Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Mr. Mathieu Paapst: ‘Alleen politie mag beelden verdachten op internet zetten’

14 september 2011

Particulieren die beelden van vermeende inbrekers, overvallers en andere verdachten via internet verspreiden, doen aan eigenrichting. Het feit dat die mogelijkheid nu bestaat, betekent niet dat er dus ook gebruik van mag worden gemaakt. Het College Bescherming Persoonsgegevens moet daarom overtredingen van die wet streng blijven handhaven. Winkeliers en andere gedupeerden die beeldmateriaal hebben van verdachten, moeten er, net als vroeger, gewoon mee naar de politie. Dat zegt mr. Mathieu Paapst, universitair docent Recht en ICT aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij vindt de gevolgen voor verdachten te groot, of die nu tenslotte schuldig blijken of niet: ‘Het is een wereldwijde en eeuwigdurende schandpaal. Als een foto of een filmpje eenmaal op internet is geplaatst, gaat het er nooit meer af.’

De tijden dat kijken naar Opsporing Verzocht de enige manier was om een plaatje van een echte boef te zien, zijn allang vervlogen. De politie zet steeds vaker beelden van verdachten op internet. Dat mag ook van de wetgever, zolang het maar gebeurt terwille van de opsporing. Probleem is dat de politie allang niet meer het monopolie heeft op die mogelijkheid. Ook gedupeerde winkeliers, verontruste burgers die naast een vermeende pedofiel wonen, en bestolen fietseigenaren zetten foto’s en filmpjes online, met beeld van de vermeende daders. Via weblogs als GeenStijl kan men tot aan Australië al dan niet scherpe foto’s zien van inbrekers in een tankstation, overvallers van een juwelier of iemand die zich mogelijk aan kinderen heeft vergrepen.

Eigenrichting

‘Het is nu heel gemakkelijk geworden om filmpjes te maken, en nog makkelijker om ze te verspreiden. Het lijkt aantrekkelijk om op deze manier verdachten op te sporen, maar het mag niet en dat moet ook zo blijven’, zegt mr. Paapst. ‘Zowel de Wet Bescherming Persoonsgegevens als de Auteurswet staan deze vorm van eigenrichting niet toe. Hier hebben we de politie voor. Bovendien zijn de gevolgen voor de vermeende dader enorm: het beeld blijft voor altijd op internet rondzwerven, zichtbaar voor een enorm publiek. De reputatieschade is onmeetbaar, en, belangrijker, die is al aangebracht voordat is vastgesteld of de verdachte ook daadwerkelijk schuldig is.’ Hij veegt daarmee het argument van tafel dat de wet de privacy van criminelen hoger stelt dan die van de slachtoffers.

Opsporing

Ook het argument dat de politie deze hulp van burgers goed kan gebruiken bij de opsporing van boeven, omdat ze daar zelf onvoldoende aan toe komt, snijdt volgens Paapst geen hout. ‘Dat de politie misschien een capaciteitsprobleem heeft, betekent nog niet dat burgers het recht in eigen hand moeten nemen. Als het beeldmateriaal werkelijk zo scherp is, en duidelijk aantoont dat er een misdrijf is gepleegd, kan de politie daar altijd wat mee.’

Volgens Paapst worden deze beelden vaak met dubieuze motieven online gezet: ‘Het is vaak een vorm van terugslaan, van wraak op een vermeende dader. En zelfs als het alleen maar zou gaan om de opsporing van een winkeldief, betwijfel ik of het middel zo effectief is. Stel je voor dat alle winkeliers van Nederland het zouden gaan doen, dan bereik je waarschijnlijk het tegenovergestelde als gevolg van een overkill aan filmpjes.’

Winkeldief

Paapst kan zich voorstellen dat machteloze winkeliers geen boodschap hebben aan deze argumenten. Toch moeten ze wat hem betreft de wet respecteren en blijven vertrouwen op de politie: ‘En natuurlijk, als ze een foto van een notoire winkeldief in hun zaak ophangen, zodat hij waarschijnlijk wel wegblijft, dan is dat principieel wel dezelfde overtreding van het portretrecht, maar op een zoveel kleinere schaal, dat ik daar geen moeite mee heb. Dat is een heel klein schandpaaltje.’

Symposium

Over de opinie van Paapst zal een discussie plaatvinden tijdens een symposium ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de Bachelor/Master opleiding Recht en ICT van de RUG. Tijdens dat symposium zullen gerenommeerde juristen in hun eigen vakgebied of expertise terugblikken op de ontwikkelingen van de afgelopen tien jaren en vooruitkijken naar de toekomst. Het symposium zal op 16 september vanaf 12.45 uur worden gehouden in het Harmoniegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen, Oude Kijk in 't Jatstraat 26, zaal 14.026, en zal rond 17.00 uur worden afgesloten met een borrel. Aanmelden kan via www.rechtenict.nl

Curriculum Vitae

Mr. Mathieu Paapst (Delfzijl, 1974) studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is werkzaam als docent/onderzoeker bij het Centrum voor Recht en ICT van de RUG. In het bijzonder richt hij zijn aandacht op internetrecht, intellectueel eigendomsrecht, IT aanbestedingen en op de juridische, ethische en maatschappelijke vraagstukken van de informatiemaatschappij.

Laatst gewijzigd:30 november 2017 15:38
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws