Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Heeft je kind ADHD? Volg een oudertraining!

29 september 2009

Kinderen met ADHD hebben er baat bij als hun ouders een oudertraining volgen. Ze worden minder ongehoorzaam, vertonen minder opstandig gedrag en hebben minder driftbuien en angst- en stemmingsklachten. Dat blijkt uit onderzoek van Barbara van den Hoofdakker van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Van den Hoofdakker promoveert 7 oktober 2009 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

ADHD (Attention-Deficit Hyperactivity Disorder) is een veel voorkomende stoornis bij kinderen, die zich uit in onder meer verminderde concentratie, hyperactiviteit en impulsiviteit. De aandoening leidt vaak tot problemen op school, in het gezin en in relaties met leeftijdgenoten. Op de langere termijn lopen kinderen met ADHD een verhoogd risico op het ontwikkelen van bijvoorbeeld delinquent gedrag en verslaving. Goede behandeling is daarmee van groot persoonlijk én maatschappelijk belang.

Positief gedrag stimuleren

Van den Hoofdakker verrichtte onderzoek onder 94 kinderen tussen vier en twaalf jaar met ADHD en gedragsproblemen. De ouders van de helft van deze kinderen kregen reguliere zorg, de ouders van de andere helft van de kinderen kregen daar bovenop een speciale oudertraining. Deze bestond uit 12 groepssessies van elk twee uur, waarin de ouders onder meer leerden hoe ze het dagelijkse leven van hun kind kunnen structureren, hoe ze hun kinderen kunnen instrueren en hoe ze gewenst gedrag kunnen prijzen en belonen. Van den Hoofdakker: “Ouders van kinderen met ADHD zijn vaak geneigd negatief gedrag te bestraffen. Dat wordt in de oudertraining doorbroken. Ouders leren hoe ze het best op ongewenst gedrag kunnen reageren, maar vooral ook hoe ze positief gedrag van hun kind kunnen stimuleren.”

Beter in hun vel

Uit haar onderzoek blijkt dat kinderen met ADHD minder ongehoorzaam zijn, minder opstandig gedrag vertonen en minder driftbuien en angst- en stemmingsklachten hebben wanneer hun ouders de oudertraining hebben gevolgd. Ook de hoeveelheid stress bij de ouders neemt af, maar op dit punt biedt oudertraining geen meerwaarde boven de reguliere zorg, want ook in de groep die alleen reguliere zorg kreeg, nam de stress bij de ouders af. Wanneer het kind naast ADHD ook andere stoornissen heeft, zoals een gedragsstoornis, of een angst- of stemmingsstoornis, biedt de oudertraining geen duidelijke meerwaarde.

“Het lukt toch niet…”

Opmerkelijk is dat oudertraining minder zinvol is bij moeders die een negatief beeld hebben van zichzelf als opvoeder. Van den Hoofdakker: “Naar de oorzaken daarvan hebben we geen onderzoek gedaan. Maar we vermoeden dat deze vrouwen de aanwijzingen uit de oudertraining minder snel opvolgen. Ze denken misschien dat het ze tóch niet lukt het gedrag van hun kind te veranderen.” Kinderen van vaders die bij zichzelf symptomen van ADHD waarnemen, blijken juist nog beter te reageren wanneer hun ouders een oudertraining volgen. Van den Hoofdakker: “Op de oudertraining wordt veel aandacht besteed aan rustig blijven, aan niet-impulsief gedrag. Vaders die uit zichzelf impulsief handelen, hebben daar misschien meer baat bij dan vaders die uit zichzelf weldoordacht reageren. En dus knappen hun kinderen er meer van op als ze de training volgen.”

Houvast in de praktijk

Oudertraining wordt in Nederland al enige jaren aangeboden, maar de effectiviteit ervan was in ons land nog nooit onderzocht. Van den Hoofdakker: “Al het bestaande onderzoek op dit terrein komt uit de Verenigde Staten. Uit ons onderzoek blijkt nu dat de training ook effectief is in de Nederlandse situatie. Bovendien hebben aan het onderzoek gezinnen meegedaan waar meestal al langer problemen zijn, en waarbij de ouders vaak al bij meerdere hulpverleners hebben aangeklopt.” Daarmee bieden de resultaten van haar onderzoek een belangrijk houvast voor hulpverleners in de kinder- en jeugdpsychiatrie en GGZ in Nederland, meent de onderzoeker. “We hebben aangetoond dat de interventie écht werkt en ook in welke gevallen zij meer en minder effectief is.”

Curriculum vitae

Barbara van den Hoofdakker (Utrecht, 1961) studeerde orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze verrichtte haar onderzoek aan het Universitair Centrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie Groningen (Accare, UCKJP), waar ze werkt als klinisch psycholoog/gedragstherapeut, manager en onderzoeker, en binnen onderzoeksschool BCN. Ze promoveert tot doctor in de medische wetenschappen bij prof.dr. R.B. Minderaa en prof.dr. P.M.G. Emmelkamp. De titel van haar proefschrift luidt: "Behavioral parent training for children with ADHD. Effectiveness in clinical practice and moderators of treatment response”.

Noot voor de pers

Contact: via de persvoorlichters van het UMCG, tel. 050-361 2200, e-mail: voorlichting@bvl.umcg.nl

 

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:27

Meer nieuws

  • 19 oktober 2018

    € 4 miljoen EU-subsidie voor onderzoek naar erfelijke stofwisselingsziekten

    Een onderzoeksnetwerk, geleid door Barbara Bakker en Terry Derks van de afdeling kindergeneeskunde van het UMCG, heeft een EU-subsidie gekregen van € 4 miljoen. Hiermee kunnen zij vijftien jonge onderzoekers aantrekken, die onderzoek gaan doen naar...

  • 18 oktober 2018

    Toegangscontrole Universiteitsbibliotheek Binnenstad

    In november worden de toegangspoortjes in de Universiteitsbibliotheek Binnenstad getest. Als deze test naar tevredenheid verloopt, worden de poortjes definitief in gebruik genomen.

  • 16 oktober 2018

    Consultatiebureaus voor ouderen niet effectief

    Kan een Consultatiebureau voor ouderen er voor zorgen dat (kwetsbare) ouderen zo gezond mogelijk oud worden? Nee, zo blijkt uit onderzoek van het UMCG, Rijksuniversiteit Groningen, Hogeschool Windesheim en Leyden Academy on Vitality and Ageing.