Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Kauwen-soap levert belangrijke informatie over ouder worden

Harense kauwenkolonie ontleed
07 oktober 2009

Hard werken en een groot nageslacht verzorgen kosten veel energie. Ook kauwen ondervinden aan den lijve de gevolgen ervan, heeft gedragsbioloog Martijn Salomons vastgesteld. Uit bestudering van een kauwenkolonie die nestelt in het Groningse dorp Haren heeft Salomons geconcludeerd dat er een duidelijk verband is tussen het aantal jongen dat wordt verzorgd en de gezondheid en overlevingskansen van de jonge kauwtjes. Ook heeft hij gekeken naar wat de nestgrootte betekent voor de levensverwachting van het ouderpaar. Salomons promoveert op het kauwenonderzoek op 16 oktober 2009 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Salomons bestudeerde jaren achtereen de omvangrijke kauwenkolonie. Behalve dat de observaties belangrijke wetenschappelijke informatie opleverden, heeft Salomons ook van het gedrag van de bezige vogels genoten. ‘Wanneer je begint te kijken, dan blijf je kijken’, zegt Salomons, die zich al in zijn studententijd met de Harense kauwenkolonie bezig hield. ‘Het is alsof ik een jarenlange soap heb gevolgd.’ aldus Salomons. ‘In zo'n kolonie is enorm veel aan de hand en de gedragingen van de vogels zijn intrigerend.’ Bazige vrouwtjes blijken hun kauwenman stevig onder de plak te hebben en monogamie is onder kauwenparen de norm. ‘Buitenechtelijke relaties zijn een zeldzaamheid. Fascinerend,’ aldus Salomons.

Levensverwachting

Naast deze vaak vermakelijke, persoonlijke observaties richtte Salomons' onderzoek zich vooral op de effecten van de manipulatie van de broedselgrootte op de gezondheid van het ouderpaar en de jongen. Door pasgeboren jonge kauwtjes naar een ander nest te verplaatsten varieerde Salomons de broedselgroottes. De gevolgen hiervan mat hij aan de hand van het verschil in DNA-schade, gemeten naar de lengte van de telomeren. Telomeren zijn lange stukken DNA aan het eind van elk chromosoom. Hard werken en zogeheten oxidatieve stress beschadigen mogelijk deze telomeren, die daardoor korter worden.
De lengte van telomeren, maar vooral ook de snelheid waarmee deze korter worden, blijkt een voorspelling te geven over overlevingskansen van een individu. DNA-schade vertelt dus iets over de levensgeschiedenis van individuele kauwen en over hun levensverwachting. Het belang van Salomons' onderzoek ligt zeker ook in het feit dat hij dit als als eerste aantoont bij in het wild levende dieren.

Oudere mens

Salomons benadrukt dat zijn promotieonderzoek relevant is voor studies naar ouder worden en gezondheid van mensen. ‘Er wordt veel onderzoek gedaan naar telomeerlengte en de effecten ervan op levensverwachting,’ licht Salomons toe. ‘Er zijn aanwijzingen dat ook in mensen telomeerlengte op hogere leeftijd een voorspellende waarde heeft voor de levensverwachting. Recent onderzoek van het UMCG heeft bijvoorbeeld al laten zien dat een verband bestaat tussen de lengte van telomeren en de kans op hartfalen. Mijn bevindingen zijn hiermee in lijn en vormen er een aanvulling op.’

Groei of gezondheid

Een ander opvallend resultaat dat Salomons vond, was dat kauwen die meer jongen verzorgen, meer inspanning leveren, maar dat ze toch minder succesvol zijn, vergeleken met ouderparen met verkleinde broedsels. Jongen in vergrootte broedsels groeien minder goed en zijn ook lichter dan hun broertjes en zusjes die opgroeien in verkleinde broedsels. En dat heeft nadelige gevolgen voor hun reproductieve succes in de toekomst. Tegelijkertijd zijn er aanwijzingen dat zonen en dochters op verschillende manieren omgaan met de verslechterde omstandigheden. Wanneer er meer jongen in het nest zitten en er per jong minder voedsel wordt binnengebracht, dan ‘kiezen’ zonen voor groei, wat vervolgens leidt tot een verhoogde afname van de telomeerlengte. Dochters daarentegen steken juist minder energie in de groei.
Hoewel dochters dus kleiner blijven en op het oog meer last lijken te hebben van de verslechterde omstandigheden, is de voorspelling op grond van de effecten op de telomeerlengte dat zonen misschien wel net zoveel last hebben van de manipulatie van de broedselgroottes, maar dat dit effect zich anders manifesteert.

Dominantie ongezond?

Tevens blijkt samenhang te bestaan tussen sociale dominantie en het aantal zonen en dochters in een broedsel. Dominante kauwenparen produceerden tussen 1998 en 2002 meer zonen dan dochters. Paren lager in de rangorde daarentegen produceerden meer dochters. Dit verband is echter niet constant want in 2004, 2005 en 2007 kregen dominante kauwenparen juist meer dochters. Salomons: ‘Een goede verklaring waarom of waardoor de investering in zonen dan wel dochters samenhangt met sociale hiërarchie hebben we nog niet kunnen vinden.’
Salomons vond ook dat hoog in de hiërarchie geplaatste kauwtjes minder succesvol waren in het produceren van nageslacht. ‘Dit laat zien dat er kosten zijn verbonden aan dominantie,’ verklaart Salomons. ‘De kosten kunnen in bepaalde gevallen de baten zelfs overtreffen.’ Deze bevinding draagt volgens de onderzoeker bij aan kennis over evolutie van sociale dominantie hiërarchieën.   

Curriculum Vitae

Martijn Salomons (Dronten, 1975) studeerde biologie in Groningen en deed zijn
promotieonderzoek bij de vakgroep Gedragsbiologie van de Onderzoekschool BCN van de Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen. Het promotieonderzoek werd gefinancierd door NWO. Salomons promoveert bij prof.dr. Verhulst. De titel van zijn proefschrift is Fighting for fitness.

Noot voor de pers

Contact: e-mail: Martijnsalomons@hotmail.com  
Of via de afdeling Communicatie, tel. 050-363 4444, e-mail: communicatie@rug.nl 

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:27

Meer nieuws