Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Mr. Aline Klingenberg: 'Openbaarheid van overheidsinformatie in Nederland onder de maat'

02 juni 2010

Waar het gaat om informatieverstrekking treedt de Nederlandse overheid burgerrechten met voeten, zegt Aline Klingenberg, verbonden aan de vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde van de faculteit Rechtsgeleerdheid van de RUG. Er wordt onvoldoende informatie toegankelijk gemaakt en waar die informatie wel beschikbaar is, blokkeren overheden deze vaak. De zaak is zo belangrijk dat aanpassing van de grondwet nodig is, vindt Klingenberg.

Voor het functioneren van een democratie is openbare toegankelijkheid van overheidsinformatie essentieel. Mogelijkheden daartoe zijn er volop, stelt Klingenberg, vooral het internet leent zich ervoor. Maar gemeenten en provincies benutten deze onvoldoende. Daarnaast zouden ook semi-overheidsorganisaties zoals toezichthouders en gesubsidieerde instellingen, meer openbaarheid moeten betrachten. De praktijk is echter geheel anders, meent Klingenberg. “Basisinformatie is weliswaar redelijk toegankelijk, maar overheden moeten veel meer informatie beschikbaar stellen over bijvoorbeeld besluitvorming of beleid. En dat ook nog eens in begrijpelijke taal.” Weliswaar kunnen burgers via een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) informatie opvragen, maar die aanvragen stranden nogal eens in moeizame en langdurige juridische procedures.  

Het Europees Hof van de Rechten van de Mens (EHRM) is op dit punt echter heel duidelijk, betoogt Klingenberg: “Het recht op overheidsinformatie is een basaal grondrecht, stelt dit Europees Hof. Weigering om informatie te verstrekken terwijl die alleen bij de overheid te verkrijgen is, kan volgens het Hof worden gezien als inbreuk op de vrijheid van meningsuiting. Het recht op informatie is echter niet opgenomen in onze grondwet, en dat zou zeker moeten.” Enkele jaren geleden is hiervoor door de Commissie Franken reeds een voorstel gedaan, maar daar is het tot nog toe bij gebleven.

Waakhond

Voor haar proefschrift heeft Klingenberg onder meer gekeken naar hoe officiële instanties in andere Europese landen met openbaarheid omgaan. Met de openheid is over het algemeen in buurlanden beter gesteld, luidt haar conclusie. “Britse lagere overheden bijvoorbeeld maken op eenvoudige wijze duidelijk hoe ze aan hun geld komen en waar het aan wordt uitgegeven. In Nederland is informatie daarover niet goed toegankelijk en bovendien eindeloos veel ingewikkelder.”

Klingenberg ziet daarom veel in het recente idee van de Tweedekamer-fractie van GroenLinks. Die wil een openbaarheidswaakhond in het leven roepen. Meerdere Europese landen kennen reeds een dergelijke, onafhankelijke instantie die openbaarheid van overheidsorganen in de gaten houdt. Klingenberg: “Nederland heeft niet zo'n openbaarheidswaakhond. Dat zou niet zo erg zijn, wanneer het met de houding van overheidsorganisaties ten opzichte van openbaarheid goed gesteld zou zijn. Maar dat is helaas niet het geval. Dat betekent dat een betere controle nodig is.”

Deze instantie is volgens Klingenberg in de eerste plaats nodig om voorlichting te geven aan zowel burgers als overheden zelf, over bijvoorbeeld de werking van de Wob. Daarnaast dient de instelling de rol van ombudsman te vervullen bij beslechting van geschillen over openbaarheid. De politieke partij, die haar opvattingen mede baseert op onderzoek van Klingenberg, meent dat het met de openbaarheid van overheidsinformatie in Nederland slecht gesteld is. “Dat is meer dan een politiek statement waar je ook een andere opvatting over kunt hebben”, zegt Klingenberg daarover. “Het is volledig in lijn met internationale en nationale burgerrechtelijke en mensenrechtelijke juridische bepalingen. Nederland zal niet kunnen ontkomen aan aanpassing van wetten hieromtrent.”

