Jouke van Dijk
Jouke van Dijk

Het kabinet Rutte zet volgens Van Dijk ten onrechte in op groei in de Randstad. ‘Het kabinet lijkt te denken dat alles zich in het westen van het land concentreert, maar dat is een misvatting’, zegt Van Dijk. ‘Banengroei zien we vooral in de regio’s daarbuiten: het gebied dat loopt van Brabant via Utrecht, de Veluwe en Zwolle, tot aan Zuid-Friesland toe. Niet alleen de werkgelegenheid groeit er harder, het geldt ook voor de arbeidsproductiviteit en de lonen. Waarbij de stedelijke centra in deze strook de bruisende groeikernen vormen.’

Congestie

Het is een ontwikkeling die zich al sinds midden jaren negentig voordoet en vooral verband houdt met de toenemende verstopping van wegen in de almaar drukker wordende Randstad. Door die congestie zijn in de Randstad de grenzen aan de groei bereikt en verschuift niet alleen werkgelegenheid naar minder volle regio’s, maar kiezen mensen ook vanwege de hang naar een prettiger woonomgeving eerder voor wonen in die gebieden. Doorgaan met investeren in nieuwe wegverbindingen om de verkeersdruk te verminderen in overvolle gebieden ziet Van Dijk als verspilling, want de race is niet te winnen.

‘De relatie tussen groei van arbeidsplaatsen en economische dichtheid is na een zeker punt niet meer één op één, maar vlakt af’, verklaart Van Dijk. ‘Dat is wat overduidelijk blijkt uit cijfers over de verhouding tussen banengroei en economische activiteit in de Randstand en de buitengebieden. In Amsterdam is nog wel sprake van stijging in werkgelegenheid, maar vooral Den Haag en Rotterdam blijven achter.’

Het Nieuwe Werken

Daarnaast neemt de gemiddelde pendelafstand van vooral tweeverdienende hogeropgeleiden toe, vult hij aan. Een trend die wordt versterkt door ‘Het Nieuwe Werken’, waardoor werknemers minder zijn gebonden aan een vaste werkplek. ‘De verschuiving in de organisatie van arbeid zet zeker door’, benadrukt Van Dijk. Hij wijst er op dat het voor de noordelijke regio, met haar aantrekkelijke woonklimaat, een gunstige ontwikkeling is.

Het kabinet zou er daarom goed aan doen de aandacht te verleggen naar investeren in regionale infrastructuur als wegen, spoorwegen en breedbandverbindingen, bepleit Van Dijk: ‘Daar is het rendement van nieuwe infrastructuur en van het creëren van gunstige economische randvoorwaarden veel hoger.’ In dat licht verbaast Van Dijk zich ook over de onduidelijkheid rond sluiting van het Belastingkantoor in Emmen. ‘De concentratietendens van rijkskantoren is niet zinvol en in tegenspraak met de ontwikkelingen als het nieuwe werken. De ambtenaren die in Emmen werken kunnen in beginsel zelfs gewoon thuis werken.’

Vraagtekens bij Topsectorenbeleid

Naast zijn kritiek op het ‘Randstad-denken’ plaatst Van Dijk vraagtekens bij het Topsectorenbeleid van het kabinet. Het is volgens de hoogleraar op onjuiste uitgangspunten gebaseerd: ‘Het gaat ervan uit dat banengroei vooral in industriële bedrijven plaatsvindt, maar toename van werkgelegenheid zit vooral in de dienstensector. Het kabinet grijpt terug op het industriebeleid van na de oorlog, terwijl Nederland vandaag de dag weinig traditionele maakindustrie meer kent. Daar zijn de lonen hier te hoog voor.’

