Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof.dr. Heinrich Winter: 'Functioneren van inspecties moet beter in kaart worden gebracht'

08 september 2010

Toezichthoudende instanties zoals de Voedsel- en Warenautoriteit, de Inspectie voor de Gezondheidszorg, de Inspectie Verkeer en Waterstaat en de Onderwijsinspectie moeten beter inzichtelijk maken wat het nut van hun werk is. Dat betoogt bijzonder hoogleraar Toezicht Heinrich Winter, die stelt dat het zicht op de meerwaarde van toezicht door de diverse Rijksinspecties onvoldoende duidelijk is.

Nederland kent tal van toezichthoudende instanties, zoals de Voedsel- en Warenautoriteit, de Inspectie voor de Gezondheidszorg, de Inspectie Verkeer en Waterstaat, de Inspectie van het Onderwijs en de Arbeidsinspectie. De roep vanuit de publieke opinie en de politiek om ook op andere terreinen publieke controlerende organisaties op te richten is bovendien sterk, aldus Winter, die op 14 september 2010 zijn oratie over functioneren van toezichthouders houdt. ‘Er wordt voortdurend om meer en strenger toezicht gevraagd. Dat varieert van een oproep tot strenger toezicht op deurwaarders en overblijfkrachten op basisscholen tot de wens dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg privéklinieken waar cosmetische ingrepen en besnijdenissen plaats vinden, beter in de gaten houdt.’

Publiek geld

Volgens een ruwe schatting gaat er inmiddels een bedrag van 850 miljoen euro aan publiek geld om in toezichtland. ‘Tegelijkertijd is het opmerkelijk dat anno 2010 op het terrein van toezicht slechts mondjesmaat onderzoek wordt gedaan naar de meerwaarde ervan,’ merkt Winter op. ‘We beschikken daardoor nauwelijks over inzicht in de effecten van toezicht.’ Iets dat beslist wel nodig is, vult hij aan, gezien de enorme investering van publiek geld. Wanneer de toezichthouders een beter beeld hebben van het effect van hun werkwijze, kunnen ze bovendien de neiging onderdrukken voortdurend op incidenten te reageren, waardoor ze het ene moment actiever moeten worden en strenger moeten ingrijpen en het andere moment hun budgetten moeten verlagen en de omvang van hun organisaties drastisch inkrimpen.

Steviger toezicht

Het onderwerp krijgt momenteel extra aandacht na het verschijnen van het rapport van de Commissie Scheltema over het toezicht van De Nederlandsche Bank op de DSB Bank. ‘Er is veel kritiek op de rol van de Nederlandsche Bank en hoe ze het toezicht heeft uitgeoefend’, aldus Winter. ‘De conclusie in het rapport Scheltema is dat de controlerende taak steviger moet: indringender, vasthoudender en kritischer.’
Daarbij wijst Winter er op dat die conclusie niet op een empirische grondslag is gebaseerd: ‘We weten wel dat het mis is gegaan, maar daarmee weten we nog niet hoe het beter zal gaan in de toekomst. Voor toezicht in het algemeen geldt dat we niet weten of er te veel of te weinig toezicht is. Er wordt wel beweerd dat toezicht lijkt op zelfrijzend bakmeel, maar zolang we niet precies weten wat de effecten van toezicht zijn, kan evengoed worden beweerd dat er te weinig toezicht is.’
In een tweetal rapporten (2005 en 2008) heeft de Algemene Rekenkamer eerder ook al de aanbeveling gedaan om de resultaten van het toezicht te meten en te evalueren. Destijds is tevens afgesproken dat toezichthoudende instanties proefprojecten zouden beginnen om prestaties te meten. ‘Van deze voornemens is tot nog toe te weinig terecht gekomen,’ stelt Winter.

Voorzorgcultuur

De intensivering van het toezicht in de laatste decennia is volgens Winter te verklaren uit de verschuiving van gedogen naar handhaven, de introductie van privatisering en marktwerking op veel terreinen en de voorzorgcultuur die in onze risicosamenleving is ontstaan ‘Veel risico’s die de mens van oudsher bedreigden, hebben we uitgesloten,’ verklaart Winter. ‘Dat leidt echter niet tot minder, maar juist tot meer risico’s. Die risico’s zijn ook nog eens ingrijpender dan ooit. In toenemende mate worden overheden verantwoordelijk gehouden voor inperking van risico's. Dat doen ze door regels te stellen en daarop vervolgens toezicht te houden. Onze samenleving ontwikkelt zich hierdoor steeds sterker als een toezichtsdemocratie,' aldus Winter. ‘Het is de vraag of dat een goede ontwikkeling is.’

Bureaucratie

Inspecties moeten zelf verantwoordelijk worden gehouden voor het verschaffen van inzicht in de effecten van hun werk, benadrukt Winter. ‘Onderzoek moet worden ingebed in de lopende toezichtspraktijk.’ Hij trekt een parallel met wetgeving, waarbij de wet zelf vaak verplicht tot het meten en evalueren van de effecten van nieuwe wetten na een bepaalde periode. Bij verkeersveiligheid, voedselveiligheid of bijvoorbeeld arbeidsomstandigheden, zijn volgens Winter de effecten van handhaving goed te meten door gebruik te maken van bestaande statistieken. In de Verenigde Staten brengt de Federal Motor Carrier Safety Administration bijvoorbeeld heel precies in kaart of het lukt een bijdrage te leveren aan het terugdringen van dodelijke ongevallen veroorzaakt door grote trucks en bussen. Winter: ‘Met dergelijke harde cijfers kan de organisatie de politiek duidelijk maken welke daling van verkeersslachtoffers een extra euro budget oplevert. Dat is een zinniger discussie dan het debat over de vraag of er teveel verkeershandhavers zijn.’

Curriculum Vitae

Prof.dr. H.B. (Heinrich) Winter (1962) is Bijzonder Hoogleraar Toezicht en parttime hoofddocent bestuursrecht en bestuurskunde aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is tevens directeur van het onderzoeks- en adviesbureau Pro Facto. Hij studeerde juridische bestuurswetenschappen en sociologie in Groningen en promoveerde in 1996. Hij doet onderzoek naar de werking van wetgeving en naar toezicht en handhaving.

Noot voor de pers

Meer informatie: Heinrich Winter

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10

Meer nieuws

  • 16 oktober 2018

    Digital Society Conferentie Nederlandse universiteiten

    De digitale informatietechnologie dringt steeds dieper door in onze samenleving. Daarom organiseren de veertien Nederlandse universiteiten, verenigd in de VSNU, op dinsdag 27 november de internationale Digital Society Conference in de Rijtuigenloods...

  • 09 oktober 2018

    Wat de wereld écht moet weten over leiderschap

    ‘Weet jij hoe vaak organisaties een verkeerde leider selecteren?’, vraagt Janka Stoker. ‘Volgens recent onderzoek van Gallup gebeurt dat in maar liefst 82% van de gevallen! Deze leiders werden vaak gekozen omdat ze toevallig uitblonken in hun vorige,...

  • 02 oktober 2018

    Young Academy Groningen verwelkomt acht nieuwe leden

    De Young Academy Groningen (YAG) heeft acht nieuwe leden benoemd uit verschillende vakgebieden van deRijksuniversiteit Groningen.Dr. Laura Bringmann, dr. Jan Willem Bolderdijk, dr. Nanna Hilton, dr. Tina Kretschmer, dr.Jocelien Olivier, dr. Saskia Peels,...