Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Griekse studenten ... stille studenten

27 april 2011
Witte Toren, Thessaloniki

De banden tussen de Aristoteles Universiteit in Thessaloniki en de Rijksuniversiteit Groningen zijn al oud. Gedurende enige tijd hebben voormalige stafleden van de RuG zelfs een eigen huis gehad in Thessaloniki. Maar er was dringend behoefte aan een hernieuwde kennismaking. Met de deelname van Griekse collega’s aan de Hellenistische congressen in Groningen is daarvoor de eerste stap gezet, de reeks gastcolleges die ik begin april in Thessaloniki heb mogen geven waren een goed vervolg. Het bestaande Erasmusverdrag tussen Groningen en Thessaloniki maakte dit relatief gemakkelijk. De eerste plannen voor de gastcolleges dateren al uit augustus 2010, direct gevolg van het Hellenistisch congres waaraan ook dit jaar dr. Evina Sistakou weer deelnam. Op haar uitnodiging mocht ik een aantal colleges komen verzorgen binnen haar onderwijsprogramma. Daarnaast was er uiteraard ook ruimte voor een openbare lezing. Ik heb die kans met beide handen aangegrepen. Zoals zo vaak bij dergelijke impulsieve afspraken raakte ook deze in de loop van het najaar op de achtergrond, totdat eind december een verrassende mail uit Thessaloniki arriveerde: “Kom je nog?” Dit was het startsein voor een serieuze voorbereiding.

Voor mijn openbare lezing heb ik gekozen voor Aristophanes. “Approaching Aristophanes” bood me de gelegenheid deze schrijver vanuit verschillende invalshoeken aan de orde te stellen, invalshoeken die wij in Groningen van belang vinden voor de studie van Griekse en Latijnse teksten: integratie tussen taal en cultuur, zorgvuldige taalkundige analyse, doorwerking van de literatuur in latere perioden. Je kunt een tekst nu eenmaal niet begrijpen zonder de culturele, historische en religieuze achtergronden van de tekst bij de interpretatie te betrekken. Je kunt een tekst pas echt goed begrijpen als je diep doordringt in de taal, via ‘close reading’ en taalkundige analyse. En de teksten houden niet op aan het eind van de oudheid.

De masterstudenten besteedden dit semester aandacht aan het epyllion. Voor mijn college “Cui non dictus Hylas puer” had ik Theokritos, Idylle 13 uitgekozen, het verhaal over de liefde van Herakles voor Hylas, een episode uit de Argonautengeschiedenis die ook door Apollonios van Rhodos verteld wordt. Dit bood de mogelijkheid tot vergelijking en tot discussie met de studenten over de beide teksten. Die vergelijking is prima gelukt, maar de discussie ... Zijn Griekse studenten dan toch anders dan de Nederlandse?

Instituut Thessaloniki

Het derde college ging over de Medeia van Euripides, een hoorcollege voor de tweedejaars, een groep van 100, die maar nauwelijks in de zaal paste. En die zaal had al zoveel problemen overgeleverd omdat ik per se een powerpoint wilde laten zien, en omdat ik besloten had het college af te sluiten met enkele filmfragmenten. In “Medea on stage” heb ik de tekst van Euripides bekeken met één vraag steeds in het achterhoofd: wat gebeurt er op het toneel? Het is een toneeltekst en vaak vergeten studenten dat ze met een toneeltekst te maken hebben. Je moet zo’n tekst niet lezen, je moet hem als het ware voor je zien. De studenten hadden weinig moeite hun aandacht erbij te houden, zeker niet toen we bij de laatste scène aankwamen, Medeia en de zonnewagen. Maar ze zaten allemaal op het puntje van hun stoel bij de filmfragmenten: een trailer-achtige compilatie van scènes uit de voorstelling van Het Nationale Toneel én de centrale scène uit de voorstelling van het Noord Nederlands Toneel: Medeia op het toneel bakt pannenkoeken waarmee ze haar kinderen zal vergiftigen. De anders zo stille studenten lieten zich toen wel horen, vol verbazing over de heftige manier waarop het stuk gespeeld wordt. Maar of ze het nu waardeerden ... ik vrees van niet.

Laatst gewijzigd:16 september 2016 11:51

Meer nieuws

  • 20 september 2018

    Martijn Wieling gestart als bijzonder hoogleraar Nedersaksische/Groningse taal en cultuur

    Per 1 juli 2018 is Dr. Martijn Wieling benoemd tot bijzonder hoogleraar Nedersaksische / Groningse Taal en Cultuur. Wieling (Emmen, 1981) is universitair hoofddocent bij de opleiding Informatiekunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij gaat gedurende...

  • 11 september 2018

    Van Klokhuis-vraag naar Veni-subsidie

    Als kind was Jorrig Vogels al gefascineerd door taal en vergeleek hij de verschillende woorden voor ingrediënten op verpakkingen. Een jaar terug sleepte de taalonderzoeker een Veni-beurs in de wacht. ‘Taal heeft iets telepathisch: het beeld dat ík in...

  • 11 september 2018

    Eerste biografie van Piet Mondriaans vroege jaren

    Sinds zijn dood in 1944 is er een groot aantal biografieën van Piet Mondriaan verschenen - en zijn er evenzoveel mythes rondom zijn kunstenaarschap ontstaan. Hij zou bijvoorbeeld een minzame asceet zijn, of juist een bon-vivant. De Amerikaanse promovendus...