Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Criminoloog prof. dr. Willem de Haan: 'Schietpartij in Duitsland past in bekend patroon'

13 maart 2009

De schietpartij in het Duitse Winnenden waarbij een 17-jarige scholier in korte tijd 15 mensen doodschoot, past in het patroon dat we kennen uit het onderzoek naar oorzaken en achtergronden van dit type geweld. Het grote aantal slachtoffers, de schijnbaar willekeurige wijze waarop zij worden gedood of verwond en het feit dat veel van deze schietpartijen plaatsvinden op scholen in relatief welvarende gemeenschappen, was in 2001 voor het U.S. Congress aanleiding om de National Research Council van de Academy of Sciences te vragen dit fenomeen te onderzoeken.

Onderzoek naar oorzaken en achtergronden was nodig omdat uit een studie door het National Threat Assessment Center van de U.S. Secret Service was gebleken dat een bruikbaar profile van school rampage schooters niet te geven is. Daders verschillen daarvoor te sterk qua etnische achtergrond, gezinssituatie, schoolprestaties, vriendschapsrelaties, status en populariteit onder leeftijdsgenoten, gedragsproblemen en alcohol- en drugsgebruik in de periode voorafgaand aan het incident. Wel is opmerkelijk dat het merendeel van de schutters relatieproblemen had of zich door anderen gekwetst, aangevallen, bedreigd of achtervolgd voelde. Meer dan de helft van de schutters had depressieve gevoelens en het overgrote deel had al eerder gedreigd of gepoogd zichzelf van het leven te beroven.

Ook uit het uitvoerige onderzoek blijkt dat de meeste daders sterk gepreoccupeerd waren met hun relaties met leden van de andere sekse, hun mannelijkheid en status in de groep en dat de meesten een ingrijpende verandering in hun relatie met leeftijdgenoten hadden meegemaakt. Omdat zij het gevoel hadden nergens terecht te kunnen voor hulp en steun, kwamen zij in de verleiding om met een dramatische gewelddadige actie uiting te geven aan hun opgekropte gevoelens van frustratie, schaamte en zelfhaat. De oplossing hiervoor werd hen aangereikt in de media in de vorm van songteksten, films en videogames waarin mannelijkheid en geweld werden verheerlijkt. Het motief voor dit soort rampage school schootings kan worden gevonden in gekwetste mannelijke trots. Het lijkt schutters niet alleen te gaan om het treffen van individuele personen, maar vooral het vernietigen van het statussysteem waarvan zij zichzelf het slachtoffer voelen. Slachtoffers zijn daarom vaak willekeurig. Zij waren op het verkeerde moment op de verkeerde plaats.

Op basis van de onderzoeksresultaten zijn vijf noodzakelijke voorwaarden geformuleerd om tot een ‘rampage school schooting’ te komen:

1. de dader voelt zich geïsoleerd van zijn sociale omgeving;

2. hij lijdt aan psychosociale stoornissen die zijn gevoel van isolement versterken;

3. hij wordt op het idee gebracht om zijn problemen met geweld op te lossen;

4. hij heeft toegang tot een vuurwapen en weet ook daarmee om te gaan;

5. de signalen die hij afgeeft worden door zijn omgeving niet opgepikt, serieus genomen of genegeerd.

De meeste jongens waren zo wanhopig dat zij voor de schietpartij al zelfdoding hadden overwogen en de meeste schutters verwachtten ook bij hun actie het leven te zullen laten hetzij door de hand aan zichzelf te slaan hetzij te worden doodgeschoten door de politie. Sommigen hebben een vuurgevecht met de politie uitgelokt om te sterven door suicide by cop.

Wat er tot nu toe bekend is geworden over de toedracht bij de schietpartij op en rond de school in het Duitse Winnenden, past in dit patroon. Tim K. was in behandeling wegens depressieve klachten en bracht veel tijd door met het spelen van computergames. Een vriend zou hierover hebben opgemerkt: ''Ik speelde vaak met hem, maar twee jaar geleden verbrak hij het contact. Hij begon steeds gekker te doen, wilde steeds naar horrorvideo's kijken en gewelddadige games spelen als Counterstrike.'' Tim raakte steeds meer in de ban van wapens, aanvankelijk luchtdrukwapens waarvan hij er minstens dertig bezat en waarmee hij in de bossen oefende. Later, toen zijn vader hem meenam naar de schietvereniging, leerde hij omgaan met echte vuurwapens. Hij zou zijn daad in de nacht ervoor in een chatroom op internet hebben aangekondigd met de woorden: ''Ik ben dit rotleven zat (...) jullie zullen morgen van mij horen, letten jullie alleen op de plaatsnaam Winnenden. Iedereen lacht mij uit, niemand erkent wat ik kan. Ik meen het serieus, ik heb een wapen hier. Morgen ga ik naar mijn school.'' Maar ook in dit geval nam degene met wie hij chatte de dreigementen niet serieus en heeft ze ook niet aan de politie gemeld. Ook in dit geval zou de dader zichzelf door het hoofd hebben geschoten en zo een eind aan zijn leven hebben gemaakt.

Na schietpartijen met dodelijke afloop op scholen is de druk op de overheid groot om maatregelen te treffen om dit type geweld te voorkomen. Vermoedelijk zal door de schietpartij in Duitsland de discussie over geestelijke gezondheidszorg, gewelddadige videogames en vuurwapenbezit wel weer oplaaien. Het is echter uiterst moeilijk om effectieve maatregelen te verzinnen om dit soort uitzonderlijke incidenten te voorkomen. Er zijn wel aanbevelingen gedaan om op scholen risicotaxaties in te voeren en leerkrachten te leren om potentiële daders aan de hand van checklists te identificeren. Maar de waarschuwingssignalen waarop zij moeten letten (spijbelen, interne en externe schorsingen, het ontbreken van toezicht door ouders of verzorgers, het aanrichten van vernielingen of beschadiging van eigendommen, het gebruiken van alcohol en drugs, het gevoel te worden afgewezen, gepest, getreiterd en uitgesloten, uitbarstingen van woede en de neiging anderen de schuld te geven van eigen problemen) zijn te weinig specifiek om doeltreffend te kunnen zijn om zulke gelukkig zeer zeldzame gebeurtenissen te voorkomen.

Een aanknopingspunt biedt wellicht de bevinding dat in meer dan driekwart van de gevallen van rampage school shootings leerlingen een vermoeden hadden dat er ‘iets groots’ of ‘heel ergs’ ging gebeuren. Sommigen zeiden achteraf zelfs precies te hebben geweten wat de daders van plan waren. Leerlingen zijn dus vaak in de positie om schietpartijen te voorkomen door de schoolleiding te waarschuwen, maar in de praktijk ontbreekt het hen vaak aan motivatie om dat ook daadwerkelijk te doen. De belangrijkste reden hiervoor is een gebrek aan vertrouwen. Hier is mogelijk wel winst te boeken. De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling heeft in haar rapport over de grootschaligheid van het Nederlandse onderwijs al eerder gewezen op het probleem dat ouders en ook de meeste leerkrachten onvoldoende aandacht en begrip (kunnen) opbrengen voor wat leerlingen doormaken in hun relaties en situaties op school en in hun vrije tijd. Ook zijn ze zich er onvoldoende van bewust hoezeer leerlingen onder status- en identiteitsproblemen kunnen lijden. Voor het benodigde vertrouwen om signalen te melden, is het noodzakelijk dat volwassenen (ouders en leerkrachten) begrip tonen voor de identiteits- en statusproblemen van jongeren.

Laatst gewijzigd:04 januari 2018 15:37

Meer nieuws