Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof.dr. Gijsbert Vonk: 'Verhoging AOW-leeftijd: kiest de SER eieren voor zijn geld?'

29 september 2009

Het verhogen van de AOW-pensioenleeftijd tot 67 jaar waartoe het kabinet heeft besloten, ligt gevoelig. Om die reden is er de afgelopen maanden in de SER gebroed op allerlei alternatieven. Zondag werd bekend dat de contouren van een SER-akkoord zichtbaar worden. De bonden zouden alsnog akkoord gaan met een geleidelijke verhoging van de pensioenleeftijd tot 67 jaar.

Daarmee kiest de SER eieren voor zijn geld, meent de Groningse hoogleraar socialezekerheidsrecht prof.dr. Gijsbert Vonk. Andere alternatieven die de revue zijn gepasseerd, zoals het maken van uitzonderingen voor zware beroepen of het koppelen van de AOW aan het arbeidsverleden, tasten het wezen van de AOW te zeer aan. “Dat zou zonde zijn, want ondanks zijn ruime 50-jarige leeftijd is de AOW is nog steeds een zeer moderne voorziening .”

Nieuwe kwetsbaren

De AOW maakt geen onderscheid tussen werknemers, zelfstandigen en niet-actieven. Als je erover nadenkt is dit een zeer vooruitstrevend, meent Vonk. Bij andere socialezekerheidsregelingen worden werknemers om historische redenen beter beschermd. De bevoordeling van werknemers ten opzichte van zelfstandigen is echter achterhaald. De nieuwe kwetsbaren zijn tegenwoordig de zelfstandigen zonder personeel. Daarvan zijn er inmiddels bijna een half miljoen.

Niet-actieven eten ook mee uit de ruif van de AOW. Daarmee is niet gezegd dat de AOW gebaseerd is op een recht op luiheid. Vonk: “Waar de één een aantal jaren niet heeft gewerkt in verband met zorgtaken, een ander niet kon werken omdat hij ziek was, heeft een volgende misschien drie jaar zonder te werken in een kraakpand rondgehangen. De AOW abstraheert van dergelijke individuele achtergronden”. Dit houdt de wet eenvoudig.

Sociaal minimum

Door de brede basis moet het pensioen sober blijven. De AOW geeft niet meer dan het sociaal minimum. Het pensioen is voor iedereen hetzelfde. Daarmee geeft de wet het signaal af dat de burger wat betreft het bovenminimale deel van de pensioenvoorziening zelf zijn boontjes moet doppen. In de praktijk worden voor de aanvulling op de AOW pensioenafspraken gemaakt tussen werkgevers en werknemers. Dit zijn de aanvullende, collectieve pensioenen die per bedrijfstak of per onderneming zijn geregeld. Volgens Vonk zullen wij het signaal dat de overheid slechts beperkt in onze bescherming kan voorzien, in de toekomst vaker te horen krijgen, met name in de zorg. De stijgende kosten als gevolg van de vergrijzing leiden ertoe dat er ergens een grens zal worden gesteld aan het niveau van de sociale bescherming.

Basisinkomen

Door zijn eenvoud is de AOW ook nog eens goed uitvoerbaar. Fraude is nauwelijks mogelijk. De Sociale Verzekeringsbank die met de uitvoering is belast, scoort met de rechtmatigheid al jaren bijna een 10. Door deze eigenschappen is de regeling nog steeds modern. “Je kunt er de contouren in ontwaren van een basisinkomen. Wel vraagt een dergelijk constructie voortdurend om uitleg”

Niet terug naar paard en wagen

Vonk erkent dat van de verhoging van de AOW-leeftijd een psychologisch signaal uitgaat dat het op je 65-ste nog niet gedaan is. Als het de politiek er om te doen is om ons langer aan het werk te houden, moet de AOW-leeftijd desnoods omhoog. Vonk zijn zorgen gaan veel meer uit naar sommige alternatieven die de revue passeren. Een uitzondering maken voor zware beroepen, kan volgens hem niet. “Lichamelijk werk is lichter geworden. Stress is de nieuwe sloper. Maar hoe zet je zoiets om in een regeling? Het is erg individueel bepaald.” De variant waar men dan uiteindelijk op uitkomt, is het koppelen van de AOW aan het aantal jaren men gewerkt heeft. Hier kleven grote nadelen aan, aldus Vonk De beoordeling van verzekeringsperioden wordt een uiterst omslachtige aangelegenheid. “Je krijgt het grootste gedoe met allerlei claims van burgers die menen dat rekening moet worden gehouden met hun individuele situatie: studie, ziekte, zwangerschap, arbeidsongeschiktheid, vrijwilligerswerk. Voor iedere situatie weer een andere uitzonderingsregel”. Volgens Vonk zal een dergelijke maatregel de AOW als volksverzekering om zeep helpen. “Het is alsof je na de uitvinding van de auto, weer met zijn allen besluit om met paard en wagen te gaan”.

Beste variant

Als de SER akkoord gaat met een geleidelijke verhoging van de pensioenleeftijd tot 67 jaar, krijgt het Kabinet zijn zin. Toch kiest de Raad kiest met deze optie de beste variant uit alle kwade, meent Vonk. Wel is het in de visie van de SER straks nog steeds mogelijk om met 65 jaar er uit te stappen, maar dan voor een lager pensioen. Dit is misschien een zuur perspectief voor de mensen die er al vele jaren zware arbeid op hebben zitten, maar voor de samenleving blijft vanaf het 67ste jaar de AOW in zijn huidige vorm intact. Daarmee zou de SER de samenleving een dienst bewijzen, meent Vonk.

AOW als harde nucleus

Er moet volgens Vonk anders tegen de pensioenverhoging worden aangekeken. “Waar je nu bij 65 jaar geen problemen maakt over een oneerlijke behandeling van bijzondere groepen, is er geen reden om bij 67 jaar plotseling de stormbal te hijsen.” Volgens Vonk is het beter om in de sfeer van de aanvullende pensioenen het maatwerk te leveren waar de samenleving kennelijk behoefte aan heeft. Zo is het goed voorstelbaar dat het bouwbedrijf een regeling voor vervroegde uittreding hanteert, maar het bankbedrijf niet. “In het totale pensioengebouw vormt de AOW de harde, onveranderbare nucleus. De kracht van de AOW schuilt in de volstrekte zekerheid van een minimumpensioen vanaf een vaste leeftijd. Aanvullende pensioen zijn gedifferentieerder en kunnen daarom veel flexibeler op bijzondere wensen inspelen”.

Contact:

Prof.dr. G.J. Vonk

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws