Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof.mr.dr. Fokko Oldenhuis: 'Hoge Raad zet in Wilnis-zaak rem op te ruime risicoaansprakelijkheid'

10 januari 2011

'De tijd is voorbij dat de overheid als vangnet diende voor onvoorziene schade,' zegt de Groningse jurist prof.mr.dr. Fokko Oldenhuis. Het arrest van de Hoge Raad vorige maand over de dijkdoorbraak in Wilnis heeft volgens hem ook gevolgen voor bijvoorbeeld weggebruikers die met vorstschade bij de overheid aankloppen. 'Verhaal halen op de overheid is geen automatisme, want financiële kaders - lees: keuzes - van de overheid kunnen aansprakelijkheid beïnvloeden.'

foto Fokko Oldenhuis
Fokko Oldenhuis

Wie is aansprakelijk als een dijk het begeeft? Kunnen de burgers hun waterschade verhalen op de overheid? Die vraag stond centraal in het juridisch gevecht dat ontstond na de dijkdoorbraak in Wilnis. Over een lengte van 60 meter schoof in de nacht van 25 op 26 augustus 2003 de dijk ongeveer 7 meter op. Daardoor stroomde 230.000 m3 water in één nacht de woonwijk binnen. De materiële schade bedroeg ongeveer tien miljoen euro.

Nadat het water in z’n normale bedding was teruggedreven begon het zwartepieten-spel. De getroffen burgers stelden het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht, belast met de waterkering, aansprakelijk. Afgelopen december kwam de zaak tot een voorlopig einde. De Hoge Raad vernietigde toen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam waarin het Hoogheemraadschap als verantwoordelijke werd aangewezen. Maar de zaak is nog niet definitief beslecht: het gerechtshof in Den Haag gaat zich nu aan de hand van de door de Hoge Raad geformuleerde criteria buigen over de vraag wie aansprakelijk is.

Droogte

Vast staat dat het dijklichaam verzwakt was vanwege langdurige droogte. 2003 was een droge en hete zomer; hittegolven volgden elkaar op. Een onderzoekscommissie concludeerde achteraf dat veendijken kennelijk niet bestand zijn tegen langdurige droogte. De dijkgraven stelden evenwel dat zij zich voldoende hadden ingespannen. Ze hadden er alles aan gedaan om de dijk te verstevigen tegen overtollig regenwater en smeltwater. Niemand had eraan gedacht dat een veendijk ook door langdurige droogte zou kunnen bezwijken. De instructies voorzagen daar ook niet in. Er was geen schuld aan de zijde van de overheid. Op die basis kon de overheid dus niet worden aangesproken.

Maar ons recht kent nog een tweede grondslag voor schadevergoeding: de zogenaamde risicoaansprakelijkheid. De aansprakelijkheid treedt in als komt vast te staan dat de zaak een gebrek heeft, geheel los van het antwoord op de vraag of de bezitter schuld heeft. Is een dijk die water doorlaat een gebrekkige dijk? Een niet- jurist zal geneigd zijn die vraag onmiddellijk met ‘ja’ te beantwoorden. Maar zo eenvoudig ligt het niet.

Omstandigheden

Een zaak is gebrekkig, aldus de wet, als de zaak niet voldoet aan de eisen die men in de gegeven omstandigheden aan de zaak mag stellen. Duidelijk is dat de wetgever geen absolute en onvoorwaardelijke aansprakelijkheid heeft gewild. De rechtbank Amsterdam, waaraan de zaak in eerste instantie was voorgelegd, onderkende dat. De rechtbank wees erop dat in 2002, dat wil zeggen vlak vóór de ramp, de dijk bewezen had bestand te zijn tegen hoog water en extreme neerslag. De rechtbank leidde daaruit af dat ten tijde van de ramp de dijk voldeed aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mocht stellen.

In hoger beroep dacht het gerechtshof Amsterdam daar anders over. Het hof nam zonder omwegen aan dat een dijk die water doorlaat als een gebrekkige dijk moet worden beschouwd. Het hof overwoog uitdrukkelijk dat noch de toenmalige stand van wetenschap en techniek noch de financiële kaders - waarbinnen een overheidsinstantie nu eenmaal moet manoeuvreren - in de weg staan bij het nemen van aansprakelijkheid. Daarmee was de weg vrij voor een bijna absolute risicoaansprakelijkheid. De zaak stond op scherp.

Het Hoogheemraadschap ging in cassatie en stelde dat bij het antwoord op de vraag of sprake is van een gebrek, de stand van de toenmalige techniek en de financiële kaders wél een rol kunnen spelen.

De Hoge Raad sloot zich aan bij die beperkte uitleg van de risicoaansprakelijkheid. Uitdrukkelijk overwoog de Hoge Raad dat de wetgever een te ruime uitleg van aansprakelijkheid heeft willen voorkomen en dat gedragsnormen aan de zijde van de bezitter wel degelijk een rol van betekenis vervullen.

Financiële middelen

Toegespitst op Wilnis: het feit dat een dijk doorbreekt, betekent in het algemeen dat een dijk niet voldoet aan de eisen die men in de gegeven omstandigheden aan de dijk mag stellen. De bezitter van de dijk mag evenwel aantonen dat onder meer op grond van de toenmalige stand van de wetenschap en techniek, de beleidsvrijheid die de overheid bezit bij de uitvoering van zijn publieke taak en de financiële middelen die hem in dat verband ten dienste staan, geen rekening behoefde te worden gehouden met langdurige droogte als faalmechanisme. De Hoge Raad merkt daarbij op de zojuist genoemde factoren in uiteenlopende richting kunnen wijzen, maar dat gelet op de waarborgfunctie die een dijk heeft aan het tegenbewijs 'strenge eisen' dienen te worden gesteld.

In het licht daarvan is de afloop van de Wilnis-zaak - het hof Den Haag moet daarover een oordeel vellen - nog geen gelopen race. Duidelijk is wel dat in het algemeen de risicoaansprakelijkheid, die op de bezitter van dijken en wegen rust, niet als een automatisme kan worden beschouwd. Gebrek is een normatief begrip, waarbij waarden - met inbegrip van gedragsnormen - zullen moeten worden gewogen. Zo onomwonden heeft de Hoge Raad dat onder het nieuwe vermogensrecht niet eerder verwoord.

Speciale positie

Verder wordt in het arrest uitdrukkelijk de speciale positie van de overheid in die afweging meegenomen. Ten aanzien van de aansprakelijkheid van de overheid komt, aldus de Hoge Raad, mede betekenis toe aan de 'hem (overheid) toekomende beleidsvrijheid en ter beschikking staande financiële middelen'. In onze verjuridiseerde samenleving dient die overweging naar het oordeel van Oldenhuis als een terecht geslagen 'piketpaal' te worden beschouwd.

Het arrest heeft vergaande gevolgen voor claims van weggebruikers in geval van plotseling optredende vorstschade. Indien de overheid kan aantonen dat zij met het haar ter beschikking staande personeel alles in het werk heeft gesteld om vorstschade te lijf te gaan, zal een weggebruiker plotseling optredende vorstschade niet onder het mom van risicoaansprakelijkheid op de overheid kunnen afwentelen.

De tijd dat de overheid voor vele weggebruikers als vangnet voor onvoorziene schade fungeerde lijkt dan ook voorbij. De primaire verantwoordelijkheid van de weggebruiker zélf wordt door dit arrest zwaarder aangezet dan voorheen uit de rechtspraak kon worden afgeleid. Die trend sluit aan bij een terugtredende overheid. Oldenhuis onderschrijft de door de Hoge Raad gemaakte keuzes.

Curriculum Vitae

Fokko T. Oldenhuis (Delfzijl, 1950) is sinds 2005 bijzonder hoogleraar Religie en Recht bij de Faculteit Rechtsgeleerdheid en de Faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap. Hij is verbonden aan de vakgroep Privaatrecht en Notarieel Recht van de RUG. Daarnaast is hij sinds 1993 raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof te Arnhem. Naast publicaties over religie en recht heeft Oldenhuis vele werken geschreven over aansprakelijkheidsrecht en huurrecht.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10
printView this page in: English

Meer nieuws