Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Dr. Quirijn van den Hoogen: ‘Gemeenten moeten leidende rol spelen in kunstbeleid’

27 april 2011

Het draagvlak voor een landelijk subsidiebeleid voor kunst is wankel. Dat heeft niet te maken met hetgeen kunstinstellingen de afgelopen jaren hebben gedaan, maar vooral met een veranderende mentaliteit, meent Quirijn van Hoogen, docent kunstbeleid en kunstsociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Dat er iets moet veranderen is duidelijk, vindt hij. ‘Maar pak dan meteen door en draag de verantwoordelijkheid voor het kunstbeleid over aan een overheidslaag die hiermee aantoonbaar meer affiniteit heeft: de gemeenten.’

Quirijn van den Hoogen
Quirijn van den Hoogen

‘De problemen van het kunstbeleid gaan vooral over de legitimiteit van overheidsingrijpen. Tegenwoordig vinden veel mensen het niet meer normaal om te betalen voor iets dat ze zelf niet nodig hebben of gebruiken.’ Als voorbeeld noemt Van den Hoogen de advertenties voor ziektekostenverzekeringen op maat. ‘Zo hoef je bijvoorbeeld niet te betalen voor kinderen die je zelf niet hebt. Maar dat is nou juist hoe heel dure verzekeringen betaalbaar blijven voor anderen. Het kunstbeleid was tot nu toe gebaseerd op hetzelfde principe. We betalen met zijn allen voor een deel van de mensen.’

Denkfout

De nieuwe beleidsnota voor de kunsten is de slechtste nota die ooit gemaakt is, vindt Van den Hoogen. ‘Er is een enorme denkfout gemaakt door te stellen dat het beter zal gaan met de kunstsector door meer marktwerking. De conclusie: als het echt belangrijk is, betaalt de markt het zelf wel. Dat heeft niks te maken met cultuurbeleid. Je kunt de instellingen niet wegen op de mate waarin ze marktconform werken. Dat werkt net zo min in de kunstsector als in de omroepwereld.’

Bij de herziening van het kunstbeleid ziet Van den Hoogen vooral een rol weggelegd voor gemeenten. ‘Die zouden een leidende rol moeten spelen’, vindt Van den Hoogen. ‘De leden van de Raad van Cultuur kijken veel te veel naar individuele kunstinstellingen. Hoe een bepaalde schouwburg het doet, bekijkt die schouwburg zelf wel. Zorg liever voor een bredere blik. Kijk regiobreed en zet je voelsprieten uit naar de buitenwereld. Een breed samengestelde adviescommissie kan aanvragen beoordelen op verschillende niveaus. Zowel op artistieke kwaliteit als de waarde voor het publiek en de samenleving.’ In een dergelijk lokale adviesraad zetelen uiteraard kunstenaars, maar ook wetenschappers en personen uit de semiprivate wereld.

Ontwikkelen programma’s

Een gevolg hiervan is dat ook de beoordeling van het kunstbeleid veel lokaler kan. ‘De Raad van Cultuur kan dan ook wel weg’, zegt Van den Hoogen voortvarend. ‘Tenminste, wat betreft de beoordeling van individuele instellingen. Het Rijk kan zich dan vooral richten op het ontwikkelen van verschillende (regionale) programma’s, zoals de Tafel van Zes voorstelt in haar pleidooi Minder waar het kan, beter waar het moet.’

De Tafel van Zes pleit voor programma’s waarmee de overheid specifieke, actuele beleidsdoelen kan realiseren. Samen met maatschappelijk, publieke, private of sectorale partners. Zo zouden de komende jaren bijvoorbeeld programma’s ontwikkeld kunnen worden op het terrein van cultuur en school, cultuur en media, innovatie en kennisontwikkeling, exportpromotie, ontwikkeling van ondernemerschap en leiderschap en het opstellen van een sectorbrede onderzoeksagenda.

Lokale allianties

Een subsidiebeleid op gemeentelijk niveau opent ook deuren naar lokale allianties. Van den Hoogen: ‘Denk aan een woningbouwvereniging die zich verbindt aan een lokaal project of het UMCG in Groningen dat de samenwerking aangaat met het NNT of NNO. Door dergelijke allianties ontstaat vanzelf meer verbondenheid met de samenleving. Daarbij zijn dit soort zaken op lokaal niveau ook veel makkelijker te regelen dan landelijk.’

Curriculum Vitae

Quirijn Lennert van den Hoogen (Soest, 1969) studeerde Bedrijfskunde en Kunst en Kunstbeleid aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij werkte als zelfstandig adviseur op het gebied van cultuur en was beleidsadviseur cultuur voor provincie en gemeente Groningen en bij de Vereniging Nederlandse Gemeenten in Den Haag. Momenteel doceert hij kunstbeleid en kunstsociologie bij de opleiding Kunsten, Cultuur en Media van de RUG. Onlangs promoveerde hij op zijn onderzoek naar het functioneren van podiumkunsten in de stedelijke samenleving vanuit het perspectief van gemeentelijk cultuurbeleid.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws