Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Academisch leven: de geschiedenis van de Rijksuniversiteit Groningen vanaf 1614

16 februari 2009

Op 16 februari zal Klaas van Berkel, benoemd tot Rudolf Agricola hoogleraar in de Geschiedenis, zijn ambt aanvaarden met een rede getiteld ‘Academisch leven’. In deze rede zal hij een eerste blik gunnen op de wijze waarop hij zijn nieuwe taak, het schrijven van een geschiedenis van de Groningse universiteit vanaf de oprichting in 1614, zal opvatten.

De benoeming van Van Berkel tot onderzoekshoogleraar houdt verband met de wens van het College van Bestuur van de RUG om in 2014, als de Groningse universiteit vierhonderd jaar bestaat, over een volwaardige geschiedenis van de instelling te beschikken. Over de geschiedenis van de RUG is al veel geschreven. Jonckbloet vatte in 1864 de eerste 250 jaar samen, Huizinga gaf een briljante schets van de negentiende eeuw en bij de lustrumvieringen van 1964 en 1989 verschenen weer andere boeken. Van Berkel wil van deze boeken niet alleen een synthese geven, maar ook bepaalde aspecten beter uitdiepen en natuurlijk ook het verhaal tot het begin van de eenentwintigste eeuw voortzetten.

Academisch leven

Waar gaat universiteitsgeschiedenis over? Universiteitsgeschiedenis is niet een optelsom van de geschiedenis van onderwijs, onderzoek en bestuur en beheer; niet het naast elkaar plaatsen van het studentenleven, het doen en laten van hoogleraren en andere docenten en tenslotte het minder zichtbare, maar niet minder belangrijke werk van bestuurders en politici. Het eigenlijke onderwerp van de universiteitsgeschiedenis, zo betoogt Van Berkel, is het academisch leven, die bijzondere vorm van samenleven van studenten, docenten, beambten, bestuurders en zelfs mensen die buiten het strikte domein van de universiteit stonden; de vrouw van de hoogleraar net zo goed als de koetsier op de studentenkoets, ja zelfs de Akademiekat. De wisselende vormen die deze uitgebreide academische gemeenschap in de loop der geschiedenis aannam, vormt het eigenlijke onderwerp van de geschiedenis van een universiteit.

Antropologische benadering

Om zo’n geschiedenis te kunnen schrijven, kan de historicus niet volstaan met de gebruikelijke vormen van institutionele, intellectuele en sociale geschiedenis. Een essentiële aanvullende methode ontleent Van Berkel aan de antropologie: door een nauwgezette beschrijving van soms juist de alledaagse gebruiken en gewoonten zal hij erachter proberen te komen waarom de leden van de academische gemeenschap zich gedragen zoals zij zich gedragen. Hij doet daarbij regelmatig een beroep op de ‘petite histoire’ van de universiteit, de kleine anekdotes en de sterke verhalen. Door het contrast met het ‘officiële’ verhaal kan Van Berkel zicht krijgen op hoe een academische gemeenschap werkelijk in elkaar zit. Bepaalde inwijdingsrituelen in een laboratorium zeggen iets over de voor de universiteit kenmerkende diffuse grens tussen tussen het werk en het privédomein, wat weer iets onthult over hoe de hoogleraren werkelijk over hun positie dachten en op welke manier de verhouding tussen de seksen echt in het reilen en zeilen van de universiteit doorwerkte.

Curriculum vitae

Klaas van Berkel (1953) studeerde geschiedenis en filosofie in Groningen, promoveerde in 1983 in Utrecht op een onderwerp uit de vroegmoderne wetenschapsgeschiedenis en werkte daarna als docent en hoogleraar aan de Open universiteit en (sinds 1988) in Groningen. Hij schreef over de geschiedenis van de natuurwetenschap in Nederland sinds 1580, over de wetenschapshistoricus E.J. Dijksterhuis, over de Groningse universiteit tijdens de Duitse bezetting en over de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (waarvan hij sedert 1997 lid is). Naast zijn benoeming als onderzoekshoogleraar is Van Berkel door de Faculteit der Letteren benoemd op een naar de Groningse humanist Rudolf Agricola vernoemde speciale leerstoel.

Meer informatie: prof. dr. K. van Berkel

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:13

Meer nieuws

  • 11 december 2018

    Eeuwenoude recepten uit de beerput (video)

    Archeoloog Merit Hondelink onderzoekt wat Nederlandse stedelingen uit de middenklasse aten in de 16e tot en met de 18e eeuw. Ze onderzoekt monsters uit oude beerputten op sporen van voedselbereiding. Maar Hondelink kookt zelf ook vergeten gerechten,...

  • 07 december 2018

    Nieuw themanummer Stem-, Spraak en Taalpathologie

    Stem-, Spraak- en Taalpathologie heeft het themanummer “Research Tutorials door Nederlandstalige onderzoekers in het buitenland, deel II” gepubliceerd.

  • 05 december 2018

    Fotoreportage: De schatten van de UB

    Fotoreportage over bijzondere boeken op de afdeling Bijzondere collecties van de UB.