Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Mr. dr. Simone de Valk: ‘Hef strafrechtelijke immuniteit overheid en ambtenaren op … maar wees voorzichtig met vervolging individuen’

13 oktober 2009

Falende ziekenhuisbesturen in Emmen en Twente en een blunderende overheid bij de brand in het cellencomplex in Schiphol-Oost. Dit zijn slechts enkele van de (recente) voorbeelden waarin al snel naar de bestuurders wordt gewezen als het gaat om verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid bij schade of ongevallen veroorzaakt door het handelen in het kader van organisaties.

In de regel lukt het nog wel om bestuurders van bedrijven voor de rechter te krijgen en hen te bestraffen voor bijvoorbeeld fraude of wanbeleid (denk bijvoorbeeld aan Ahold). Het blijkt echter onmogelijk om de centrale overheid (de Staat) en haar leidinggevende functionarissen te vervolgen, laat staan veroordeeld te krijgen voor ernstige overtredingen of fouten waarvan anderen het slachtoffer zijn geworden, omdat in de rechtspraak strafrechtelijke immuniteit is aanvaard. In mindere mate geldt dit ook voor decentrale overheden (gemeenten, provincies). Vanuit een oogpunt van rechtsgelijkheid en om slachtoffers meer genoegdoening te geven moet die immuniteit worden opgeheven, vindt universitair docent arbeidsrecht Simone de Valk. Het vertrouwen in de overheid kan hierdoor ook worden vergroot.

Bestuurders van bedrijven versus overheidsfunctionarissen

De Valk is gepromoveerd op het onderwerp aansprakelijkheid van leidinggevenden. Ze onderzocht onder welke omstandigheden leidinggevende overheidsfunctionarissen en bestuurders van bedrijven persoonlijk aansprakelijk kunnen worden gesteld voor normovertredingen die primair als die van de organisatie kunnen worden gezien. Daarvoor vergeleek ze de wetgeving en rechtspraak rond aansprakelijkheid van bestuurders van bedrijven en die van overheden voor het privaatrecht, het strafrecht en het bestuursrecht.

Doel van het onderzoek was om in kaart te brengen of het, wat betreft de aansprakelijkheidspositie van een leidinggevende, uitmaakt of hij of zij in dienst is bij een bedrijf of bij de overheid. Waardoor kunnen eventuele verschillen worden verklaard en zijn deze verschillen gerechtvaardigd of dienen zij juist opgeheven te worden?

Nauwelijks aansprakelijkheidsrisico voor overheidsfunctionarissen

Verschillen zijn er zeker. Bestuurders van bedrijven worden met enige regelmaat met succes door derden, veelal handelscrediteuren, persoonlijk aansprakelijk gesteld in geval van faillissement van het bedrijf. “Leidinggevenden bij overheden lopen daarentegen nauwelijks risico door derden aansprakelijk te worden gesteld”, aldus De Valk. “Een benadeelde zal bij schade vrijwel altijd de overheid aanspreken. En in de zeldzame gevallen waarin een ambtenaar wel persoonlijk door de benadeelde derde aansprakelijk wordt gesteld voor de door hem geleden schade, hanteert de rechter strengere normen dan bij een bestuurder van een bedrijf.” Voor (civielrechtelijke) aansprakelijkheid eist de rechter opzet of bewuste roekeloosheid aan de zijde van de overheidsfunctionaris, benadrukt De Valk. Het is wel terecht dat persoonlijke aansprakelijkheid van ambtenaren met meer terughoudendheid wordt beoordeeld dan die van bestuurders in de private sector, nuanceert De Valk. “Overheidsfunctionarissen handelen immers in het kader van het algemeen belang en hebben geen vrijheid van handelen.”

Opheffing strafrechtelijke immuniteit

Ook van het strafrecht hebben overheidsfunctionarissen minder te vrezen dan bestuurders en werknemers van gewone bedrijven. Dit komt omdat in de rechtspraak immuniteit van overheden en leidinggevende ambtenaren is aangenomen. “De immuniteit van zowel de Staat als die van de lagere overheden, die deels ook immuun zijn, reikt nu te ver”, vindt De Valk. Deze rechtspraak leidde ertoe dat het bijvoorbeeld bij de brand in het cellencomplex op Schiphol en bij de vuurwerkramp in Enschede niet mogelijk was betrokken overheden en ambtenaren strafrechtelijk te vervolgen.

De Valk: “Ik vind dat het niet bij voorbaat moet zijn uitgesloten dat de rechter zich buigt over bijvoorbeeld de vraag of de door de Dienst Justitiële Inrichtingen gemaakte fouten inzake de Schipholbrand strafwaardig zijn.” Met de bijzondere positie van de overheid kan door de rechter rekening worden gehouden bij de beoordeling of sprake is van een rechtvaardigingsgrond of bij het bepalen van de strafmaat. Het huidige systeem werkt bovendien rechtsongelijkheid in de hand, benadrukt ze. “Zo kan bij niet naleven van de Arbeidsomstandighedenwet de Staat niet worden vervolgd maar een bedrijf of een gemeente wel.”

De Valk verwijst hiermee naar het incident met de brand in het Catshuis, waarbij een schilder omkwam. De Staat was hier opdrachtgever voor de werkzaamheden, maar kan onder het huidige recht niet worden vervolgd voor de dood van de schilder. In dit verband is het opmerkelijk dat de Staat in het bestuursrecht geen uitzonderingspositie heeft: bestuurlijke beboeting wegens overtreding van bijvoorbeeld Arbeidsomstandighedenwet is gewoon mogelijk. Opheffing van immuniteit is ook vanwege de voorbeeldfunctie van de overheid van belang, aldus De Valk: “Juist de overheid dient zich aan de wet te houden. Bovendien bieden bestuurlijke en politieke controlemechanismen nog geen garantie voor integer handelen van de overheid.”

Het opheffen van de strafrechtelijke immuniteit van overheden is verder zo belangrijk, vult De Valk aan, omdat het soms erg moeilijk is om de verantwoordelijke 'poppetjes' aan te wijzen. Individuele aansprakelijkheid is door de complexiteit van organisaties soms moeilijk vast te stellen. De Valk is dan ook positief over het initiatiefwetsvoorstel ter opheffing van de bestaande immuniteiten, dat nu bij de Tweede Kamer in behandeling is.

Geen heksenjacht

Invoering van het initiatiefwetsvoorstel zal het ook mogelijk maken leidinggevende overheidsfunctionarissen te vervolgen. Volgens De Valk valt het overigens met het aansprakelijkheidsrisico wel mee: “Voor strafrechtelijke aansprakelijkheid wegens opdracht- of feitelijke leidinggeven gelden strenge voorwaarden.” Bovendien pleit zij ervoor dat het Openbaar Ministerie behoedzaam zal omspringen met het vervolgen van individuele functionarissen. “Persoonlijke aansprakelijkheid moet pas in beeld komen indien sprake is van echt ernstige fouten van de functionaris.”

De Valk constateert dat de risico’s voor persoonlijke aansprakelijkheid van leidinggevenden de laatste tijd wel wat groter zijn geworden, onder meer doordat de wetgever het mogelijk heeft gemaakt bestuurlijke sancties (boetes) ook aan leidinggevenden op te leggen. “Bestuurders kunnen dus ook nog eens te maken krijgen met sancties van een toezichthouder zoals de Arbeidsinspectie in geval zij steken hebben laten vallen op bijvoorbeeld het gebied van veiligheid of arbeidsomstandigheden”, onderstreept De Valk. Voor een verdere uitbreiding van de mogelijkheden tot persoonlijke aansprakelijkstelling voelt zij weinig. Zo heeft de SP recent voorgesteld een wet te maken waarin strafrechtelijke aansprakelijkheid van falende bankiers wordt vastgelegd. “Daar zijn op zich al voldoende mogelijkheden voor en van persoonlijke aansprakelijkstelling moet ook weer niet al te veel worden verwacht”, zegt ze.

Curriculum Vitae

Mr. dr. Simone N. de Valk is sinds 2003 werkzaam als docent arbeidsrecht bij de sectie Handelsrecht en Arbeidsrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. Op 29 januari 2009 is zij gepromoveerd op het onderwerp ‘Aansprakelijkheid van leidinggevenden naar privaatrechtelijke, strafrechtelijke en bestuursrechtelijke maatstaven’ (Kluwer 2009).

Contact

Mr. dr. Simone de Valk

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws