Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof.dr. Erik Frijlink: ‘We zijn hard op weg het armenhuis van West-Europa te worden’

18 mei 2011

Nederlandse bedrijven lopen flink achter als het gaat om innovatie. Een gevaarlijke ontwikkeling, vindt Erik Frijlink, hoogleraar Farmaceutische Technologie en Biofarmacie aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Als we zo door gaan kan er van een kenniseconomie geen sprake zijn. Sterker nog, we zijn hard op weg het armenhuis van West-Europa te worden.’

Erik Frijlink
Erik Frijlink

Frijlink: ‘In Nederland vinden bedrijven het belangrijk om risicoloos te opereren. Mensen worden niet beloond als ze risico durven te nemen, maar er juist op afgerekend.’ In de Europese innovatiemonitor staat het zwart op wit: Nederland is een volger, geen innovator. ‘We lopen verschrikkelijk achter bij landen als Zweden, Finland en Duitsland.’ Voor die behoudende opstelling zal Nederland uiteindelijk de prijs betalen, aldus Frijlink. ‘Zonder innovatie kom je niet verder. Op een gegeven moment is het aardgas op, raakt het geld op en krijgen we massa’s werklozen. Een negatieve spiraal waarbij we eindigen als de Tokkies van West-Europa.’

Subsidies stopgezet

‘Bedrijven in Nederland spelen op safe’, stelt Frijlink. ‘In de Europese innovatiemonitor halen we net het gemiddelde, maar alleen omdat de overheid tot nog toe een stimulerende rol speelde.’ Maar ook daar is met het huidige kabinet een einde aan gekomen. ‘Politici praten wel over kennis en innovatie, maar ze vinden het - net als veel bedrijven - niet écht belangrijk.’

De maatschappelijke waarde van kennis en van innovatie op de lange termijn wordt onvoldoende onderkend, meent Frijlink. Tot een aantal jaar geleden was de regering bereid te investeren in innovatie, onder meer door het verstrekken van innovatiesubsidies. ‘Nu stoppen ze alle innovatieprogramma’s die vanuit de FES-gelden gefinancierd worden. Het enige dat overblijft, is een fiscaal voordeel voor bedrijven die wel innoveren. Maar daarvoor heb je wel bedrijven nodig die dat durven en willen doen. Bij grote bedrijven is dat veelal niet het geval. En kleine bedrijven durven en willen vaak wel, maar hebben het kapitaal niet.’

Te weinig vertrouwen

‘Binnen het bedrijfsleven is innovatie een ondergeschoven kindje’, stelt Frijlink. ‘Er is geen land in Europa waar managers zo weinig vertrouwen hebben in hun eigen Research & Development-afdelingen als bij ons.’ Hoe dat komt? ‘Managers in Nederland zijn kortzichtig en hebben te weinig kennis, ervaring en inzicht in wetenschap en techniek’, aldus Frijlink. ‘Het zijn juristen en bedrijfskundigen. Mensen voor wie kennis en techniek heel vieze woorden zijn. En dat zijn dan de mensen die beslissen over innovatie.’

Managers denken alleen nog in tijdslijnen van twee jaar, stelt Frijlink. ‘Maar voor echte innovatie heb je juist een lange adem nodig. Neem de ontwikkeling van een tablet dat heel specifiek een medicijn afgeeft in de diepere delen van de darm. Het ontwikkelen hiervan kan maanden duren, maar ook drie jaar. En dan nog is de kans reëel dat het mis gaat. Binnen de huidige denkpatronen van managers in het bedrijfsleven is dat geen optie. En dus doen we het niet. Maar zo komen we nooit een stap verder.’

Durven mislukken

‘Om te kunnen innoveren moet je durven mislukken’, aldus Frijlink. ‘Zeventig tot negentig procent van wat je uitprobeert mislukt. Dát is innovatie. Dingen doen waarvan iedereen denkt: dat kan niet. Maar managers durven dat risico niet te lopen.’ Volgens Frijlink weten leidinggevenden nauwelijks nog wat innovatie is. ‘We zijn de juiste betekenis compleet uit het oog verloren. Zelfs een reisje met het management naar de R&D-afdeling wordt tegenwoordig benoemd als innovatie.’

Toekomst in kleine bedrijven

Echte innovatie komt vooral voort uit kleine bedrijven. Volgens Frijlink ligt daar dan ook de toekomst. ‘Maar dan moeten ze daarbij wel gesteund worden door de overheid.’ Een risico daarbij is dat deze bedrijven kleine ‘subsidieslurpers’ worden, aldus Frijlink. ‘Dat zijn bedrijfjes waarbij de focus meer ligt op het binnenhalen van subsidie dan op echte innovatie.’

Daar ligt dan ook een grote uitdaging. ‘We moeten zorgen dat kleine bedrijven wel de mogelijkheid krijgen te ontwikkelen, maar daarbij ook gedwongen worden echt te innoveren.’ Wat je ook bedenkt, veel van deze bedrijven zullen hoe dan ook failliet gaan, denkt Frijlink. ‘Maar als het goed is staat daar een aantal fantastische innovaties tegenover.’

Curriculum Vitae Erik Frijlink

Prof.dr. Erik Frijlink (1960, Meppel) is sinds 1998 hoogleraar Farmaceutische Technologie en Biofarmacie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarvoor was hij hoofd van de afdeling Farmaceutische Ontwikkeling van Solvay Pharmaceuticals.

4 reacties

Fokko Smedema (m ei 18, 2011 om 10:15 am)

Voor succesvolle innovatie heb je geen subsidie nodig. Een goede innovatie bewijst zichzelf op de vrije markt. Het is waar dat Nederland achterloopt wat betreft innovatie. Maar dat komt niet door een falend overheidsbeleid.

In de Verenigde Staten, waar het bedrijfsleven ver voorop loopt in innovatie, is geen enkele vorm van overheidssteun. In Sillicon Valey, waar dagelijks innovatieve projecten worden opgestart, is subsidie een vies woord. In plaats daarvan zoeken entrepreneurs financiering van particulieren. En dat is wat we ook in Nederland moeten doen.

Innovatie vraagt niet om overheidssubsidies, maar om (particuliere) investeerders die bereid zijn risico te lopen. Ondernemers moeten zelf de kapitaalmarkt op. Als het je daar niet lukt om je idee te verkopen, is het ook geen goed idee. De markt werkt als selectiesysteem, en doet dat beter dan dat de overheid dat kan doen.

Verder speelt het onderwijs een belangrijke rol. Vraag aan een High Potential (topstudent) wat hij/zij wil, en ze dromen allen van een traineeship bij een gevestigde multinational. Bij voorkeur willen ze doorstromen naar een general management, financial, of marketingfunctie.In de VS willen veel High Potentials een eigen onderneming starten, en is er volop ruimte voor hen om geld te lenen. Dát maakt het verschil.

Klaas van Berkel (mei 18, 2011 om 13:21 pm)

Goed, stel dat Nederland achterblijft als innovatieland en stel dat subsidie niet helpt als de markt zichzelf niet helpt, hoe komt dat dan? Als historicus verbaast het mij steeds dat die vraag zo weinig wordt gesteld. Waarom investeren ondernemers niet (meer) in innovatie, waarom doodt de angst om te mislukken elk serieus initiatief? Ligt dat aan het belastingsysteem, aan een historisch of cultureel bepaalde mentaliteit (doorgegeven via het onderwijs of wat dan ook), is het de erfenis van onze handelsmentaliteit (handelaars verhandelen bestaande dingen, dat is veilig, zei Wubbo Ockels laatst, terwijl fabrikanten iets nieuws moeten verzinnen), zijn we lui geworden door de opbrengsten van het aardgas, of moet je de oorzaak weer ergens anders zoeken? Als we niet verder komen dan de beschrijving van de kwaal en de oorzaken niet opsporen, krijgen we het lek nooit boven en lopen we over tien of twintig jaar nog steeds te klagen.

Martin van de Wardt-Olde Riekerink (mei 19, 2011 om 11:22 am)

Discussieren over innovatie is ook een zinloze bezigheid. Als de overheid verbeteringen wil moet ze een koers uitzetten. In Nederland is alles dichtgereguleerd. De kansen voor het individu liggen niet in excelleren, maar in participeren. In de pas lopen, papiertjes halen, middelmaat voldoet, steek je energie liever in andere dingen.

Op zich niet erg, verhef het maar tot volkskunst. Maar dan moet Nederland als land dat ook gaan doen in de wereld. We moeten er bij blijven horen, niet moielijk doen, meewerken en ons laten fêteren door de landen en regio’s die er wél toe doen. En voor hen als vriendelijk klapvee in de coulissen staan terwijl zij de bloemen rapen.

Frans Cuppen (mei 21, 2011 om 14:50 pm)

Er zijn meer dan genoeg initiatieven voor innovatie in Nederland! Waar het aan ontbreekt is durfkapitaal, zowel bancair als privaat. Wat we teveel hebben is regelzucht en vooral veel te veel invloed van gevestigde instituties op het overheidsbeleid, waardoor initiatieven van kleine ondernemingen in de kiem worden gesmoord, nog voordat ze het levenslicht hebben aanschouwd. Overigens is het nastreven van een “kenniseconomie” gedoemd te verzanden als kennis niet wordt omgezet in producten en diensten voor exportgerichte samenwerking met het buitenland.

Het is niet alleen het gebrek aan (kansen voor) innovatie, maar ook het nationalistisch navelstaren en de illusie dat het aardgas nooit op zal raken die onze economie op den duur de nek om zullen draaien.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws