Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof. dr. M.J. Broersma: “Berichtgeving over zaak-Milly Boele illustreert overgangsfase in de Nederlandse journalistiek.”

30 maart 2010

De berichtgeving over de moord op de 12-jarige Milly Boele past in een trend: Nederlandse media publiceren steeds vaker privacygevoelige informatie. Volgens RUG-hoogleraar Journalistiek Marcel Broersma bevinden de media zich in een overgangsfase. “De cruciale vraag is: is dit nog journalistiek?”

“Sander V. dronk bier op het graf van Milly” kopte de Telegraaf, de ochtend nadat de buurman van het Dordtse meisje zichzelf als moordenaar van de 12-jarige Milly Boele had aangegeven. Diezelfde dag nog had de redactie van Geenstijl.nl de voor- en achternaam van de dader gepubliceerd, en tal van foto’s van de man op haar website geplaatst, zonder hem met een balkje onherkenbaar te maken. “Onder druk van technische mogelijkheden worden media minder terughoudend met het publiceren van privacygevoelige informatie,” stelt hoogleraar Journalistiek Marcel Broersma van de Rijksuniversiteit Groningen. “Wie handig is met de computer, kon zo achterhalen wie de buurman van Milly Boele was, die bij de politie werkte. Sommige redacties beschouwen dat als een vrijbrief om zulke informatie te publiceren.”

Wel richtlijn, geen wet

Deze ontwikkeling is niet te keren, meent Broersma. “Dat veel media verdachten niet met voor- en achternaam noemen, doen ze uit journalistieke en ethische overwegingen. Het is onderdeel van de journalistieke codes. Maar er staat niets over in de wet.” Media verbieden om bepaalde informatie te publiceren, is dan ook onmogelijk, aldus de hoogleraar. “Je kunt hoogstens achteraf bezwaar aantekenen, als je meent dat je privacy is geschaad. Dat is soms heel zuur. Maar het is de prijs die we betalen voor de vrijheid van meningsuiting.”

Digitale schandpaal

Een kop als die in De Telegraaf mag feitelijk juist zijn, Broersma vraagt zich af of er journalistieke en maatschappelijke belangen mee gediend zijn. “Je ziet dat sommige media zich die vraag minder stellen. Geenstijl.nl is een belangrijke aanjager van die ontwikkeling. De redactie trekt zich niets aan van journalistieke richtlijnen en doet waar ze zelf zin in heeft. Geenstijl.nl is in dit geval misschien meer een digitale schandpaal dan een journalistiek medium.” Ook sommige tv-redacties gaan in die ontwikkeling mee. Broersma: “SBS en RTL lasten over Milly zelfs extra nieuwsuitzendingen in, iets wat vroeger hooguit gebeurde als er een president was neergeschoten. Hoe verschrikkelijk de zaak ook is – de hoeveelheid zendtijd die eraan wordt besteed, vind ik tamelijk absurd.”

Overgangsfase

Volgens Broersma bevinden de media zich in een overgangsfase. Hij ontwaart twee kampen in het medialandschap. Enerzijds media als NRC, De Volkskrant en de NOS die maatschappelijke ontwikkelingen in kaart willen brengen en willen duiden. Anderzijds media als De Telegraaf, Geenstijl en SBS, die de interesses van hun doelgroep voorop stellen. Broersma: “De cruciale vraag is: is dit nog journalistiek?” De grens tussen beide kampen zal in de toekomst scherper worden, verwacht hij. “Je kunt het een proces van herideologisering noemen. De kampen maken elk hun eigen afweging over de richting die ze uit willen gaan. Dat doen ze om zich duidelijk van elkaar te onderscheiden, om geloofwaardig te blijven voor hun eigen doelgroep.”

Eigen verantwoordelijkheid

De schuld voor privacyschending in de media mag niet enkel in de schoenen van redacties worden geschoven, meent Broersma. Veel Nederlanders geven volgens hem een aanzienlijk deel van hun privacy zélf weg. “Geen mens zet zijn fotoalbums langs de straat. Maar op hun Hyves-pagina of hun weblog publiceren mensen zomaar vertrouwelijke informatie. Je moet niet raar opkijken als die plotseling ook ergens anders opduikt.” Mensen moeten daarom leren hun privacy beter te beschermen, vindt Broersma. “En dat begint in het onderwijs. Scholen zouden meer aandacht moeten besteden aan online privacy. Hier ligt een belangrijke taak voor de overheid.”

Curriculum vitae

prof. dr. M.J. (Marcel) Broersma is hoogleraar Journalistieke Cultuur en Media aan de Rijksuniversiteit Groningen. Aan deze zelfde universiteit studeerde hij geschiedenis en journalistiek en promoveerde hij op een geschiedschrijving van de Leeuwarder Courant. Hij werkte enige tijd voor deze krant als journalist. Broersma doet onderzoek naar vormen en stijlen van verslaggeving, de relatie tussen pers en politiek, en naar regionale journalistiek. Hij is lid van de Raad voor de Journalistiek, redacteur van het Tijdschrift voor Mediageschiedenis en recensent voor de Leeuwarder Courant.

Noot voor de pers

Meer informatie: Marcel Broersma

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws