Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof.dr. C. Visscher: ‘Bezuinigen op sport en spel is onverantwoord’

18 mei 2010

Nu ze minder geld krijgen van de overheid is in veel gemeenten sport en spel één van de eerste gebieden waarop bezuinigd wordt. Onverantwoord, vindt Chris Visscher, bijzonder hoogleraar Jeugdsport aan de Rijksuniversiteit Groningen/UMCG. Zeker als het gaat om de sportieve mogelijkheden voor de (jonge) jeugd. Visscher: ‘Bezuinigen op sport en spel getuigt van enorme kortetermijnvisie!’

Al jaren worden er manieren en campagnes bedacht tegen overgewicht, om mensen meer te laten bewegen en gezonder te laten leven. ‘Daar gaat onwaarschijnlijk veel geld in zitten. Wat je eigenlijk wilt is dat kinderen een gezonde leefstijl ontwikkelen. Bewegen is daar een onvoorwaardelijk onderdeel van. Investeer daar dan in! Dat verdien je op langere termijn dubbel en dwars terug.’

Minder gekwalificeerde leerkrachten

Wat de bezuinigingen extra pijnlijk maakt is dat er de afgelopen jaren al behoorlijk is beknibbeld op bewegingsonderwijs op scholen. Er worden steeds minder gekwalificeerde leerkrachten ingezet. Dat gaat bij veel kinderen ten koste van een goede motorische en sportieve ontwikkeling, die juist nodig is voor levenslange sportdeelname

Belangrijkste periode

En dat terwijl de kinder- en jeugdtijd de belangrijkste periode is om goede motorische vaardigheden te ontwikkelen. Visscher: ‘Als je wilt dat ze blijven bewegen, dan is het mijn vaste overtuiging dat je de grootste investering moet doen in de basisschoolleeftijd. Met name in de leeftijd van vier tot acht jaar. In die periode ontwikkelt het brein en ook de motoriek zich enorm snel.’

Relatie sport en schoolniveau

Goed en regelmatig bewegen is niet alleen erg belangrijk voor de gezondheid. Een goede motoriek is ook van invloed op sociale persoonlijkheidskenmerken en op cognitief niveau. ‘Kinderen die goede motorische vaardigheden hebben scoren hoger op hun rekentoets van Cito. Wat je ook ziet is dat getalenteerde sporters vaker op het havo of vwo zitten dan het landelijk gemiddelde. ‘Er blijkt een relatie te zijn tussen goed in sport zijn en het goed doen op school.’

Te weinig mogelijkheden

In veel gemeentes en provincies wordt het beschikbare bedrag gekort. Sommige gemeenten, Groningen bijvoorbeeld, hebben al aangegeven de investeringen in sport gelijk te houden. Maar ook dat is eigenlijk nog te weinig, vindt Visscher. 'Er zijn te weinig mogelijkheden voor kinderen en jongeren om optimaal aan sport of bewegingsonderwijs deel te kunnen nemen. Ik pleit voor een stelsel waarin sportdeelname en de mogelijkheden om je motorisch te ontwikkelen gratis worden aangeboden. Het getuigt van een enorme kortetermijnvisie dat de bezuinigingen het waarschijnlijk juist duurder gaan maken!'

Contributie verhogen

Een concreet gevolg van de bezuinigingen zal zijn dat sportverenigingen minder subsidies krijgen, waardoor ze de contributie moeten verhogen, verwacht Visscher. ‘Daarmee tref je juist kinderen uit gezinnen waarin doorgaans toch al minder aandacht wordt geschonken aan voldoende beweging, situaties waarin het bedrag om lid te worden van een sportclub best een investering is.’

Verslechtering onderhoud

Daarnaast zullen bezuinigingen leiden tot slechter onderhoud van de sportaccommodaties. Daarbij zal ook het aantal sportclubs afnemen, denkt Visscher. ‘Met name de kleine clubs die subsidie nodig hebben om zichzelf in stand te houden.’ Dit zal volgens hem vooral een probleem worden in kleine dorpen.

Bewegingsonderwijs als leervak

De meest ideale situatie zou volgens Visscher zijn als kinderen elke dag bewegingsonderwijs krijgen van een gekwalificeerde docent. ‘Bewegingsonderwijs als echt leervak, waar aandacht is voor allerhande motorische vaardigheden. Zo ga je van huppelen, wenden en springen tot meer complexe vaardigheden als vangen en werpen. Net als bij andere vakken, werk je toe naar vaardigheden die kinderen op een bepaalde leeftijd kunnen beheersen en die positief van invloed zijn op langdurige sportdeelname.’

Curriculum Vitae

Chris Visscher (Zwolle, 1950) was leraar Lichamelijke Opvoeding en trainer bij FC Groningen. Hij studeerde onderwijskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij werkt sinds 1990 bij de disciplinegroep Bewegingswetenschappen in Groningen, sinds 2007 als voorzitter van de disciplinegroep. Hij is bijzonder hoogleraar Jeugdsport. Hierbij richt hij zich vooral op talentontwikkeling en de relatie tussen sport en onderwijs. Verder is hij onder andere als extern adviseur verbonden aan de Nederlandse Bond voor Aangepast Sporten, aan de sector Topsport van NOC*NSF, aan het Hanze Instituut voor Sportstudies van de Hanzehogeschool Groningen en aan het Instituut voor Sportstudies van de Hogeschool Arnhem-Nijmegen.

Voor meer informatie: Chris Visscher

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws