Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof.dr.ir. Theo Spek: ‘Negatieve gevolgen natuurbeleid Bleker snel zichtbaar’

13 april 2011

Liefhebbers van een wandeling in de natuur zullen al binnen een paar jaar de negatieve gevolgen merken van het natuurbeleid van staatssecretaris Henk Bleker van Landbouw. Vooral zijn bezuinigingen op organisaties die de natuur beheren, zoals Natuurmonumenten, de ‘Landschappen’ en Staatsbosbeheer, zullen meteen leiden tot een verwildering van bos, hei en andere natuur in Nederland. Dat zegt Theo Spek, hoogleraar landschapsgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij bepleit een ‘zachte landing’ voor deze organisaties.

Dat veel Nederlanders in de weekenden over goed onderhouden bospaden kunnen wandelen, door een zeer divers landschap kunnen struinen en daar af en toe ook nog een zeldzame vogel kunnen ontwaren, is een groot goed, maar het kost de overheid wel veel geld. Al dat onderhoud en de zorg voor het landschap is grotendeels de verdienste van de zogeheten TBO’s, de Terreinbeherende Natuurorganisaties. Die hebben de afgelopen decennia een groot deel van het landschap vorm gegeven.

Subsidie-infuus

‘De TBO’s hebben al die miljoenen heel goed besteed, maar ze hebben nooit naar een terrein gekeken als een bron van inkomsten. Dit in tegenstelling tot landeigenaren, die soms al eeuwen hun landgoederen grotendeels op eigen kosten beheren,’ zegt Spek. ‘Het zou heel gezond zijn als de TBO’s dat ook meer zouden doen, in plaats van aan het subsidie-infuus te liggen.’

Zachte landing

De Terrreinbeherende Natuurorganisaties moeten wel de tijd krijgen om die omslag te maken, waarschuwt Spek. ‘Nu gaan de bezuinigingen veel te ver. Dertig tot zeventig procent van het budget verdwijnt en er is zelfs sprake van het opheffen van Staatsbosbeheer. Dat is allemaal geld dat, in de vorm van 700 boswachters, dagelijks in het onderhoud van de natuur wordt gestoken. Als dat ophoudt groeien graslanden dicht met moerasbos en hele gebieden zullen worden verwaarloosd’, aldus Spek.

‘Dat gaat de Nederlander gigantisch merken. En het is wel degelijk een publiek belang dat mensen uit de steden af en toe in de natuur kunnen wandelen’. Spek vreest dat het jaren zal duren en vele miljoenen zal kosten om de opgelopen achterstand weer in te halen.

Biodiversiteit

Het is vooral in het belang van het landschap dat de kabinetsmaatregelen worden verzacht, maar ook de ecologische kwaliteit zal onder de bezuinigingen gaan lijden. Spek: ‘Natuurlijk, je kunt heel goed een landschap scheppen dat een mooi casco is, zonder dat er veel biodiversiteit te vinden is. Het grote publiek zal het echt niet merken dat er geen rode pimpernel meer groeit. Maar ik zou het jammer vinden. En om een misverstand weg te nemen: de kwaliteit van de natuur wordt niet beter als je haar met rust laat. De natuur wordt hier al sinds de prehistorie door mensen beheerd. Daar komt de variatie in het landschap en de diversiteit aan plantensoorten vandaan. Dat is een erfgoed dat we niet moeten verwaarlozen.’

Spek vindt dat de particuliere landschapsbeheerder dat tot nu toe goed hebben gedaan, maar noch zij, noch de boeren zullen de taken van organisaties als Natuurmonumenten of Staatsbosbeheer kunnen overnemen. ‘Bleker wil boeren daar een grotere rol in geven, maar ten eerste zijn veel gronden helemaal niet interessant voor hen en bovendien zijn boeren nu eenmaal geen natuurbeheerders.’

Ecologische Hoofdstructuur

Dat ook de aanleg van de Ecologische Hoofdstructuur wordt stilgelegd, is volgens Spek minder dramatisch, zolang die op den duur maar wordt voltooid. ‘De EHS is zonneklaar goed voor de natuur, noodzakelijk zelfs, maar het is geen ramp als de realisatie een paar jaar vertraging oploopt. In dat geval zijn er hooguit wat voorbereidingen voor niks getroffen. Als de EHS helemaal zou worden afgeblazen, zou dat wél erg zijn. De EHS heeft namelijk alleen maar zin als het hele netwerk er ligt, anders kunnen soorten zich niet verspreiden.’

Curriculum Vitae

Theo Spek (1963) studeerde en promoveerde aan de Landbouw Universiteit Wageningen. Hij was als onderzoeker verbonden aan het DLO-Staring Centrum, Alterra en van 2002- 2010 aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Hij werkte mee aan grote interdisciplinaire landschapsprojecten over Drenthe en de Veluwe en stond aan de wieg van de landschapsbiografie van de Drentsche Aa. In 2006 werd hij bijzonder hoogleraar Landschapsgeschiedenis aan de RUG en in 2010 fulltime. Spek is hoofd van het Kenniscentrum Landschap van de RUG.

Meer informatie

Bekijk de Adams Appel-video: Wat doen we met de grond onder onze voeten?

1 reactie

H.P.Runia (april 13, 2011 om 14:12 pm)

Geachte heer Spek,

Mijn complimenten voor uw gebalanceerde bijdrage over aanstaande ontwikkelingen in het landschapbeheer tegen de achtergrond van bezuinigingen.

Als ervaringsdeskundige (LAW/Nivon wandelingen) merk ik dat op veel plaatsen (vnl. N-O Ned) de afgelopen jaren er al sprake was dat “… en hele gebieden zullen worden verwaarloosd’ …”. Een oppervlakkige beoordelaar kan dan gemakkelijk tot de conclusie komen dat dat bezuinigen dus gemakkelijk kan.

Ik realiseer mij dat landschapsbeheerders op veel plaatsen grond aan het afsteken, bos aan het kappen en ontwateringssleuven aan het dichten waren. Maar op plaatsen waar niets gebeurde werd (gemakshalve?) gesteld dat dat de natuurlijke gang der dingen zou zijn. En soms klopt dat geeneens, zoals bijv. ten aanzien van korhoenders op de Veluwe waar het laten liggen van de kapsels een vergissing blijkt.

Het omvormen van landschapsbeheer moet snel gebeuren. Het afstoppen van “veel van hetzelfde” projecten kan ten goede komen aan het inhalen van achterstallig onderhoud op plaatsen waar tijden niets gebeurde.
Maar verschraling van budgetten moet vooral ook gebruikt worden om bestaande instanties kwalitatief te verbeteren. Want cultuurverandering-processen binnen organisaties kun je langs natuurlijke weg veel moeilijker realiseren.

mvg
Peter Runia

Laatst gewijzigd:30 november 2017 15:39
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws

  • 08 juni 2018

    Waardedaling woningen in aardbevingsgebied tot 2015 gemiddeld 9,3%

    Woningen in het Groningse aardbevingsgebied zijn tot 2015 gemiddeld 9,3% in waarde gedaald. Dat concluderen promovendus Nicolás Durán en hoogleraar Ruimtelijke Econometrie Paul Elhorst van de Rijksuniversiteit Groningen. Zij analyseerden data van de...

  • 06 juni 2018

    RUG op plek 120 in QS ranking

    De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) staat dit jaar op plaats 120 in de QS World Top University Rankings 2019. Afgelopen twee jaar stond de RUG opplaats 113 in deze lijst van bijna 1.000 universiteiten wereldwijd. Op nationale schaal is Groningen dit...

  • 06 juni 2018

    Nadruk op bloed, zweet en tranen veranderde medische wetenschap

    Bloed, urine, melk, zweet en sperma. Dat deze stoffen niet alleen voor medici, scheikundigen of biologen interessant zijn, bewijst de promotie van historicus Ruben Verwaal. Hij heeft onderzochthoe artsen de lichaamssappen bestudeerden in de achttiende...