Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Borstkanker: veel vrouwen hebben weinig of maar kort psychische problemen

20 oktober 2009

In Nederland krijgt circa een op de negen vrouwen borstkanker. De diagnose is altijd ingrijpend. Maar nu de behandelmogelijkheden toenemen en het “taboe” rond de ziekte verdwenen is, wordt de ziekte minder vaak een levensbedreigende, traumatische ervaring. Dat blijkt uit onderzoek waarop Inge Henselmans op 28 oktober promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen. Met name vrouwen met een sterk gevoel van controle over het eigen leven hebben relatief weinig psychische klachten.

Borstkanker wordt veroorzaakt door afwijkingen in het DNA die ervoor zorgen dat een cel ongecontroleerd gaat delen en groeien. Als de ziekte in een vroeg stadium wordt ontdekt, zijn de behandelmogelijkheden relatief goed. In veel gevallen moet de tumor chirurgisch worden verwijderd en moet de patiënt bestraald worden, in sommige gevallen is ook chemotherapie nodig. Overleving na vijf jaar ligt op 85 procent. Wanneer er geen uitzaaiingen zijn, ligt dit percentage zelfs tussen de 90 en 100 procent.

Langlopend onderzoek

Voor Henselmans’ onderzoek naar psychisch welbevinden na de diagnose borstkanker vulden ruim 900 vrouwen meerdere malen vragenlijsten in. Van hen was bij 242 vrouwen borstkanker vastgesteld; 670 gingen naar het ziekenhuis op verdenking van borstkanker, maar bleken geen kanker te hebben. Alle vrouwen werden op meerdere momenten bevraagd: zowel voor als na de diagnose, en zowel voor als na eventuele behandeling. Niet eerder werden vrouwen over zoveel fases in het ziektetraject gevolgd.

Na behandeling weinig klachten

“Vrouwen realiseren zich prima welke risico’s de ziekte met zich meebrengt,” licht Henselmans haar onderzoek toe, “maar blijken over het algemeen zeer veerkrachtig.”  Toch doorloopt niet iedereen het ziektetraject zonder problemen. Vooral kort na de diagnose kampt een groot aantal vrouwen die bestraling en/of chemotherapie ondergaan met angst voor wat er komen gaat, en andere psychische klachten – waaronder slapeloosheid. Over het algemeen herstellen vrouwen zich in de maanden na afronding van de behandeling. Een derde van de vrouwen ervaart zelfs op geen enkel moment na diagnose psychische problemen. Daar staat een kleine groep vrouwen tegenover die pas na de behandeling voor het eerst psychische klachten krijgen, of zelfs gedurende het gehele ziekenhuistraject problemen houden.

Controle over je eigen leven

Vrouwen met een sterk gevoel van controle over het leven hebben relatief weinig psychische klachten, zo blijkt. Deze vrouwen hebben een positief beeld van de situatie en hebben vertrouwen in hun vaardigheden om met de ziekte om te gaan. Zij laten hun (sociale) leven niet ontregelen door de ziekte: ze blijven aandacht houden voor vrienden en familie en vermijden bezoek niet. Vrouwen met een sterk gevoel van controle over het leven hebben vaak ook het gevoel zelf invloed te hebben op de genezing van de ziekte. Zo’n gevoel van controle over de genezing blijkt voor veel patiënten gebaseerd op het idee dat een positieve instelling de genezing bevordert.

Meer aandacht voor psychosociale problemen

De onderzoeksresultaten bieden mogelijkheden voor psychologische hulpverleners. Henselmans: “Mijn onderzoek laat zien dat vrouwen op verschillende momenten verschillende emotionele reacties vertonen. Daar moet meer aandacht voor komen. We moeten uitgebreider én op meerdere momenten in kaart brengen of vrouwen psychosociale problemen hebben.” Patiënten die het gevoel hebben weinig controle te hebben over hun leven, kunnen gericht ondersteund worden. Henselmans: “Zo kunnen deze patiënten leren beter met hun ziekte en hun behandeling om te gaan.”

Curriculum vitae

Inge Henselmans (Waalwijk, 1980) studeerde Sociale en Gezondheidspsychologie te Groningen. Ze verrichtte haar onderzoek aan de afdeling Gezondheidswetenschappen van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en binnen onderzoeksschool SHARE. Haar promotores zijn prof.dr. A.V. Ranchor en prof.dr. R. Sanderman; het onderzoek werd gefinancierd door KWF Kankerbestrijding. Henselmans werkt inmiddels als fellow van KWF Kankerbestrijding in het AMC. De titel van haar proefschrift luidt: “Psychological well-being and perceived control after a breast cancer diagnosis”.

Noot voor de pers

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de persvoorlichters van het UMCG, tel. (050) 361 22 00.

Breast cancer: many women have few psychological problems, or only briefly

About one in nine women in the Netherlands gets breast cancer and the diagnosis is always a shock. However, with increasing treatment possibilities and the ‘taboo’ around the illness vanishing, it is now less often regarded as a life-threatening, traumatic experience. This has been revealed by research conducted by Inge Henselmans, who will be awarded a PhD by the University of Groningen on 28 October. In particular, women with a strong feeling that they are in control of their own lives have relatively few psychological problems.

Breast cancer is caused by anomalies in the DNA that mean that a cell divides and grows in an uncontrolled manner. If the disease is discovered early, the treatment options are relatively good. In many cases the tumour has to be surgically removed and the patient given radiotherapy, but sometimes chemotherapy is also needed. The survival chances after five years are 85%. If there is no metastasizing, that percentage is up as high as between 90 and 100%.

Long-term research
More than 900 women completed several questionnaires for Henselmans’ research into psychological wellbeing after a breast cancer diagnosis. Breast cancer was confirmed in 242 women; 670 went to the hospital with suspected breast cancer but turned out not to have cancer after all. All of the women were asked questions at specific moments: before and after diagnosis and before and after any treatment. Never before have women been tracked through so many phases of the disease process.

Few complaints after treatment
‘Women are well aware of the risks of the disease’, Henselmans explains, ‘and appear to be generally very resilient.’ However, not everyone goes through the disease process without any problems. Immediately after the diagnosis in particular, many women who have to have radiotherapy and/or chemotherapy struggle with fear about what is to come, as well as with other psychological problems including insomnia. In general, women recover well in the months after completing treatment. A third of the women do not experience any psychological problems at all at any point after diagnosis. On the other hand, a small group of women either develop psychological problems for the first time after treatment, or have problems throughout the entire hospital phase.

Control of your own life
Women with a strong sense of being in control of their lives have relatively few psychological problems, it appears. These women have a positive attitude towards the situation and trust in their own ability to cope with the disease. They do not let their lives be ruled by the disease – they continue to pay attention to friends and family and welcome visits. Women with a strong sense of being in control of their lives often have the feeling that they can influence the healing process of their disease. In many patients, this feeling of control of the healing process appears to be based on the idea that a positive attitude promotes healing.

Pay more attention to psychosocial problems
The research results open up possibilities for psychological care providers. Henselmans: ‘My research reveals that women have different emotional reactions at different times. There should be more attention paid to this. We should look in more detail and at more points in time whether women have psychosocial problems.’ Patients who have the feeling that they have little or no control over their lives can receive tailored support. Henselmans: ‘This would help these patients to cope better with their disease and treatment process.’

Curriculum vitae
Inge Henselmans (Waalwijk, 1980) studied Social and Health Psychology in Groningen. She conducted her PhD research at the department of Health Sciences of the University Medical Center Groningen (UMCG), and within the research school SHARE. Her supervisors were Prof. A.V. Ranchor and Prof. R. Sanderman; the research was financed by the Dutch Cancer Society. Henselmans is currently a Dutch Cancer Society fellow at the AMC Amsterdam. The title of her thesis is ‘Psychological well-being and perceived control after a breast cancer diagnosis’.

Contact information
Please contact the UMCG Press Office for more information: tel. (050) 361 22 00.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:27
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws

  • 23 februari 2018

    Miljoenenpremies naar vier Groningse toponderzoekers

    Vier Groningse RUG-wetenschappers krijgen ieder anderhalf miljoen euro om de komende vijf jaar onderzoek te doen en een onderzoeksgroep op te bouwen. Zij ontvangen een Vici-beurs uit de Vernieuwingsimpuls van NWO. Vici is een van de grootste persoonsgebonden...

  • 23 februari 2018

    Kinderen met astma blijken aangepast dna te hebben

    Kinderen met astma blijken epigenetische, chemische veranderingen van hun dna te hebben. Op hun dna zijn nu 14 plekken vastgesteld, die samenhangen met astma. Het bijzondere is dat deze 14 plekken in de eerste 4 jaar van hun leven zijn veranderd. Deze...

  • 21 februari 2018

    Provincie en RUG maken werk van duurzame landbouw

    De Provincie Groningen en de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) slaan de handen ineen om de landbouwsector verder te verduurzamen. Hiertoe wordt een Bijzondere Leerstoel Natuurinclusieve Landbouw opgericht aan de RUG. De Provincie​draagt via haar Programma...