Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Lagere ambities in Friesland staan prestaties Friese leerlingen in de weg

29 september 2009

Omdat veel leerlingen op Friese basisscholen lager presteren, halen ze een minder hoog diploma in het voortgezet onderwijs dan leerlingen in de rest van het land. Het minder goede schoolsucces heeft niks met de intelligentie van de Friese jeugd te maken, maar wordt volgens onderwijskundige Hester de Boer vooral veroorzaakt door het lage ambitieniveau van zowel ouders als leerkrachten en – samenhangend daarmee - de onderadvisering. De Boer promoveert 12 oktober 2009 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Hester de Boer onderzocht de schoolprestaties van een groep van 20.000 leerlingen, van wie er 1100 uit Friesland kwamen. Deze leerlingen zaten in 1999 allemaal in de eerste klas van het voortgezet onderwijs en hun schoolloopbaan is in de jaren erna gevolgd. De Boer vergeleek het advies dat de Friese leerlingen kregen aan het eind van hun basisschoolperiode, hoe ver ze het op school brachten, hun examencijfers en de vakken die ze hadden gekozen.

Laag advies, lage prestaties

“Bij een gelijke mate van intelligentie leveren de Friese leerlingen lagere leerprestaties in het basisonderwijs”, aldus De Boer. “Er is dus sprake van onbenut talent.” Friese leerlingen hebben dus aan het eind van het basisonderwijs al een prestatieachterstand, zoals uit eerder onderzoek reeds bleek. Maar als hiervoor wordt gecorrigeerd, dan blijkt ook nog eens dat ze aan het eind van de basisschool een lager schooladvies krijgen dan schooljeugd elders in het land. Friese leerlingen worden dus ondergeadviseerd.

In het voortgezet onderwijs loopt de onderwijsachterstand van de leerlingen in Friesland gelukkig niet veel verder uit. Wel blijken de leerlingen die een vmbo-advies krijgen later een lager onderwijsniveau te bereiken dan hun collega-vmbo-scholieren elders. Dat is volgens De Boer volledig terug te voeren op het minder hoge niveau bij het verlaten van de basisschool. Leerlingen die met een havo/vwo-advies de basisschool verlaten, bereiken wel een vergelijkbaar eindniveau ten opzichte van hun schoolgenootjes in de rest van het land. Gebruik van de Friese taal heeft geen invloed heeft op het schoolsucces van de Friese jeugd, benadrukt De Boer.

Sneller stapje terug

Uit De Boers onderzoek blijkt tevens dat Friese leerlingen ook eerder een stapje terug doen wanneer de schoolprestaties tegenvallen. De Boer: “Ze stromen eerder af naar een lager schooltype, bijvoorbeeld van vwo naar havo. Terwijl zittenblijven vaak beter voor het eindresultaat is.” Dit zorgt er onder meer voor dat in Friesland minder leerlingen (3,6 procent minder) eindexamen vwo doen.

Opvallend zijn wel de hogere eindexamencijfers van de Friese schoolpopulatie. De Boer zegt dat dit voor een klein deel komt doordat in Friesland zoveel leerlingen een school beneden hun niveau volgen. Ook hieruit blijkt dat Friese leerlingen mogelijk een hoger onderwijsniveau hadden aangekund, stelt De Boer.

Vmbo-leerlingen blijken in Friesland ook iets vaker voor de sector economie te kiezen dan voor techniek, terwijl een exacte keuze als perspectiefrijker geldt. Verschillen in profielkeuze van havo- en vwo-leerlingen, trof De Boer niet aan.

Ambitieniveau

Veel van de resultaten zijn verklaarbaar uit het lagere ambitieniveau van zowel ouders als leerkrachten, zegt De Boer. Een ouderenquête naar de verwachtingen van ouders over de schoolloopbaan van hun kinderen levert een duidelijke aanwijzing voor dit gebrek aan ambitie. Op de vraag welke opleiding hun kind dient af te ronden, gaven Friese ouders gemiddeld een lager onderwijstype aan dan vaders en moeders in de rest van het land.

Bewustwording

Het onderzoek van De Boer maakt duidelijk dat onderwijsachterstanden al vroeg in de schoolloopbaan ontstaan. Dit geeft beleidsmakers een handvat om het probleem aan te pakken, vindt De Boer. Tevens moeten zowel ouders als leerkrachten er meer bewust van worden gemaakt dat hun lagere streefniveau verstrekkende gevolgen heeft voor de onderwijsprestaties, adviseert De Boer. “Door het gemiddeld lage opleidingsniveau, ontbreekt het ook aan rolmodellen”, verklaart De Boer. “Mensen zien onvoldoende dat een goede opleiding tot een betere maatschappelijke positie leidt.”

Curriculum Vitae

De Boer (Harlingen, 1979) studeerde onderwijskunde in Groningen en deed haar promotieonderzoek bij het GION, Gronings Instituut voor Onderzoek van Onderwijs, dat ook het onderzoek financierde. Ze promoveert in de Gedrags- en Maatschappijwetenschappen bij prof.dr. M.P.C. van der Werf en prof.dr. R.J. Bosker. De titel van haar proefschrift is 'Schoolsucces van Friese leerlingen in het voortgezet onderwijs'. De Boer blijft na haar promotie bij het GION werken.

Noot voor de pers

Contact: via de afdeling Communicatie, tel. 050-363 4444, e-mail: communicatie@rug.nl

 

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:27

Meer nieuws

  • 17 september 2018

    Pesten is een probleem van ons allemaal

    Van leerkrachten wordt veel verwacht; naast een stimulerend academisch klimaat, moeten ze er ook voor zorgen dat er niet gepest wordt in de klas. Ze zijn echter niet voldoende opgeleid om pesten effectief aan te kunnen pakken. Bovendien ontbreekt er...

  • 11 september 2018

    Van Klokhuis-vraag naar Veni-subsidie

    Als kind was Jorrig Vogels al gefascineerd door taal en vergeleek hij de verschillende woorden voor ingrediënten op verpakkingen. Een jaar terug sleepte de taalonderzoeker een Veni-beurs in de wacht. ‘Taal heeft iets telepathisch: het beeld dat ík in...

  • 07 september 2018

    Constructief overleg – gezamenlijke overeenkomst

    Na een intensief en constructief gesprek met de actievoerende studenten van studentenpartij DAG en ROOD (jongeren SP) is donderdagavond een gezamenlijke overeenkomst bereikt op vier punten, vooral gericht op de lange termijn.