Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Van profeet tot patiënt: visies op kunstenaarschap in de negentiende eeuw

12 mei 2009

Oratie: Mary Kemperink, 16.15 uur, Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

Titel: Van profeet tot patiënt: visies op kunstenaarschap in de negentiende eeuw

Leeropdracht: Moderne Nederlandse Letterkunde, in het bijzonder de relatie tussen literatuur en wetenschap

Faculteit: Letteren

 

‘Alle kunstenaars en groote denkers zijn neurasthenici’, schreef de Nederlandse auteur Lodewijk van Deyssel in 1888. En hij is niet de enige van zijn tijdgenoten die een verband legde tussen kunstenaarschap en zenuwziekte. Mary Kemperink gaat in haar oratie in op de visies op kunstenaarschap in de negentiende eeuw. Met haar oratie aanvaardt zij het ambt van hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde, in het bijzonder de relatie tussen literatuur en wetenschap.

Opvallend vaak was het zelfbeeld van eindnegentiende-eeuwse auteurs een regelrechte flirt met de pathologie. Velen van hen hadden de neiging om zichzelf en de kunstenaar in het algemeen te beschouwen als een op z’n minst licht psychiatrisch geval. In deze kijk op kunstenaarschap werden zij sterk geïnspireerd door de medische wetenschap van hun tijd. In de loop van de negentiende eeuw waren artsen een dwingend verband gaan leggen tussen genialiteit en krankzinnigheid. De beroemdste naam in dit verband is die van Cesare Lombroso. Schrijvers namen deze gemedicaliseerde visie over. Wetenschappelijke autoriteiten dwongen hen om in een spiegel te kijken en wat die spiegel liet zien was een zenuwpatiënt. Zwakke zenuwen en een degeneratieve aanleg waren nu keiharde bewijzen van artistieke aanleg. Wel gaven zij een eigen vertaling aan het pathologische concept. Terwijl artsen zorgelijk hun diagnose van neurasthenie en degeneratie op tafel legden, gaven de schrijvers er juist een positieve meerwaarde aan. ‘Neurasthenisch’ interpreteerden zij als ‘niet-burgerlijk’, en ‘gedegenereerd’ als ‘verfijnd’. Juist door hun overgevoelige verfijning meenden zij hun gezondere voorgangers te kunnen overtreffen. Paradoxaal genoeg betekende degeneratie voor hen artistieke vooruitgang. Kemperink wil met haar casus een voorbeeld geven van de complexe en dynamische relatie tussen literatuur en wetenschap en daarmee laten zien dat het overbrengen, vertalen en conserveren van kennis één van de niet te onderschatten functies is van literatuur.

 
Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:38

Meer nieuws