Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Dr. Martijn van Zomeren: ‘Oranjegekte is sociale vluchtheuvel in tijden van individualisering’

29 juni 2010

De buurman zet ineens een gekke hoed op, het straatbeeld wordt bepaald door oranje vlaggetjes en de vuvuzela’s zijn niet aan te slepen. Nu het Nederlands elftal op het WK voetbal in Zuid-Afrika de finale heeft bereikt, zal de Oranjegekte tot ongekende hoogte stijgen. Hoewel de nationale voetbalkoorts soms absurde trekjes krijgt, heeft het fenomeen bovenal een positief effect op de maatschappij, stelt sociaal psycholoog Martijn van Zomeren. ‘De Oranjegekte draagt bij aan een tijdelijke vorm van harmonie in de samenleving. Het is een soort vluchtheuvel waar mensen even kunnen schuilen in tijden waarin zij heel erg op zichzelf zijn aangewezen.’

‘Juist in een maatschappij waarin individualisering een steeds grotere rol gaat spelen, geeft een evenement als dit WK een gelegenheid om het nationale gevoel concreet en met elkaar te beleven’, zegt Van Zomeren. ‘Het Oranjegevoel leidt er toe dat mensen met elkaar de wedstrijd beleven: in de kroeg, eigen huiskamer of zelfs buiten op grote tv-schermen. Mensen komen echt bij elkaar. Dat is geen nationalisme, maar gemeenschapszin. Het heeft te maken met het hervinden van wat wij gemeenschappelijk hebben. Dat is natuurlijk een heel mooie functie.’

Groepsidentiteit

Zo’n groepsidentiteit wordt voor mensen vooral belangrijk in situaties van competitie tussen groepen, legt Van Zomeren uit. ‘Op het moment dat de groepsidentiteit geactiveerd wordt, zoals tijdens een WK, gaan mensen door de ‘wij-bril’ naar de wereld kijken. Mensen verkleinen de verschillen binnen de eigen groep en overdrijven de verschillen met de andere groep. Dat beïnvloedt vervolgens ook hun gedrag. Iedereen kruipt nog meer toe naar de mensen die op hem of haar lijken. En daarvan zijn er ineens veel meer, omdat iedereen tot dezelfde groep behoort.’

Op die manier kan het contact met de mensen om ons heen worden versterkt. Van Zomeren: ‘Denk maar aan de buurman die je normaal gesproken alleen gedag zegt. Nu vraag je ineens: heeft u de wedstrijd ook gezien? Wie weet is dat wel het startsein voor een straatbarbecue. De cohesie binnen de groep wordt namelijk veel groter.’

Maatschappelijke effecten

Van Zomeren is ervan overtuigd dat de Oranjegekte belangrijke effecten kan hebben op maatschappelijk niveau. ‘Het is vrij uniek dat zoveel mensen even een heel duidelijke, gemeenschappelijk gedeelde identiteit hebben. En het zou toch heel mooi zijn als we door die gelijkgestemdheid straks iets meer bij elkaar op de koffie gaan? Of dat we iets vaker de hand uit steken naar bevolkingsgroepen die het moeilijk hebben in de samenleving? Natuurlijk bestaat er op dat gebied geen een-op-een relatie, maar het Oranjegevoel zal zeker geen kwaad doen. Het is een positieve beleving van onze groepsidentiteit die we in Nederland over het algemeen lijken te missen.’

Bewuste gekte

Van Zomeren benadrukt dat Nederlanders zich met liefde overgeven aan de Oranjekoorts. ‘Er is een tendens om naar dit soort massa-gedrag te kijken en dan te zeggen: ‘Waar zijn die mensen allemaal mee bezig?’ Alsof het een soort gedachteloos proces is waar mensen zomaar in meegaan, bijna automatisch en onbewust. Daarmee worden mensen onderschat. Mensen kunnen goed nadenken en laten zich vaak heel bewust meeslepen.’

Daar is verder ook niets mis mee, stelt Van Zomeren. ‘Zolang we het er met zijn allen over eens zijn dat het wel een beetje raar is, maar tegelijkertijd ook heel erg leuk en constructief, is het Oranjegevoel alleen maar positief. Voor het versterken van de groepsidentiteit of om de samenleving een beetje bij elkaar te houden kan het heel functioneel zijn. Op die manier kan voetbal, als een van de belangrijkste bijzaken in het leven, een bijdrage leveren aan de echt belangrijke zaken in de samenleving.’

Curriculum Vitae

Martijn van Zomeren (Linschoten, 1979) is universitair hoofddocent bij de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen. Hij promoveerde in 2006 op een onderzoek naar groepsidentiteit en collectief gedrag, in het bijzonder protestgedrag onder studenten, en ontving in 2009 een prestigieuze VENI-subsidie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Van Zomeren is verbonden aan de basiseenheid Sociale Psychologie van de RUG. Zijn expertisegebieden zijn collectieve actie, groeps-identiteit, emoties en morele overtuiging.

Noot voor de pers

Contact: Martijn van Zomeren

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws