Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Dr. S. van der Poel: “We waren naïef over de val van de Muur en nooit écht geïnteresseerd in het Oosten.”

03 november 2009

Om de Europese eenwording te stimuleren, moeten West-Europese landen meer belangstelling tonen voor culturele waarden uit Midden- en Oost-Europese landen. Die landen moeten zich op hun beurt minder in hun slachtofferrol wentelen, en meer verantwoordelijkheidszin tonen. Dat stelt RUG-historicus dr. Stefan van der Poel. Hij houdt op 9 november bij Studium Generale een lezing over de loop die de Europese geschiedenis heeft genomen sinds de val van de Muur.


Het waren optimistische ideeën die in de westerse wereld circuleerden ten tijde van de val van de Muur. Oost en West zouden snel bij elkaar komen, zo werd alom verwacht. Europa zou zich verenigen, kernwapens zouden snel worden afgeschaft. Met het verdwijnen van de ideologische tegenstellingen tussen Oost en West, zo dachten intellectuelen als Francis Fukuyama, was een eind gekomen aan de geschiedenis.

De terugkeer van de geschiedenis

Inmiddels blijkt de geschiedenis juist in alle hevigheid teruggekeerd, aldus Stefan van der Poel. “De ideeën die rond ’89 opgeld deden, waren naïef, moeten we nu constateren. De gevoelens van nationalisme, antisemitisme en vreemdelingenhaat die in het Oosten vijfenveertig jaar met harde hand door het communisme werden onderdrukt, zijn opnieuw aan het licht gekomen.” Verdergaan op het punt dat aan het begin van de Tweede Wereldoorlog was bereikt, was sowieso onmogelijk; tussen 1939 en ’89 was de Midden- en Oost-Europese maatschappij fundamenteel veranderd. Van der Poel: “De middenklasse, die grotendeels uit Duitsers en Joden had bestaan, bestond in ’89 niet meer, die was gedeporteerd en onteigend. Dat verklaart ten dele waarom de Europese integratie zo moeizaam verloopt. Want zonder middenklasse komt democratie niet van de grond.”

Economische agenda

Deze en andere maatschappelijke veranderingen in het Oosten werden in het Westen niet onderkend, meent Van der Poel. “Wij hadden vooral belangstelling voor intellectuelen als Václav Havel, György Konrad en Milan Kundera. Die vertolkten echter niet de mening van de Midden-Europese bevolking, maar van een westers georiënteerde elite.” Ook later ontstond er in het Westen weinig belangstelling voor de ervaringen van de Midden- en Oost-Europeanen. Van der Poel: “Tot een integratie van Oost en West is het nooit gekomen. Het Westen stuurde aan op assimilatie. We legden onze economische agenda op aan het Oosten, in de veronderstelling dat men daar niets liever zou willen dan zo snel mogelijk een zo westers mogelijk leven te leiden.”

Oude reflexen

De ontnuchtering heeft inmiddels ruimschoots plaatsgevonden. In het Westen wordt met onbegrip gekeken naar de “ondankbare” houding van nieuwe EU-lidstaten, die de Europese eenwording moedwillig zouden frustreren. Van der Poel: “President Klaus van Tsjechië is een uitstekend voorbeeld. Hij handelt ook nu nog deels op basis van oude reflexen en ziet Duitsland nog altijd als een potentiële agressor.” Gebrek aan verantwoordelijkheidszin speelt echter ook een belangrijke rol, meent de historicus. “Maar wat kun je ook anders verwachten? In Midden- en Oost-Europa hebben twee tot drie generaties geleerd om vooral geen initiatief te tonen, maar zich te voegen naar het systeem. Het duurt een tijd totdat er nieuwe leiders zijn, die wél geleerd hebben zelf verantwoordelijkheid te nemen.”
Leren van Midden- en Oost-Europeanen
Westerlingen moeten meer belangstelling opbrengen voor de geschiedenis en de ervaringen van hun oosterburen, vindt Van der Poel. “We hebben in het Westen weliswaar een niveau van vrijheid en welvaart bereikt dat anderen nog moeten bereiken. Maar dat rechtvaardigt ons superioriteitsgevoel nog niet.” De westerse zelfverzekerdheid zou niet alleen op economische prestaties moeten berusten, meent Van der Poel, maar ook op culturele waarden. “Maar wie we zijn, en wat ons bindt, daarover zijn we in het Westen heel onzeker. Wij kunnen volgens mij best nog wat leren van wat Midden- en Oost-Europese intellectuelen hebben geschreven over solidariteit, burgerschap en over wat het betekent om in vrijheid te leven.”

Curriculum vitae

Stefan van der Poel (1968) is universitair docent Eigentijdse geschiedenis aan de RUG. Hij promoveerde in 2004 op een onderzoek naar Joodse gemeenschap in de stad Groningen tussen 1796 en 1945. Behalve in moderne Joodse geschiedenis, is Van der Poel gespecialiseerd in Midden- en Oost-Europese geschiedenis.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10

Meer nieuws

  • 20 september 2018

    Martijn Wieling gestart als bijzonder hoogleraar Nedersaksische/Groningse taal en cultuur

    Per 1 juli 2018 is Dr. Martijn Wieling benoemd tot bijzonder hoogleraar Nedersaksische / Groningse Taal en Cultuur. Wieling (Emmen, 1981) is universitair hoofddocent bij de opleiding Informatiekunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij gaat gedurende...

  • 11 september 2018

    Van Klokhuis-vraag naar Veni-subsidie

    Als kind was Jorrig Vogels al gefascineerd door taal en vergeleek hij de verschillende woorden voor ingrediënten op verpakkingen. Een jaar terug sleepte de taalonderzoeker een Veni-beurs in de wacht. ‘Taal heeft iets telepathisch: het beeld dat ík in...

  • 11 september 2018

    Eerste biografie van Piet Mondriaans vroege jaren

    Sinds zijn dood in 1944 is er een groot aantal biografieën van Piet Mondriaan verschenen - en zijn er evenzoveel mythes rondom zijn kunstenaarschap ontstaan. Hij zou bijvoorbeeld een minzame asceet zijn, of juist een bon-vivant. De Amerikaanse promovendus...