Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof.dr. Heinrich Winter: ‘Leers probeert aandacht af te leiden van zijn gebrek aan speelruimte’

09 februari 2011

Met veel bombarie kondigt Gerd Leers, minister voor Immigratie en Asiel, nieuwe, strengere asielwetgeving aan. Maar wat er aan die nieuwe regels zo vernieuwend is, valt bij nadere beschouwing niet te ontdekken. Prof.dr. Heinrich Winter van de Rijksuniversiteit Groningen is op zijn hoede. ‘Leers zit in een juridisch keurslijf. Zijn ferme taal dient om de aandacht af te leiden van zijn gebrek aan speelruimte.’ Uitlatingen van de minister in de media moeten kritisch gevolgd worden, vindt Winter. ‘We moeten ons voortdurend afvragen: hoe serieus is Leers precies? En wat is zijn agenda?’

Gerd Leers wil het asielzoekers minder gemakkelijk maken om steeds opnieuw beroep aan te tekenen in hun asielprocedure. Zegt hij. Met veel aplomb kondigde hij onlangs aan dat het aantal situaties waarin asielzoekers een hoger beroep in Nederland kunnen afwachten, zal worden gereduceerd. RUG-jurist Winter keek aanvankelijk op van de aankondiging, maar toen hij de plannen van de minister beter bekeek, kon hij er niets nieuws aan ontdekken. Winter: ‘Een hoger beroep, of beroep tegen een tweede beslissing mag je voortaan alleen in Nederland afwachten als er nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden zijn, zegt de minister. Maar dat is nu ook al zo. Oftewel: Leers kondigde met veel bombarie staand recht aan.’

Sahar uitzetten

Ook met andere plannen genereerde de minister veel media-aandacht. Zo kondigde hij aan in beroep te gaan tegen de uitspraak van de rechtbank in Den Bosch in de ‘zaak Sahar’. De rechtbank verbood uitzetting van dit Afghaanse meisje en haar gezin, omdat ze na tien jaar verblijf in Nederland meer binding hebben met Nederland dan met Afghanistan. Winter: ‘Het is begrijpelijk dat de minister dit besluit wil aanvechten. Hij wil niet dat een familie als deze wordt ‘beloond’ voor het oprekken van een asielprocedure. Maar aan de andere kant: kennelijk is er jarenlang niet gewerkt aan de terugkeer van dit gezin, of kon het gezin doodeenvoudig niet terug gezien de omstandigheden in Afghanistan. Dat moet de minister ook erkennen.’

Hoofd in het zand

Leers kan zijn energie beter steken in het snel en zorgvuldig afhandelen van nieuwe asielprocedures dan in het aanvechten van rechterlijke beslissingen, meent Winter. Tot voor kort weigerde de minister zo’n tweeduizend asielzoekers tot de procedure toe te laten die via Griekenland ons land hebben bereikt. Álle vluchtelingen moeten asiel aanvragen in het land waar ze de EU binnenkomen, redeneert de minister. Winter: ‘Maar we weten allang dat er in Griekenland geen zorgvuldige asielprocedure bestaat en dat de verblijfsomstandigheden daar ver onder de maat zijn. Bovendien weet de minister dat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens de terugzending naar Griekenland in vele ‘interim measures’ verbood. Toch heeft hij een duidelijke, algemene beslissing in deze zaak heel lang voor zich uitgeschoven. Zo heeft hij een groep asielzoekers gecreëerd die de moed volledig in de schoenen is gezakt, die zelf weinig initiatief meer zullen nemen - maar die hun procedure te zijner tijd hoogstens zullen tegenwerken.’

Kiezers bedotten

Bij de start van het kabinet-Rutte stelde Geert Wilders dat de instroom van asielzoekers door dit kabinet met vijftig procent zou afnemen. Die woorden hebben Rutte en Leers nooit in de mond genomen, maar ook zij stelden een forse daling van instroom in het vooruitzicht. Een luchtspiegeling, oordeelt hoogleraar Winter. ‘De kiezers voorspiegelen dat dit kabinet het aantal asielzoekers drastisch zal verminderen, is niet geloofwaardig. Daarmee bedot je je kiezers, zou ik bijna zeggen.’ De ferme uitlatingen van de minister zijn dan ook vooral bedoeld om de aandacht af te leiden van rechterlijke uitspraken die aantonen hoe weinig speelruimte Leers feitelijk heeft, oordeelt Winter.

Kansen in Brussel

Áls er al mogelijkheden zouden zijn om de instroom van asielzoekers in te dammen dan moeten die in Brussel worden gezocht, meent Winter. Maar of het Europese asielbeleid eenvoudig zal kunnen veranderen, betwijfelt de hoogleraar. ‘De afgelopen tien jaar is er veel gesleuteld aan de Europese asielwetgeving. We hebben nu een goed vangnet, dat in overeenstemming is met fundamentele rechtsbeginselen. De kans dat een gekwalificeerde meerderheid van Europese lidstaten die regels weer zal willen aanpassen, acht ik niet bijzonder groot.’

In Beeld: Heinrich Winter

Curriculum Vitae

Prof.dr. Heinrich Winter (1962) is bijzonder hoogleraar Toezicht en doceert onder meer bestuursprocesrecht, vreemdelingenrecht, refugee and asylum law en toezicht en rechtshandhaving aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is tevens directeur van het onderzoeks- en adviesbureau Pro Facto. Hij studeerde juridische bestuurswetenschappen en sociologie in Groningen en promoveerde in 1996. Hij doet onderzoek naar de werking van wetgeving en naar toezicht en handhaving.

Laatst gewijzigd:28 november 2017 16:59

Meer nieuws