Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof.dr. Robert Lensink: ‘Effectiviteit van ontwikkelingshulp gebaat bij veldexperimenten’

05 oktober 2011

De effectiviteit van ontwikkelingshulp is gebaat bij veldexperimenten. Voordat een ontwikkelingsprogramma grootschalig wordt uitgevoerd, zou er op kleine schaal moeten worden getest of een programma wel of niet werkt met behulp van een zogenaamde gerandomiseerde interventie. Dit soort interventies, waarbij vaak sprake is van een nauwe samenwerking van wetenschappers en non-gouvernementele organisatie (ngo’s), geven een veel beter beeld van wat werkt. Dat stelt econoom prof.dr. Robert Lensink van de Rijksuniversiteit Groningen.

Robert Lensink
Robert Lensink

Lensink sluit zich daarmee aan bij de ideeën van de vooraanstaande econome Esther Duflo, die is verbonden aan MIT in Boston. Haar ideeën beginnen ook in Europa aan te slaan. Volgens de Groningse hoogleraar Lensink is in de ontwikkelingshulp maatwerk nodig en dat veronderstelt inzicht in het effect van bepaalde programma’s op een regio.

Evaluaties niet valide

Ontwikkelingshulp is al decennia lang niet meer het blindelings overmaken van een grote som geld naar een willekeurig arm gebied. Er wordt wel degelijk nagedacht over het doel en de beoogde effecten van de steun. ‘Maar de meeste evaluaties van ontwikkelingshulp zijn niet valide, omdat er geen rekening mee wordt gehouden dat mensen die in aanmerking komen voor ontwikkelingshulp, niet vergelijkbaar zijn met mensen die hiervoor níet in aanmerking komen’, stelt Lensink. ‘Een goede evaluatie vereist dat de treatment-groep vergelijkbaar is met de controle-groep.’

Medicijntests als voorbeeld

Gerandomiseerde experimenten, naar analogie van medicijntests, bieden een geschikte methodologie voor een valide evaluatie, aldus Lensink. ‘Bovendien kunnen we met behulp van kleinschalige gerandomiseerde veldexperimenten kennis vergaren die heel relevant is voor beleidsmakers. Met behulp van zulke experimenten is bijvoorbeeld aangetoond dat de participatie in gezondheidsprojecten in ontwikkelingslanden in sterke mate daalt indien aan deelnemers een eigen bijdrage wordt gevraagd.’

Lensink: ‘Zo blijkt dat de participatie in een ontwormingsprogramma op scholen in Kenia daalt van 75% naar 19% indien een minimale prijs wordt gevraagd. Dat onderzoek toont aan dat vrij verstrekken veel beter werkt. Je zou graag willen dat deelnemers een symbolisch bedrag betalen, maar dat is dus niet effectief.’ Lensink is zelf betrokken bij meerdere evaluaties van gerandomiseerde experimenten. Zo evalueert hij in Noord-Vietnam de effectiviteit van een cursus gericht op het opzetten van bedrijfjes door vrouwen. Als onderdeel van het experiment bekijkt hij onder meer of het effectiever is of de vrouwen mét of zónder echtgenoot de cursus volgen.

Duflo grondlegger

De van oorsprong Franse econome Esther Duflo is de grondlegger van deze aanpak. Zij heeft een systematiek ontwikkeld die overal ter wereld experimentjes in de ontwikkelingshulp mogelijk maakt. Het gaat erom ‘at random’ gemeenschappen of groepen te kiezen die wel of niet voor een bepaalde interventie in aanmerking komen. Vervolgens kan het effect van het programma simpelweg worden bepaald door een vergelijking van de ‘at random’ gekozen treatment- en controle groepen.

Regionaal

De kennis die deze experimentele aanpak oplevert, is niet altijd universeel geldig. Lensink: ‘Wat in Centraal-Afrika werkt, kan in Oost-Azië contraproductief zijn. Dat geeft het belang aan van replicatie van de gerandomiseerde experimenten in verschillende landen. Juist omdat het vaak om kleinschalig veldwerk gaat, is het echter niet moeilijk om veel van dergelijke herhalingsonderzoeken uit te voeren.’

Lensink bepleit dat evaluaties van Nederlandse ontwikkelingsprojecten zo veel mogelijk met behulp van gerandomiseerde experimenten moeten worden gedaan. ‘Ik merk al dat beleidsmakers meer waarde zijn gaan hechten aan goede controlegroepen bij de evaluatie van een programma. Een volgende stap is het volledig uitvoeren van een gerandomiseerd experiment.’

Curriculum Vitae

Robert Lensink (1962) studeerde economie in Groningen en promoveerde daar in 1993 op een proefschrift getiteld: External finance & development, waarbij de financiële stromingen naar ontwikkelingslanden in kaart werden gebracht. In 2002 werd hij benoemd tot hoogleraar Financiering en financiële markten aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is tevens hoogleraar Finance and Development aan de Wageningen Universiteit. Momenteel houdt hij zich vooral bezig met de effecten van microfinanciering in ontwikkelingslanden.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws

  • 14 juni 2018

    Bringing Physical Internet to life

    Van maandag 18 tot vrijdag 22 juni vindt het vijfde internationale Physical Internet congres (#IPIC2018) plaats in Groningen. De Rijksuniversiteit Groningen organiseert dit congres samen met de logistieke sector. Meer dan 250 wetenschappers en vertegenwoordigers...

  • 11 juni 2018

    Een nieuw tijdperk voor organisationele relaties | Oratie David Langley | Dinsdag 19 juni

    Nieuwe, veelbelovende internet-afhankelijke technologieën zoals digital fabrication, internet of things, blockchain en distributed artificial Intelligence worden steeds populairder. Prof. David Langley geeft in zijn oratie een toelichting op zijn ideeën...

  • 08 juni 2018

    Lara Lobschat wint MOA Insights Scientist Award

    Lara Lobschat heeft de MOA Insights Scientist Award gewonnen. De universitair docent Marketing kreeg de prijs voor haar proefschrift over online communicatie. Vanwege de praktische relevantie kreeg ze voor haar onderzoek eerder een ‘early career grant’...