Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Dr. Gerrit Voerman: 'Uitslag verkiezingen past in tendens: betrokkenheid kiezers neemt af'

15 juni 2010

De uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen past in een tendens die al enkele decennia geleden werd ingezet: de betrokkenheid van burgers bij de politieke partijen neemt af. Partijen bevinden zich in een onmogelijke positie, meent dr. Gerrit Voerman van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen. “Zodra je gaat besturen, krijg je tegenwoordig het verwijt dat je de kiezer uit het oog hebt verloren. Daar kun je je nauwelijks tegen verweren.”

Nog nooit was het politieke landschap zo genivelleerd als nu. Mark Rutte wordt uitbundig toegejuicht vanwege zijn overwinning, maar met 31 zetels zit zijn partij aanzienlijk onder haar record uit 1998. Toen haalde de VVD 38 zetels, maar moest zij tóch de PvdA nog boven zich dulden.  Gerrit Voerman: “Tot in de jaren tachtig haalden PvdA en CDA (en daarvoor KVP) elk bijna standaard zo’n derde van de zetels. Die tijd is voorbij, het politieke midden krijgt sindsdien harde klappen. Kiezers zijn ontzettend vluchtig. Wat het CDA nu overkomt, kan bij een volgende verkiezing elke andere partij overkomen.”

Lange tendens

Al sinds het eind van de jaren vijftig wordt de band tussen politiek en kiezer losser. Ontkerkelijking en ontzuiling spelen daarbij een grote rol. De opkomst van partijen als de Boerenpartij, de PPR, DS 70 en de Nederlandse Middenstandspartij – allemaal eind jaren zestig, begin jaren zeventig – illustreren dit. Halverwege de jaren zeventig tekende zich niettemin een politiek driestromenland af, waarin VVD, PvdA en CDA domineerden. Voerman: “De politiek leefde enorm in deze periode. Ledenaantallen van de partijen veerden op en er vonden grote acties plaats – demonstraties, of  de bezetting van de kerncentrale bij Borssele. Er speelden grote thema’s die het electoraat in duidelijke kampen verdeelden.”

Vluchtige kiezers

Maar de opleving was van korte duur; vanaf het midden van de jaren ’80 nam de betrokkenheid bij de politiek weer af. De ontzuiling ging voort, de individualisering nam toe. Sinds het begin van deze eeuw gaan er zo’n 35 zetels naar min of meer populistische partijen, die zich afzetten tegen de gevestigde middenpartijen. Voerman: “Het electoraat wordt steeds vluchtiger. Vorige week twijfelde bij de verkiezingen de laatste dagen een derde van de kiezers nog. Zo groot was die groep nog niet eerder.”

Meer ideologie

Meer nadruk op ideologie zal partijen niet veel helpen kiezers aan zich te binden, verwacht Voerman. “Ten tijde van de eerste paarse coalitie werkten de vroegere tegenstanders PvdA en VVD nauw samen; bij de Kamerverkiezingen in 1998 bereikte de opkomst een dieptepunt, wat in die situatie natuurlijk niet zo vreemd was. Maar nu, met de economische crisis, viel er ideologisch wel degelijk iets te kiezen. En toch was de opkomst weer laag, maar iets hoger dan destijds.”

Districtenstelsel

Van institutionele aanpassingen verwacht Voerman niet veel heil. Invoering van een districtenstelsel, een kiesdrempel of een gekozen premier – alle alternatieven hebben belangrijke nadelen, die de kloof tussen politiek en kiezer eerder vergroten dan verkleinen, of tot een patstelling in het politieke systeem leiden. Voerman: “Invoering van een gemengd stelsel, zoals het Duitse, zou misschien iets verbeteren. Daarbij is er niet alleen een partijlijst, maar stemt de kiezer ook op een regionale afgevaardigde, wat het contact tussen beiden kan verbeteren. Maar ook hiervan moet je geen wonderen verwachten. Een pasklare oplossing is er niet.”

Kiezer uit het oog

Bestuurspartijen trekken nauwelijks lering uit hun fouten. Voerman: “Interne commissies van de PvdA en het CDA hebben eerdere verkiezingsnederlagen geanalyseerd. De conclusies leken op elkaar: er werd te weinig naar leden en kiezers geluisterd, men wilde té graag regeren en smoorde daarvoor desnoods de interne discussie.” Precies dat ging ook nu weer mis bij het CDA, Toch relativeert Voerman ook de zelfkritiek van de partijen. “Het is het grote probleem van regeringspartijen. Hoe goed ze hun interne democratie ook op orde hebben; zodra ze gaan besturen en concessies gaan doen, krijgen ze van populistische zijde het verwijt dat ze de kiezer uit het oog hebben verloren. Tegen die kritiek kun je je nauwelijks verweren.”

Curriculum vitae

dr. Gerrit Voerman (1957) geeft sinds 1989 leiding aan het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP) van de Rijksuniversiteit Groningen. In 2001 promoveerde hij aan de RUG op een onderzoek naar de russificatie van de Communistische Partij in Nederland in het interbellum. Voerman publiceerde onder meer ‘Verloren illusie, geslaagde fusie? GroenLinks in historisch en politicologisch perspectief’ (1999; met P. Lucardie en W.H. van Schuur), en ‘Om de stembus. Verkiezingsaffiches 1918-1998’ (2002; met D.J. Elzinga). Voorts zette hij een serie op over Nederlandse politieke partijen, waarin tot dusver verschenen: ‘Zestig jaar VVD’ (2008; met P. van Schie) en ‘Van de marge tot de macht. De ChristenUnie 2000-2010’ (met J. Hippe).  Dit najaar verschijnen bundels over het CDA en over GroenLinks.

Noot voor de pers

Meer informatie: Gerrit Voerman

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws