Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof.dr. Michael Koetter: ‘Europees noodfonds mag slecht gedrag banken niet belonen’

12 oktober 2011

Het Europese noodfonds EFSF moet zo terughoudend mogelijk zijn met het geven van garanties aan Europese lidstaten, banken en andere financiële instellingen, zegt Michael Koetter, hoogleraar Global Economics & Management aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Het moet duidelijk zijn dat het fonds alleen in het uiterste geval in werking treedt. En niet alleen banken, maar ook individuele spaarders en beleggers moeten hun verantwoordelijkheid nemen.’

Door de crisis in Griekenland staan enkele Europese banken ernstig onder druk. Het Belgische Dexia is daarvan een voorbeeld, maar ook Duitse en Franse banken hebben veel geld uitgeleend aan Griekenland. Nu het twijfelachtig is geworden of ze dat geld ooit zullen terugkrijgen, rijst de vraag of de banken – die door de bankencrisis in 2007-’08 al forse schade hadden opgelopen – hun verliezen kunnen compenseren. Toch moet het Europese noodfonds EFSF in deze gespannen situatie zo weinig mogelijk toezeggingen doen over financiële steun, aldus prof. Koetter. ‘Recent onderzoek wijst uit dat banken aanzienlijk meer risico gaan nemen als er impliciete of expliciete signalen zijn dat ze in noodsituaties gered zullen worden. Dat is absoluut onwenselijk.’

Wees streng met garanties

Dat er een fors noodfonds wordt aangelegd, vindt Koetter verstandig. Maar er wordt op Europees niveau te weinig nagedacht over de signalen die daarmee aan de banken worden gegeven. Koetter: ‘Natuurlijk, zo’n fonds moet er zijn, en er moet op democratische wijze, in alle openbaarheid over besloten worden. Impliciet geeft Europa daarmee al een signaal af: er is een vangnet. Maar het moet helder zijn dat er zeer strenge criteria gelden om dat vangnet in werking te stellen. Europa moet tough nosed zijn. Alleen systemische fouten moeten gecompenseerd worden; voor foute beslissingen van financiële instellingen of landen moet het fonds niet opdraaien. Die dreiging moet écht geloofwaardig zijn.’

Ook burgers zijn verantwoordelijk

Bankiers zijn nog onvoldoende doordrongen van de risico’s van hun gedrag, vindt Koetter. Wat hem betreft worden slecht presterende bestuurders uit hun functie ontheven en wordt het ze verboden ooit nog voor een financiële instelling te werken. Maar de hoogleraar vindt het te gemakkelijk om alleen naar ‘bad banks’ te wijzen als hoofdschuldigen van de huidige crisis. ‘Ook aandeelhouders en spaarders spelen een rol. Zij hebben financiële producten gekocht die ze niet snapten en hebben bankbestuurders onverantwoorde risico’s laten nemen. Ook zij moeten doordrongen worden van hun verantwoordelijkheden.’

Europese belastingdienst

Na de bankencrisis van 2007-’08 is er veel extra toezicht op het financieel systeem gekomen. De opgerichte instanties zijn echter nog lang niet effectief genoeg, aldus Koetter. Bij de European Systemic Risk Board en het EFSF wordt nog volop in nationale belangen gedacht. De “netto ontvangers” en “netto betalers” staan daarbij tegenover elkaar.’ De huidige crisis zou aangegrepen moeten worden om kosten en opbrengsten centraal te beheren, stelt Koetter. ‘De huidige unie is vlees noch vis; op termijn is méér Europa de enige optie. En dat betekent ook: een gezamenlijke belastingdienst. Misschien is dit wel het moment om die op te richten.’

Goede afloop?

Koetter realiseert zich dat er momenteel weinig draagvlak is om meer bevoegdheden aan Europa af te staan. Toch is hij vol goede hoop dat Europa op termijn oplossingen zal vinden voor de problemen waarvoor het zich gesteld ziet. ‘Dat zelfs de Bundestag heeft ingestemd met vergroting van het EFSF is hoopgevend. Tot voor kort was het Duitse parlement hopeloos verdeeld over zelfs de kleinste onderwerpen. Maar men had in de gaten dat dit onderwerp de partijpolitieke belangen oversteeg en kwam tot overeenstemming. Zo zal het vaker gaan, de komende tijd. Onze politici zullen inzien dat ze voor een historische opgave staan.’

Curriculum vitae

Michael Koetter (Duitsland, 1974) is hoogleraar Global Economics & Management aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij studeerde economie in Maastricht en aan de Stern School of Business (NYU). Na zijn afstuderen werkte hij bij de Boston Consulting Group. In 2005 promoveerde hij in Utrecht op de efficiency van Duitse banken en werkte hij als onderzoeker bij de Deutsche Bundesbank. Zijn specialismen zijn: Banking and finance, mergers and failures, efficiency and growth.

Laatst gewijzigd:28 november 2017 17:03

Meer nieuws

  • 15 november 2018

    Keuzegids 2019: RUG-opleidingen constant in de Nederlandse top

    Tien bacheloropleidingen aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) krijgen dit jaar van de Keuzegids Universiteiten het kwaliteitszegel Topopleiding, waarmee ze tot de top van het Nederlandse wetenschappelijke onderwijs behoren. In de categorie ‘Brede...

  • 13 november 2018

    Best Working Paper Award voor Drijfhout, Van Doorn en Van Ittersum

    Drijfhout, Van Doorn en Van Ittersum willen bijdragen aan de strijd tegen de wereldwijde voedselverspilling door consumenten bewuster te maken van hun (verspillende) gedrag. Zij onderzoeken daartoe de besluitvorming van consumenten bij het kopen, consumeren...

  • 12 november 2018

    Symposium 'Gaswinning, aardbevingen en wat nu?' op 15 november a.s.

    Het Groninger Universiteitsfonds (GUF) bestaat dit jaar 125 jaar. Tijdens een speciaal symposium met de titel ‘Gaswinning, aardbevingen en wat nu?’ op donderdag 15 november 2018, wordt daarom de 'Ubbo Emmiuspenning voor bijzondere maatschappelijke verdiensten'...