Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof.dr. Hans Grietens: ‘De stem van pleegkinderen wordt veel te weinig gehoord’

25 oktober 2011

Het aantal kinderen dat opgroeit in een pleeggezin neemt wereldwijd toe. Toch weten we nauwelijks hoe pleegkinderen dit ervaren. Hun stem wordt vrijwel nooit gehoord. Hans Grietens, hoogleraar orthopedagogiek, pleit voor meer onderzoek vanuit het perspectief van pleegkinderen zelf. Onderzoek waarbij het ethisch handelen voorop staat. ‘Het moet ons doel zijn om die groep pleegkinderen daar daadwerkelijk mee te helpen.’

Hans Grietens
Hans Grietens

Als een kind terecht komt in een pleeggezin zijn daar veel mensen bij betrokken. De biologische ouders, de pleegouders en eventuele kinderen die zij zelf al hebben, de kinderrechter, een gezinsvoogd, enzovoorts. ‘Bijna al die stemmen worden gehoord bij onderzoeken. Allemaal om erachter te komen hoe het gaat met zo’n kind, wat het nodig heeft en hoe we hem of haar het beste kunnen helpen. De kinderen zelf worden echter nauwelijks aan het woord gelaten.’

Onzichtbaar

Vooral in de literatuur is de stem van het pleegkind nagenoeg onzichtbaar. ‘En dat terwijl zij de meest directe kijk hebben op wat er gebeurt. Door het rechtstreeks aan de kinderen te vragen, kom je veel meer te weten over pleegzorg.’ Daarbij is het volgens Grietens van het allergrootste belang dat onderzoekers grondig nadenken over hun ethisch handelen.

Kwetsbaarheden

Grietens: ‘Niemand zal het betwisten dat de stem van pleegkinderen zelf relevant is. Maar wat gaan we met al die verhalen doen? Onderzoekers moeten rekening houden met allerlei kwetsbaarheden en mogelijkheden. Natuurlijk is het voor sommige kinderen confronterend, maar je kunt er niet omheen als je hun situatie wilt verbeteren. Daarbij moet je je afvragen hoe je verhalen van kinderen moet interpreteren. Kinderen zijn de bezitters van hun verhaal, maar hoe breng je dat het beste naar buiten?’

Openheid

Het startpunt voor dit ethische vraagstuk is volgens Grietens openheid. ‘Door openheid te geven naar alle partijen kunnen we zorgen dat alle argumenten om niet mee te doen uit handen worden genomen. Maar al te vaak strandt onderzoek al bij de ‘poortwachters’. Veel studies hebben een hoge non-respons, omdat professionals het onderzoek tegenhouden.’ Ergens is dat wel begrijpelijk, vindt Grietens. ‘Gezinsvoogden zijn vaak overbelast of achten het kind niet de aangewezen persoon om mee te doen. Toch zou ik die beoordeling graag aan het kind overlaten. Laat het pleegkind zelf beslissen of het wel of niet wil meewerken.’

Grietens analyseerde de resultaten van enkele studies waarin kinderen wel aan het woord kwamen. ‘Daarin kwamen heel wat thema’s naar voren die je maar weinig tegenkomt in de pleegzorgliteratuur. Het thema ‘verlies of hoop’ bijvoorbeeld. Kinderen worstelen met een verlies en maken een soort rouwproces door. Tegelijkertijd zien ze ook dingen veranderen en koesteren ze hoop voor de toekomst. Maar het is onbekend hoe daar vervolgens in de zorgpraktijk mee wordt omgegaan.’

Onzekerheden

Ook onzekerheid is een belangrijk thema voor veel pleegkinderen. ‘Zo’n pleeggezin heeft altijd iets voorwaardelijks. Wat gebeurt er als ik achttien ben? Zullen mijn pleegouders dan nog voor me zorgen, of hoe lang vindt het pleeggezin mij nog leuk? Allemaal onzekerheden die veel pleegkinderen bezighouden.’ Onderwerpen waarover Grietens pleegkinderen graag eens zelf aan het woord zou laten. ‘Daar komt bij dat er veel pessimisme wordt gekoesterd en jeugdzorg vaak negatief wordt afgeschilderd. Toch blijken heel veel pleegkinderen juist positieve ervaringen te hebben met jeugdzorg. Ook dat vind ik heel erg relevant.’

Stilte doorbreken

‘Het ideale ethische onderzoek is een utopie’, weet Grietens. Toch is hij ervan overtuigd dat met meer aandacht voor (de ethiek rond) het pleegkind een goede methode zal ontstaan. ‘Onderzoek in orthopedagogiek zou als doelstelling moeten hebben dat het de stilte om kwetsbare pleegkinderen laat verdwijnen. Het is een voorrecht dat we als onderzoekers in ons domein bij die zwakkere groep mogen komen. Maar het moet daarbij wel ons doel zijn om die groep daar daadwerkelijk mee te helpen. Het moet niet alleen gaan om met het onderzoek te scoren en een mooie publicatie op je naam te zetten. Nog meer dan in sommige andere onderzoeksvelden moeten we proberen iets naar buiten te krijgen en op die manier ook iets te betekenen voor pleegkinderen. Ook al is het iets kleins.’

Meer informatie: Bekijk ook dit artikel in Trouw: 'O mam, hij blijft toch niet' (Over de eigen kinderen van pleegouders)

Curriculum Vitae

Vitae

Hans Grietens (1965, Leuven) studeerde klinische kinderpsychologie en ontwikkelingspsychologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. In 1999 promoveerde hij in de psychologische, pedagogische en sociale wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hier is hij sinds 2010 ook werkzaam als hoogleraar orthopedagogiek. Zijn onderzoek richt zich vooral op het jonge kind in de jeugdzorg en de pleegzorg.

Reacties

Wineke Zeemering (o ktober 26, 2011 om 11:32 am)

Jarenlang hebben wij zelf pleegkinderen opgevangen. Tijdens deze periode werd toch veel gepraat met de pleegkinderen door zowel jeugdzorg als door de voogd. Hierin werden ook hun angsten en vragen openlijk besproken, zonder dat wij als pleegouders daarbij aanwezig waren. Aan de kinderen die in het gezin aanwezig waren (zgn. eigen kinderen) werd geen of zeer weinig aandacht besteedt.

Zij zijn inmiddels volwassen en indien wij praten over onze periode als pleegouders komt dit toch vaak ter sprake.
Misschien kun u in uw onderzoek ook hierin aandacht besteden want niet alleen bestaan er angsten en veel vragen bij pleegkinderen maar ook bij hun pleegzussen en broers.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10

Meer nieuws