Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof.dr. Wim van de Grift: ‘Ondersteun leraren, pas dan kunnen ze maatwerk leveren’

01 juni 2011

De helft van de havo- en vwo-leraren houdt onvoldoende rekening met verschillen tussen leerlingen. Dat blijkt uit een recent rapport van de Inspectie van het Onderwijs. Volgens hoogleraar onderwijskunde en hoofd van de RUG-lerarenopleiding Wim van de Grift valt de leraren niets te verwijten. ‘De kwaliteit van de leraren is al jarenlang gelijk, maar het werk stelt op dit moment hogere eisen. Ik pleit voor de invoering van landelijk genormeerde toetsen en meer coaching. Dat helpt leraren hun onderwijs beter op individuele leerlingen af te stemmen.’

Wim van de Grift
Wim van de Grift

De afgelopen jaren is in Nederland het percentage zwakke leerlingen bij lezen en wiskunde groter geworden en is het percentage excellente leerlingen bij wiskunde afgenomen, zo blijkt uit internationaal onderzoek. Hierdoor is de aandacht voor individuele afstemming van het onderwijs gegroeid, aldus Van de Grift. ‘Ten opzichte van de ons omringende landen doen we het nog goed. Maar de prestaties van onze 15-jarigen blijven duidelijk achter bij die van 15-jarigen uit Finland en de Aziatische economieën. Willen we daar wat aan doen, dan moeten we ons onderwijs beter afstemmen op verschillen tussen leerlingen. Dan moeten we onze zwakke leerlingen naar een hoger niveau brengen en moeten we onze beste leerlingen tot excellentie leiden.’

Beginnende leraren

Dat veel leraren hun onderwijs onvoldoende afstemmen op verschillen tussen leerlingen, verbaast Van de Grift niet. Observatiestudies geven al jarenlang hetzelfde beeld. Voor een deel schuilt het probleem bij de beginnende leraren, meent de hoogleraar. ‘Beginnende leraren kunnen een veilig en stimulerend klimaat voor hun leerlingen scheppen, zij kunnen hun les efficiënt organiseren, ze kunnen duidelijk uitleggen en weten hun leerlingen vaak ook actief bij de les te betrekken. Maar je kunt nog zo goed zijn opgeleid als leraar, het duurt nu eenmaal een paar jaar voordat je een goed overzicht hebt over de leerlijnen, de spreiding van de leerstof over het jaar en het examenprogramma. Je moet routine opbouwen, voordat je het niveau van je leerlingen écht goed kunt inschatten.’

Genormeerde toetsen

In het voortgezet onderwijs is individueel afstemmen moeilijker dan in het basisonderwijs, legt Van de Grift uit. ‘Op de basisschool heeft de leraar de hele dag dezelfde klas. In het voortgezet onderwijs zien de leraren hun leerlingen maar weinig, bij kleine vakken soms maar een of twee uur per week. Dan wordt het moeilijker om het niveau goed in te schatten.’ Bovendien wordt er in het voortgezet onderwijs nog weinig gebruik gemaakt van landelijk genormeerde toetsen, zoals de Cito-toets in het basisonderwijs. ‘Elke leraar neemt natuurlijk toetsen en proefwerken af, maar om goed te kunnen vaststellen welke leerlingen achterblijven bij leeftijdgenoten in het land en welke leerlingen beter kunnen presteren, zijn landelijk genormeerde toetsen nodig. Daarmee geven we de leraren gereedschap in handen om hun onderwijs beter op individuele leerlingen af te stemmen.’

Verdere professionalisering

Ook hebben leraren verdere professionalisering nodig, meent Van de Grift. Experimenten laten zien dat klassenconsultatie en coaching leraren helpen de prestaties van hun leerlingen te analyseren en op grond daarvan maatwerk te leveren. ‘Een enkele masterclass of eendaagse conferentie is niet genoeg,’ stelt Van de Grift. ‘Een leraar profiteert er veel meer van als een collega of een vakdidacticus zijn lessen geregeld observeert, analyseert en adviezen geeft. Op een aantal scholen in het noorden van het land wordt inmiddels aan deze vorm van professionalisering gewerkt.’

Curriculum vitae

Wim van de Grift (1951) studeerde psychologie te Utrecht en promoveerde in Leiden op de rol van schoolleiders op onderwijsvernieuwingen. Hierna werkte hij onder meer als onderzoeker aan de universiteit van Amsterdam en bij de Inspectie van het Onderwijs. Sinds 2008 is hij hoogleraar onderwijskunde aan de RUG en hoofd van lerarenopleiding UOCG.

Reacties

Fokko Smedema (j uni 1, 2011 om 9:52 am)

Hm. Een leraar die lesgeeft in bijvoorbeeld 5 VWO, moet zijn vak gewoon doceren op het algemeen gewenste niveau wat een leerling in 5 VWO hoort te hebben. Leerlingen die dat niet aankunnen, zouden een niveau terug moeten. Er bestaat toch ook zoiets als individuele verantwoordelijkheid van het kind? De verantwoordelijkheid om zelf te oefenen met de stof en op tijd hulp te vragen als het niet lukt.

We hebben honderduizenden leerlingen in Nederland, die allemaal onderwijs volgen op kosten van de belastingbetaler. Als al die leerlingen een individuele aanpak krijgen, maatwerk dus, dan rijzen de kosten de pan uit. Niet doen dus.
Gewoon 30 leerlingen in een klas, een leraar voor de klas die onderwijs op hoog niveau geeft, en de verantwoordelijkheid om te overleven ligt bij de leerling.

Willen ouders maatwerk voor hun kind, dan moeten ze daarvoor maar extra, particuliere bijles inkopen of hun kind naar een particuliere school sturen. Er zijn overal huiswerkinstituten die tegen betaalbare tarieven leerlingen graag willen helpen.

Saskia Kunnen (juni 7, 2011 om 11:45 am)

Het is te simpel om uit te gaan van één 5VWO niveau. Ook gaat het in het artikel van van der Grift niet om leerlingen die eigenlijk boven hun niveau zitten. Die kunnen inderdaad beter een ander schooltype kiezen. Maar de leerlingen hebben verschillende vakken, zijn misschien heel goed in enkele vakken en hebben een of twee struikelvakken. Door daar op in te spelen kan je ze helpen om op alle vakken een hoger niveau te bereiken. Op basisscholen is het mogelijk om te differentieren zonder dat het heel veel geld kost. Dat is op middelbare scholen ook mogelijk. In feite besteed je iets meer aandacht aan het professionaliseren van de leraar. En omdat een leraar die extra kennis zijn hele carrierre kan toepassen weegt de winst al heel gauw op tegen de extra kosten. Onlangs is berekend hoeveel het Nederland kost als we inderdaad zakken in de rangorde voor wat betreft onderwijsniveau. Voor een fractie daarvan kan je investeren in het niveau van de leraren.

Van de Grift meldt dat op een aantal scholen volgens zijn voorstel wordt gewerkt. Besluiten over verdere invoering kunnen dan gebaseerd worden op de resultaten op die scholen.

Els van Houten (juni 10, 2011 om 8:11 am)

Individuele coaching van leraren lijkt mij een goede manier om leraren te professionaliseren. Van de Grift heeft het echter vooral over coaching op het gebied van (kennis over?) leerlijnen en leerprestaties. Er lijkt geen aandacht te zijn voor de motiverende kracht van de leraar. Vooral door gebrek aan motivatie belanden leerlingen vaak in een klas of schooltype onder hun niveau. Leraren zouden een grote (want motiverende) rol kunnen spelen in het voorkomen van dit afglijden. Dat geldt voor alle schooltypen, maar zeker ook voor 5 VWO. Een hoger schooltype dan dat hebben we niet, maar op het VWO zitten leerlingen die veel meer aankunnen dan het algemeen gewenste niveau. Leren op het algemeen gewenste niveau is demotiverend voor deze leerlingen. Leerlingen die goed leren, kunnen op sommige scholen extra, ook wel bijzondere vakken krijgen: differentiatie. Dat motiveert best, maar de leraar zelf doet de rest.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10

Meer nieuws

  • 11 september 2018

    Van Klokhuis-vraag naar Veni-subsidie

    Als kind was Jorrig Vogels al gefascineerd door taal en vergeleek hij de verschillende woorden voor ingrediënten op verpakkingen. Een jaar terug sleepte de taalonderzoeker een Veni-beurs in de wacht. ‘Taal heeft iets telepathisch: het beeld dat ík in...

  • 07 september 2018

    Constructief overleg – gezamenlijke overeenkomst

    Na een intensief en constructief gesprek met de actievoerende studenten van studentenpartij DAG en ROOD (jongeren SP) is donderdagavond een gezamenlijke overeenkomst bereikt op vier punten, vooral gericht op de lange termijn.

  • 04 september 2018

    Weg met die systeemplafonds

    Als Zuidlarens jongetje vond hij al die oude gebouwen in de stad Groningen maar niks. De interesse in historische panden kwam pas later, tijdens zijn studie Bouwkunde. Als bouwkundige is René Bosscher nu verantwoordelijk voor de buitenkant van de gebouwen...