Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

LUSTRUM: 45 jaar saamhorigheid en ambitie

15 november 2010

De Faculteit Wijsbegeerte bestaat 45 jaar. Prof.dr. Michel ter Hark blikt terug op de afgelopen tien jaar, waarin hij als decaan de faculteit in omvang zag verdubbelen.“We zijn een saamhorig bedrijf met een enorme ambitie.”

“We maken er een bescheiden feestje van”, zegt wijsbegeertedecaan prof.dr. Michel ter Hark. Woensdag viert zijn faculteit haar vijfenveertigste verjaardag. “Het echt grote feest bewaren we voor over vijf jaar.” Toch verdient de faculteit, die de afgelopen jaren flink gegroeid is, ook dit jaar een verjaardagsfeest. In hotel Corps de Garde, met muziek en een diner.

Zelf kwam Ter Hark vijfentwintig jaar geleden naar de Groningse faculteit Wijsbegeerte via een advertentie in de krant. Inleiding filosofie zou hij gaan geven en een avondopleiding voor studenten aan andere faculteiten die iets over filosofie wilden weten. “Wat ik aan onderzoek wilde doen, moest ik zelf maar uitzoeken”, zegt hij lachend. “Er werd destijds nauwelijks gelet op wat je onderzocht en waar je publiceerde.”

Idioot lang

Dat is nu wel anders. “We hebben nu vaste criteria voor onderzoek. Die zijn hoog en daar moet je gewoon aan voldoen”, vertelt Ter Hark. Voor onderwijs zijn minder vaste criteria, maar dat betekent niet dat de Groningse filosofen geen goed onderwijs geven, stelt hij. “Goede onderzoekers zijn vaak ook goed in het overbrengen van hun vak. Dat blijkt uit onze hoge scores bij onderwijsvisitaties en het Elsevier-onderzoek, waarin onze faculteit steevast hoog eindigt.”

Ter Hark is sinds tien jaar decaan van de faculteit Wijsbegeerte. Hij is van plan dat nog vier jaar te blijven. “Idioot lang”, vindt hij zelf. “Maar die continuïteit is wel goed voor de faculteit.” Net als de Veni-, Vidi- en Vici-subsidies, persoonsgebonden subsidies van subsidieverstrekker NWO om talentvolle en creatieve onderzoekers te ondersteunen bij het opzetten van hun eigen onderzoeksrichting. “Toen die subsidies in 2000 begonnen, hebben wij als bestuur ons beleid daar sterk op gericht.”

Met succes. Groningse filosofen sleepten twaalf zogenoemde Vernieuwingsimpuls-beurzen binnen. Vijf Veni’s voor pas gepromoveerden, evenveel Vidi’s voor iets verder gevorderde onderzoekers en twee Vici’s voor de ervaren wetenschappers. “Ons aandeel Veni, Vidi en Vici’s is bijna twintig procent van het totaal van de RUG. We zijn natuurlijk superklein, dus als je het relateert aan onze omvang is dat enorm."

Doorduwen

Dat juist zijn faculteit zoveel van de felbegeerde subsidies binnenhaalt, komt volgens Ter Hark door het ‘ietwat aggressief doorduwen van ons beleid’. “We hebben veel talent in onze faculteit en in ons netwerk. Die mensen bieden we veel kansen, maar dan moeten ze wel hun eigen geld binnenhalen.”

 

Als voorbeeld noemt Ter Hark theoretisch filosoof dr. Jan-Willem Romeijn. Toen een hoogleraar wetenschapsfilosofie met pensioen ging, koos Ter Hark er niet voor iemand met een gevestigde reputatie te zoeken als vervanger. “Dat kun je doen, dat deden we voorheen altijd.” Hij haalde de veelbelovende jonge onderzoeker Romeijn uit Amsterdam. “Romeijn had een Veni, maar kreeg in Amsterdam kennelijk onvoldoende kansen. Bij ons kon hij opteren voor een tenure track om in korte tijd hoogleraar te worden.”

Romeijn kwam naar Groningen, zag zijn kans en ‘won’ na een paar jaar de vervolgsubsidie Vidi. Ook Lodi Nauta, inmiddels hoogleraar Geschiedenis van de filosofie, bewandelde een dergelijke subsidieweg. “Deze weg is voor ons financieel heel aantrekkelijk”, legt Ter Hark uit. “Als we een gevestigde hoogleraar binnenhalen, moeten we ze gelijk hoog inschalen. Met een jong iemand, die voorlopig nog geen hoogleraar is, spaar je zo vijf jaar geld uit. Dat geld kun je besteden aan extra mensen.”

