Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Frequency and function in WH question acquisition. A usage-based case study of German L1 acquisition.

26 november 2009

Promotie: R.G.A. Steinkrauss, 14.45 uur, Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

Proefschrift: Frequency and function in WH question acquisition. A usage-based case study of German L1 acquisition

Promotor(s): prof.dr. C.L.J. de Bot

Faculteit: Letteren

Contact: Rasmus Steinkrauss, tel. 06-337 886 36, e-mail: r.steinkrauss@web.de

Taalontwikkeling kind niet alleen bepaald door frequentie ‘input’

Goed voorbeeld doet goed volgen - ook in de ontwikkeling van taal bij een kind. Als een kind bepaalde woorden of taalconstructies vaak hoort, zal het die ook eerder zelf gebruiken; zo is althans de heersende opvatting. Onterecht, zo blijkt uit onderzoek van Rasmus Steinkrauss. Of een kind een taalkundige structuur snel gebruikt hangt ook van heel andere zaken af dan alleen de vraag hoe vaak het kind dat zelf te horen heeft gekregen.

Steinkrauss onderzocht de invloed van de ‘input’, dus wat een kind hoort, op de ontwikkeling van de moedertaal in de allereerste fasen van taalverwerving. Binnen de gebruiksgebaseerde linguïstiek wordt er over het algemeen van uitgegaan dat de input een sterke invloed uitoefent op wat een kind zelf leert zeggen. Simpel gezegd wordt aangenomen dat als een kind iets vaak hoort, het kind dit zelf ook vaak en vroeg gebruikt. Dit geldt zowel voor enkele woorden als voor hele combinaties van woorden (constructies) zoals ‘wat is dit voor…’. Steinkrauss toont aan dat dit niet altijd het geval is. Uit zijn onderzoek blijkt dat niet alleen de inputfrequentie, maar ook de functie van constructies en de eerdere kennis van het kind invloed heeft op wat hij zegt. Zo gebruikt het kind bijvoorbeeld sommige constructies niet, hoewel zij frequent in de input voorkomen. Dit komt doordat zij voor hem geen nuttige functie vervullen, hij al een andere constructie met dezelfde functie gebruikt of doordat hij een andere, meer basale constructie nog niet kent. Dit laat zien dat inputfrequentie met andere factoren samenwerkt. Daarnaast toont Steinkrauss aan dat de taalontwikkeling in het Duits door de andere compositie van de input anders verloopt dan in het Engels en dat de grootte van het gebruikte corpus van invloed is op de resultaten.

Rasmus Steinkrauss (Duitsland, 1975) studeerde aan de Humboldt Universität in Berlijn. Hij verrichtte zijn onderzoek aan het Center for Language and Cognition en het BCN (School of Behavioral and Cognitive Neurosciences) van de RUG. Steinkrauss werkt nu als postdoc onderzoeker aan de Universiteit van Luxemburg.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:39

Meer nieuws

  • 11 september 2018

    Van Klokhuis-vraag naar Veni-subsidie

    Als kind was Jorrig Vogels al gefascineerd door taal en vergeleek hij de verschillende woorden voor ingrediënten op verpakkingen. Een jaar terug sleepte de taalonderzoeker een Veni-beurs in de wacht. ‘Taal heeft iets telepathisch: het beeld dat ík in...

  • 07 september 2018

    Constructief overleg – gezamenlijke overeenkomst

    Na een intensief en constructief gesprek met de actievoerende studenten van studentenpartij DAG en ROOD (jongeren SP) is donderdagavond een gezamenlijke overeenkomst bereikt op vier punten, vooral gericht op de lange termijn.

  • 04 september 2018

    Weg met die systeemplafonds

    Als Zuidlarens jongetje vond hij al die oude gebouwen in de stad Groningen maar niks. De interesse in historische panden kwam pas later, tijdens zijn studie Bouwkunde. Als bouwkundige is René Bosscher nu verantwoordelijk voor de buitenkant van de gebouwen...