Het Topsectorenbeleid is daarom tamelijk nutteloos als middel om mensen aan werk te helpen, aldus Van Dijk. ‘De industriële banen die er zijn, hebben veelal een hightech karakter.’ Net als in de dienstensector heeft het werk in technologisch hoogwaardige industrieën een hoge kenniscomponent. Dat werk wordt derhalve vooral verricht door hoger opgeleiden. Van Dijk: ‘En het zijn juist die mensen die steeds minder plaatsgebonden zijn en geen hulp van de overheid nodig hebben. Het Topsectorenbeleid kan daarom beter worden vervangen door beleid gericht op ontwikkeling van sterke punten van regio’s of steden. Dat valt veel beter samen met demografische trends en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en kan daarmee bijdragen aan het oplossen van sociaaleconomische problemen in de regio’s.’ Volgens Van Dijk zou beleid gericht op regio’s of steden bovendien meer in lijn zijn met het nieuwe Cohesiebeleid van de EU.

Moderne banen

Om de arbeidsmarkt te stimuleren zou volgens Van Dijk ook meer moeten worden geïnvesteerd in onderwijs. Enerzijds om vroegtijdige schooluitval te voorkomen, maar vooral om het karakter van opleiden te veranderen. Van Dijk: ‘We leiden nu op voor beroepen die er over een jaar of tien misschien helemaal niet meer zijn. Wie had een jaar of wat geleden gedacht dat je als programmeur van apps tegenwoordig veel geld kunt verdienen?’ Het onderwijs moet minder beroepsgericht worden en meer gericht zijn op het flexibel kunnen inspelen op toekomstige vereisten.’

Spanning arbeidsmarkt

De spanning op de arbeidsmarkt zal de komende jaren ook in kwantitatieve zin worden vergroot door vergrijzing en krimp. Gemeenten of de regio’s kunnen op dat vlak actie ondernemen, door onder meer opleidingen efficiënter te organiseren of het scholierenvervoer uit krimpgebieden naar opleidingscentra te verbeteren, betoogt Van Dijk.

Een belangrijk probleem is echter dat de financiën van gemeenten door bezuinigingen van het Rijk sterk worden ingeperkt. Tegelijkertijd wordt via de Wet Werken naar Vermogen van lagere overheden gevraagd mensen die moeilijk aan werk komen aan een baan te helpen. Van Dijk: ‘Gemeenten hebben helemaal geen mogelijkheden om banen te scheppen voor deze groepen, want ze hebben geen knoppen waar ze aan kunnen draaien, al helemaal niet in tijden van recessie. Dat zal zeker in krimpgebieden desastreuze gevolgen hebben, en zelfs kunnen leiden tot het faillissement van gemeenten.’

Curriculum Vitae

Jouke van Dijk (1956) is hoogleraar Regionale arbeidsmarktanalyse bij de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen. Hij studeerde economie in Groningen en is sinds 1981 verbonden aan de RUG. In 1986 promoveerde hij op een proefschrift getiteld ‘Migratie en Arbeidsmarkt’. Van Dijk is expert op het terrein van arbeidsmarktvraagstukken en regionale economie.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws

  • 21 februari 2018

    Provincie en RUG maken werk van duurzame landbouw

    De Provincie Groningen en de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) slaan de handen ineen om de landbouwsector verder te verduurzamen. Hiertoe wordt een Bijzondere Leerstoel Natuurinclusieve Landbouw opgericht aan de RUG. De Provincie​draagt via haar Programma...

  • 19 februari 2018

    Prinses Beatrix en Prinses Mabel bij uitreiking 4e Prins Friso Ingenieursprijs in Groningen

    Het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs (KIVI) reikt op 21 maart 2018 voor de vierde keer de Prins Friso Ingenieursprijs uit aan de Ingenieur van het Jaar. Ook dit jaar zijn Prinses Beatrix en Prinses Mabel hierbij aanwezig. ​De Rijksuniversiteit Groningen,...

  • 15 februari 2018

    Populaire wetenschapsblogger deelt spintronicafilm

    Een filmpje over het onderzoek van RUG-natuurkundige Bart van Wees is opgepikt door de populaire wetenschapsblogger Hashem Al-Ghaili. Via zijn Facebook site is de film in een paar dagen tijd meer dan 260.000 keer bekeken en ruim 2.100 keer gedeeld....