Bijzondere leerstoelen

Toch ontbreken ook de gevestigde filosofen niet. Prof.dr.mr. Igor Douven en prof.dr. Pauline Kleingeld zijn de twee nieuwe Endowed Chair-hoogleraren van de faculteit. De Groningse universiteit trekt sinds 2009 extra geld uit om internationaal vermaarde wetenschappers aan te trekken voor deze bijzondere leerstoelen. Iedere faculteit kan er een krijgen. “Wij hadden twee zeer goede kandidaten”, verklaart Ter Hark het feit dat zijn faculteit er twee kreeg. Lachend: “We hebben erg ons best gedaan ze ook allebei te krijgen.”

 

Hoogleraar analytische filosofie Douven verliet zijn onderzoeksgroep in Leuven. Hij gaat zich in Groningen richten op de wetenschapsfilosofie en op hoe mensen redeneren in hun alledaagse taal. Kleingeld start begin 2011 met de opdracht ‘Ethiek en haar geschiedenis’, waarin ze zich richt op onder meer burgerschap en kosmopolitisme. Kleingeld werkte eerder in de VS en in Leiden. Ter Hark: “Ze gaan zich tijdens het lustrumfeest aan de faculteit voorstellen in een publiek interview.”

Verdubbeling

Dat het faculteitsbestuur vooral jonge onderzoekers stimuleert, is te zien in de leeftijdsopbouw van de medewerkers. Waar eerst de vijftigplusser domineerde, zijn nu vooral dertigers en veertigers in dienst. Sinds 2000 is het aantal medewerkers verdubbeld naar 50. Ook het aantal startende studenten per jaar groeide van 25 tot 50 en de faculteit heeft nu zeven hoogleraren. Dat is vier meer dan in 2000.

 

De verdubbeling van zijn faculteit is een grote verandering, meent Ter Hark. Maar nog belangrijker vindt hij de verschuiving naar de competetieve sfeer die er nu is. “De ambitie was er twintig jaar geleden ook, maar bij individuen die allemaal hun eigen gang gingen”, memoreert Ter Hark. “Nu is iedereen ambitieus, maar wel met de faculteit voor ogen.” Onderzoekers werken vaak samen en op woensdagen zijn er lezingen en gaan veel onderzoeksgroepen uit eten. “Er heerst hier een goede sfeer. We zijn echt een saamhorig bedrijf.”

Onafhankelijk

Dat de Groningse faculteit Wijsbegeerte nog bestaat, is niet vanzelfsprekend. Veel andere filosofische faculteiten zijn opgegaan in ‘Geesteswetenschappen’. “Bij ons speelde dat gevaar ook eind jaren tachtig”, vertelt Ter Hark. Het aantal studenten was te klein. “We hebben nu meer studenten, maar spectaculair zal dat nooit worden.” Maar het geld dat nu voor onderzoek binnenkomt, is een stevige basis om onafhankelijk te blijven en dus het eigen beleid te blijven bepalen.

 

Ook in de toekomst zal de faculteit wel hobbels op haar weg vinden. Zoals de nieuwe financiering van het onderwijs. Studenten die te lang studeren, moeten veel meer collegegeld gaan betalen. Een serieuze bedreiging voor een studie als filosofie, die vaak als tweede studie wordt gekozen.

Toch ziet Ter Hark de toekomst zonnig in. Er zijn plannen voor een opleiding Politics, Philosophy en Economics op de RUG. En voor een gezamenlijke Masteropleiding met de London School of Economics en de Universiteit van München. “Een internationale masters oprichten is een vreselijke bureaucratische weg,” gruwt Ter Hark, “maar het zou prachtig zijn als het lukt.” Ook verwacht de decaan weer een goede slag te slaan bij de toekenning van subsidies. “Het enige waar we echt voor moeten oppassen, is dat we niet uit dit gebouw groeien.”

 

Foto's en/of videoverslag van de lustrumviering volgen.

 

Auteur: Maaike Muller

Laatst gewijzigd:04 juli 2014 21:22

Meer nieuws