Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Dr. Wim Klaassen: ‘Voorspellingen over horrorwinter zijn uit de lucht gegrepen’

30 november 2011

De voorspellingen over een mogelijke “horrorwinter” die her en der in de media opduiken, zijn uit de lucht gegrepen. Meer dan tien dagen vooruit valt weer niet te voorspellen. Toch wordt aan dergelijke voorspellingen waarde gehecht – terwijl scepticisme over de opwarming van de aarde lijkt toe te nemen. Meteorologen moeten zich dat aantrekken, vindt meteoroloog Wim Klaassen van de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Dat het klimaat op de lange termijn verandert, is wél zeker. Dat moeten meteorologen beter leren uitleggen.’

‘Ze klinken spannend, de verhalen in de media over de naderende horrorwinter,’ zegt RUG-meteoroloog Wim Klaassen. ‘Maar veel waarde hoeven we er niet aan te hechten. Het weer kun je hooguit voor tien dagen voorspellen, daarna wordt het écht onzeker.’ De voorspellingen over de horrorwinter zijn onder meer gebaseerd op metingen van het aantal zonnevlekken en patronen in de temperatuur van oceaanstromen, ook wel bekend als El Nino. Klaassen: ‘Dat zijn objectief meetbare waarden die wel enige voorspellende waarde hebben. Op basis daarvan kun je zeggen dat er een iets verhoogde kans is op een relatief koude winter. Maar dat is iets heel anders dan een horrorwinter.’

Onzeker en stellig

Waarom het weer zo moeilijk te voorspellen is? Omdat het zo’n razend turbulent systeem is, legt Klaassen uit. ‘Vergelijk het met een stromend beekje. Wanneer is het wateroppervlak glad, wanneer kolkt het en wanneer golft het? Dat is van zoveel verschillende factoren afhankelijk, dat het nauwelijks in modellen te vatten is.’ En hoe kunnen klimaatonderzoekers dan zo stellig beweren dat het klimaat op langere termijn opwarmt? Klaassen: ‘Vergelijk het maar weer met dat beekje. Voorspellen hoe het wateroppervlak eruit zal zien, mag moeilijk zijn. Maar hoe hoog het peil van het water zal staan, is wel goed te voorspellen. Dat is een heel andere kwestie, afhankelijk van heel andersoortige factoren.’

Geknoei bij voorlichting

Meteorologen moeten het zich aantrekken dat wilde voorspellingen over een naderende horrorwinter wél serieus genomen worden en dat bijna een derde van de Nederlandse bevolking sceptisch is over de opwarming van de aarde, vindt Klaassen. ‘Wij meteorologen moeten alerter reageren wanneer sceptici onzekerheden in ons onderzoek opblazen. We zijn erg gewend met elkaar een academische discussie te voeren en we hebben ons niet op tijd gerealiseerd hoe groot de maatschappelijke impact van ons onderzoek zou worden. We hebben zitten knoeien bij het voorlichten van het grote publiek over klimaatverandering, omdat we er niet op voorbereid waren.’

Hulp nodig bij communicatie

Meteorologen krijgen al beter in de gaten hoe ze het grote publiek moeten voorlichten, maar ze hebben zeker nog hulp van communicatie-experts nodig, vindt Klaassen. ‘Dat de PVV sceptisch is over de opwarming van de aarde, is al erg genoeg. Dat nu ook een partij als de VVD dergelijke geluiden laat horen, maakt duidelijk hoe belangrijk het is dat onderzoeksresultaten overtuigend over het voetlicht worden gebracht. Nee, honderd procent zekerheid biedt ons onderzoek niet. Maar dat het klimaat opwarmt, en dat we ons in Nederland moeten voorbereiden op heftige regens en wateroverlast, is zeker. Daar mag geen misverstand over bestaan.’

‘Blijf investeren in KNMI’

Het baart Klaassen zorgen dat PVV en VVD de subsidie aan het KNMI ter discussie stellen, omdat het instituut kritiekloos achter klimaatlobbyisten zou aanlopen. Onzin, vindt Klaassen. ‘Het KNMI-onderzoek is zeer gedegen, zeg ik als niet-KNMI’er. Weersvoorspellingen kunnen misschien wel aan de markt overgelaten worden. Commerciële bureaus als MeteoConsult kunnen daar prima geld mee verdienen. Maar hoe belangrijk klimaatonderzoek ook is, dáár valt nauwelijks geld aan te verdienen. Daarom is het cruciaal en in ons gezamenlijk belang dat de staat blijft investeren in onafhankelijk klimaatonderzoek.’

Curriculum Vitae

Wim Klaassen (1951) is senior onderzoeker aan het Centrum voor Isotopen Onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is gespecialiseerd in de interactie tussen oceaan en atmosfeer. Na zijn studie natuurkunde in Utrecht werkte Klaassen als onderzoeker bij Alterra in Wageningen en het IMAU in Utrecht. In 1989 promoveerde hij in Delft op een studie naar de betrouwbaarheid van radarinstallaties bij het voorspellen van neerslag. Klaassen geeft leiding aan het onderzoek bij het RUG-meetstation bij Lutjewad aan de Waddenzee.

Laatst gewijzigd:28 november 2017 17:02

Meer nieuws

  • 12 november 2018

    Symposium 'Gaswinning, aardbevingen en wat nu?' op 15 november a.s.

    Het Groninger Universiteitsfonds (GUF) bestaat dit jaar 125 jaar. Tijdens een speciaal symposium met de titel ‘Gaswinning, aardbevingen en wat nu?’ op donderdag 15 november 2018, wordt daarom de 'Ubbo Emmiuspenning voor bijzondere maatschappelijke verdiensten'...

  • 06 november 2018

    Groningen blijft in trek bij Nederlandse en internationale studenten

    De Rijksuniversiteit Groningen telt per 1 november 2018 31.115 studenten met een ‘actieve eerste inschrijving’ voor een bachelor of masteropleiding. Dit is een stijging van 4,6% ten opzichte van 2017.Het totale aantal studenten dat ingeschreven is aan...

  • 05 november 2018

    TOP NWO grant voor prof. dr. Slotboom

    Professor dr. Dirk Slotboom heeft een TOP-grant van € 780.000 toegekend gekregen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Het bedrag is voor zijn onderzoek naar de werking van transporteiwitten. Al sinds 1995, toen zijn...