Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Charlotte Gooskens heeft NWO-subsidie ontvangen voor onderzoek naar communicatie in Europa

13 januari 2011

Dr. Charlotte Gooskens, universitair hoofddocent Scandinavische Talen en Culturen, heeft samen met prof.dr. Vincent van Heuven (Leiden Universiteit) een NWO-subsidie ontvangen in de Vrije Competitie Geesteswetenschappen voor de onderzoeksaanvraag Mutual intelligibility of closely related languages in Europe: linguistic and non-linguistic determinants. Het onderzoek gaat over de onderlinge verstaan­baarheid in Europa. Hoe goed kunnen bijvoorbeeld Spanjaarden en Portugezen of Denen en Zweden elkaar verstaan als ieder zijn eigen taal blijft spreken (“receptieve meertaligheid”)? En hoeveel beter of slechter verstaan zij elkaars Engels (“Engels als lingua franca”)?

Charlotte Gooskens
Charlotte Gooskens

Verbetering van communicatie in Europa

In 2007 publiceerde The High Level Group on Multi­lingualism (HLGM) een overzicht van onderwerpen die onderzocht zouden moeten worden om, met behoud van de meertalige rijkdom, de communicatie binnen Europa te verbeteren. Twee van deze onderwerpen vormen de basis voor het project. Ten eerste signaleert de HLGM een gebrek aan kennis over de onderlinge verstaanbaarheid tussen nauw verwante talen in Europa en de mogelijkheid om te communiceren via receptieve meertaligheid, waarbij sprekers van nauw verwante talen elk hun eigen taal blijven spreken. Ten tweede signaleert de HLMG een behoefte aan een evaluatie van de mogelijkheden en beperkingen van het gebruik van het Engels als lingua franca (ELF) op Europees niveau. Het is belangrijk meer kennis te verzamelen over hoe goed sprekers van verschillende talen in Europa elkaar kunnen begrijpen in het Engels.

Receptieve meertaligheid vs. Engels als lingua franca

Behalve in Scandinavië wordt in Europa nog weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te communiceren via receptieve meertaligheid. Kennis over de mate van onderlinge verstaanbaarheid in Europa en de linguïstische en niet-linguïstische basis daarvan is beperkt. De bruikbaarheid van het Scandinavische model is door de huidige onderzoeksgroep van Charlotte Gooskens duidelijk aangetoond en kan makkelijk worden toegepast op de communicatie tussen sprekers van andere nauw verwante talen in Europa als een alternatief voor het Engels als lingua franca (ELF).

In het nieuwe project zal een grootschalig experimenteel onderzoek worden uitgevoerd naar de onderlinge verstaanbaarheid van nauw verwante talen binnen de Germaanse, Slavische en Romaanse taalfamilies. De resultaten zullen worden gecorreleerd met linguïstische factoren, zoals fonetische en lexicale afstanden, en met niet-linguïstische factoren, zoals attitudes tegenover en vertrouwdheid met de testtalen. De verstaanbaarheid van de varianten van het Engels zoals die worden gesproken door de sprekers van de verschillende nauw verwante talen zal ook worden getest. Op deze manier kan de (onderlinge) verstaanbaarheid van nauw verwante talen worden vergeleken met de verstaan­baarheid van ELF.

In ongunstige omstandigheden, bijvoorbeeld als informatie ontbreekt of afwijkend is ten opzichte van de taal van de luisteraars, zijn luisteraars opmerkelijk goed in staat te begrijpen wat er wordt bedoeld. De informatie over de verstaanbaarheid van verschillende nauw verwante talen in ons onderzoek vormen een perfect natuurlijk laboratorium voor het bestuderen van de grootte van linguïstische afstanden die mensen kunnen overbruggen. Meer in het algemeen zullen de resultaten van ons onderzoek daarmee inzichten geven in de robuustheid van het menselijke taalvermogen.

Vrije Competitie Geesteswetenschappen

De Vrije Competitie Geesteswetenschappen ondersteunt ervaren onderzoekers bij het uitvoeren van hun onderzoeksprogramma's. Charlotte Gooskens heeft voor haar onderzoeksproject een budget toegewezen gekregen van een miljoen euro. Aan het project van maximaal 5 jaar zullen onder anderen drie promovendi en twee postdocs in Groningen gaan werken. Het onderzoek zal worden uitgevoerd in samenwerking met prof. dr. Vincent van Heuven van het fonetische laboratorium van de Universiteit Leiden.

Contact: Charlotte Gooskens

Laatst gewijzigd:04 juli 2014 21:23

Meer nieuws

  • 24 september 2018

    Presentatie boek over archeologisch onderzoek De Onlanden

    Zuidelijk van de stad Groningen ligt een geliefd natuurgebied: De Onlanden. Het Groninger Instituut voor Archeologie van de RUG heeft hier afgelopen jaren uitgebreid onderzoek gedaan. De resultaten staan beschreven in het boek ‘Huisplaatsen in De Onlanden...

  • 20 september 2018

    Martijn Wieling gestart als bijzonder hoogleraar Nedersaksische/Groningse taal en cultuur

    Per 1 juli 2018 is Dr. Martijn Wieling benoemd tot bijzonder hoogleraar Nedersaksische / Groningse Taal en Cultuur. Wieling (Emmen, 1981) is universitair hoofddocent bij de opleiding Informatiekunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij gaat gedurende...

  • 11 september 2018

    Van Klokhuis-vraag naar Veni-subsidie

    Als kind was Jorrig Vogels al gefascineerd door taal en vergeleek hij de verschillende woorden voor ingrediënten op verpakkingen. Een jaar terug sleepte de taalonderzoeker een Veni-beurs in de wacht. ‘Taal heeft iets telepathisch: het beeld dat ík in...