Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof.dr. L.J.G. van Wissen: 'Bevolkingskrimp is geen bedreiging'

23 februari 2010

Ontvolking, jeugd die zijn heil elders zoekt, verpaupering, dichtgespijkerde winkels en woningen. Het is het schrikbeeld dat gepaard gaat met bevolkingskrimp. Maar het is nauwelijks realiteit in Nederland en gevolgen hoeven niet zo dramatisch te zijn, zegt hoogleraar economische demografie, Leo van Wissen. "Krimp bestrijden is zinloos, de gevolgen ervan aanpakken helpt wel", stelt Van Wissen.

Bevolkingskrimp is een demografische ontwikkeling die zich op meerdere plekken aan de de randen van ons land voordoet. Met name in Noord- en Oost-Groningen, delen van Friesland en Drenthe en in Zeeland en Limburg. Jongeren trekken er weg, er worden minder kinderen geboren en de vergrijzende bevolking moet het doen met afkalvende winkel- en zorgvoorzieningen.

"Het is in die regio's een niet te stuiten demografische ontwikkeling", benadrukt Van Wissen. Toch ontbreekt dat besef volgens hem nogal eens. "Wanneer ik lees dat het motto van een lokale politieke partij in Delfzijl is: 'Bouwen, bouwen, bouwen', dan stel ik vast dat sommigen het daar niet hebben begrepen." Woningbouw stopt namelijk niet de teruggang in bevolking, verduidelijkt Van Wissen. "Het trekt hooguit mensen vanuit een nabijgelegen dorp, waar de krimp zich ook al voordoet. Uiteindelijk wordt dus gebouwd voor de leegstand van enkele jaren later. Slopen is bij krimp dus beter dan bouwen."

Met beleid krimp tegengaan is derhalve geld over de balk gooien, stelt Van Wissen. "Een kind heeft geen bloeiend toekomstperspectief in Oost-Groningen. Dat klinkt hard, maar dat kind wil gewoon naar een plek waar de vooruitzichten beter zijn."

Spookdorpen

Maar ook al laten de gevolgen van afnemende bevolkingsaantallen zich in perifere gebieden voelen, het is ook nodig de situatie in Nederland te relativeren, meent Van Wissen: "Spookdorpen zoals in Frankrijk of Spanje kennen we hier natuurlijk niet. In die landen is op het platteland al tientallen jarenlang sprake van bevolkingsafname. Men accepteert het daar ook eerder als een onvermijdelijk verschijnsel. De overheid heeft er niet de neiging fors in de grijpen."

Voor Nederland en zelfs voor de provincie Groningen als geheel geldt zelfs dat de bevolking tot circa 2035 toeneemt. Dat is in met name Midden- en Oost-Duitsland en in armere Oost-Europese landen zeker niet het geval. Daar doet zich de terugval in bevolkingsaantallen zich in een schrikaanjagende gedaante voor.

Bestaansrecht

Tegelijkertijd staat buiten kijf dat de problemen ernstig zijn in dorpen en gemeenten waar sterke bevolkingsafname zich voordoet. "Aan die gevolgen moet beslist iets worden gedaan", verklaart de hoogleraar. "Wanneer je het op z'n beloop laat, ontstaat een sociaal en economisch onhoudbare situatie."

De wijze waarop de gevolgen dienen te worden bestreden verschilt van plaats tot plaats, omdat ieder dorp nou eenmaal anders is. Sociale voorzieningen, aanwezigheid van zorg, winkelvoorzieningen, scholingsmogelijkheden en bereikbaarheid variëren sterk tussen dorpen. Van Wissen onderstreept dat daarom maatwerk belangrijk is.

Dat begint met bewustwording van de krimp, want inwoners van de betreffende dorpen leven volgens Van Wissen nogal eens in de veronderstelling dat het allemaal overwaait.

Op dorps- en wijkniveau dienen vervolgens plannen te worden gemaakt voor de woningvoorraad, schoolvoorzieningen, winkelvoorzieningen en voor zorg. Revitaliseringsplannen zoals die zijn gemaakt voor het Groningse dorp Ganzedijk zijn echter zinloos, meent Van Wissen. "Krimpdorpen zijn niet te revitaliseren. Ook voor Ganzedijk geldt dat het op termijn geen bestaansbasis meer heeft."

Bewustzijn

Ofschoon op dorpsniveau een nogal sterke neiging bestaat om alles in stand te willen houden, leeft het onderwerp krimp volgens Van Wissen sterk bij corporaties, welzijnsinstellingen en ook bij bijvoorbeeld de provincies Groningen en Friesland. En sinds het aantreden van minster Van der Laan (Wonen, Wijken en Integratie) staat het onderwerp ook bij het rijk prominent op de agenda. "Hij ziet in dat in sommige regio's echt iets aan de hand is en handelt daar ook naar", zegt Van Wissen.

Vitale ouderen

Wat ondertussen een gunstig effect op de krimp zal hebben is het ontstaan van een grote groep vitale, tamelijk welvarende en nog goed mobiele ouderen. "Die groep vormt straks circa een kwart van de bevolking" licht Van Wissen toe. "Het zijn mensen die een goede stimulans kunnen vormen voor de leefbaarheid in dorpen."

Tevens is er een tegengestelde migratie van mensen van middelbare leeftijd vanuit de stad naar kleine dorpen. Van Wissen: "Het biedt enig tegenwicht. Dorpen kunnen daar op inspelen, maar het is zeker niet genoeg om het verlies van jongeren te compenseren."

Curriculum Vitae

Prof. dr. L.J.G. (Leo) van Wissen is hoogleraar Economische Demografie aan de faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is tevens vice-decaan van die faculteit.

Van Wissen studeerde geografie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en behaalde daar tevens zijn doctorstitel op een onderzoek getiteld 'A dynamic model of household relocation'. Hij werkte als onderzoeker aan de University of California in Irvine en aan de Université Catholique de Louvain in België. Vanaf 1991 was hij in dienst van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) in Den Haag, waar hij tevens lid was van het managementteam. In 1999 werd Van Wissen hoogleraar Demografie van bedrijven aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 2004 werd hij benoemd tot hoogleraar Economische Demografie.

Noot voor de pers

Meer informatie: Leo van Wissen

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10

Meer nieuws