Wob-verzoeken

Een belangrijk twistpunt in het debat over openbaarheid betreft de Wet openbaarheid van bestuur. Met name gemeenten zetten een rem op openbaarheid, onder meer door geld te vragen voor het in behandeling nemen van een Wob-verzoek. Eén op de tien gemeenten doet dat inmiddels en dat aantal neemt toe. De kosten worden bovendien steeds hoger.
Klingenberg zegt dat het regelrecht in strijd is met nationale en internationale rechtspraak. “Ten eerste heeft de rechtbank in Den Haag bepaald dat gemeenten geen geld mogen vragen voor Wob-aanvragen”, licht Klingenberg toe. Een Wob-verzoek honoreren is geen dienst, maar een verplichting, stelt de Haagse rechter. “Ook jurisprudentie van het Europees hof voor de Rechten van de Mens laat daar geen twijfel over”, vult Klingenberg aan.

Overheden die geld vragen voor openbaring van informatie handelen tevens in strijd met het verdrag dat de Raad van Europa in 2009 op een top van justitieministers in het Noorse Tromso heeft gesloten. Een verdrag dat overigens nog niet door Nederland is ondertekend, maar waarin onder meer staat dat alleen kosten in rekening gebracht mogen worden voor het maken van kopieën en het verzenden ervan. Klingenberg: “Ondertekenen van dit verdrag wordt voor Nederland een lastige zaak. De consequentie is een fundamentele aanpassing van de Wob, die bovendien moet worden uitgebreid naar andere overheidsorganen en ook naar rechtbanken en het openbaar ministerie”

Achterhoedegevecht

De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) wil dat er hoger beroep wordt ingesteld tegen de uitspraak van de Haagse rechtbank. Klingenberg bestempelt het als 'een achterhoedegevecht': “Het is merkwaardig dat een belangenclub van gemeenten een positie inneemt die overduidelijk in strijd is met burgerrechten.”
Het argument van de VNG dat kosten uit de hand lopen wanneer burgers te pas en te onpas een beroep op de Wob doen, wordt door Klingenberg terzijde geschoven. “Burgers maken nauwelijks gebruik van die mogelijkheid. Het zijn vooral journalisten die de wet gebruiken.”

Curriculum Vitae

Mr. Aline Klingenberg promoveert eind dit jaar op bestuursrechtelijke normen voor elektronische overheidscommunicatie. Ze studeerde Nederlands recht aan de Rijksuniversiteit Groningen, van 1989 tot en met 1994, waarna ze ging werken voor de gemeente Leeuwarden, waar ze tot en met 2001 als jurist werkzaam was bij de afdeling Juridische en Veiligheidszaken van die gemeente. Sinds 2001 is Aline Klingenberg verbonden aan de vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde van de faculteit Rechtsgeleerdheid.

Noot voor de Pers

Meer informatie: Aline Klingenberg

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10
printView this page in: English

Meer nieuws

  • 13 december 2018

    Laura Peters: 'Justitie, sluit deal met crimineel'

    Waar in landen om ons heen volop onderhandeld wordt met criminelen over hun straf, is dat in Nederland taboe. Begin er direct mee, betoogt Groningse onderzoeker Laura Peters.

  • 12 december 2018

    Dealen met ondermijningsdelicten: tijd voor een nieuwe strafprocedure

    Ondermijnende criminaliteit vormt een groot maatschappelijk probleem. Onder andere drugscriminaliteit, witwassen, bedreiging en intimidatie van lokale bestuurders leiden tot een forse overbelasting van de strafrechtspleging.

  • 11 december 2018

    Hans ter Haar wint Docent van het Jaar-verkiezing 2018

    Na vier korte minicolleges van de genomineerde docenten: prof. Saskia Peters, mr. Mentko Nap, mr. Hans ter Haar en prof. Kars de Graaf, mocht Hans ter Haar, universitair docent Notarieel recht, zowel de Vakjury- als de Publieksprijs in ontvangst nemen...