Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Rookverbod

28 januari 2009

Vaak wordt het rookverbod in de horeca voorgesteld als een puur Nederlandse zaak. We schijnen te vergeten dat het gaat om een uitwerking van Europese richtlijnen, net zo goed als dat geldt voor het reclameverbod voor tabaksproducten. Dat werknemers recht hebben op een rookvrije werkplek is een Europees besluit. Een overheid dient er voor te zorgen dat burgers geen onnodige gezondheidsrisico's lopen.

Inmiddels staat wel vast dat meeroken schadelijke effecten heeft. Dat gaat niet alleen over kroegen. Het is al veel eerder begonnen met het verbod op roken op de werkplek. Dat ging ook niet overal zonder slag of stoot, maar uiteindelijk heeft iedereen zich daar min of meer in geschikt. Ik denk dat we in de horeca te maken hebben met een overgangsprobleem.

Nederland is niet het eerste land waar het roken in de horeca wordt verboden. Ook in andere landen ging dat gepaard met protesten. In Duitsland is er nu zelfs een uitzondering gecreëerd voor de zogenaamde kleine kroegjes. De wet is daar voorgelegd aan het Bundesverfassungsgericht. Dat heeft uitgesproken dat het verbod voor de kleine ‘Kneipen’ in strijd is met het grondwettelijke recht op beroepsvrijheid. Maar zo'n toetsing van de wet aan de Grondwet kennen wij niet in het Nederlandse rechtssysteem.

Ik verwacht niet dat die uitzondering stand houdt. Na verloop van tijd zal ook de Duitse rechter waarschijnlijk vinden dat kleine ondernemers tijd genoeg hebben gehad om zich aan te passen. Overigens biedt de Nederlandse Tabakswet zelf mogelijkheden om uitzonderingen te maken op een algemeen rookverbod, maar minister Klink van Volksgezondheid heeft zich heel principieel opgesteld.

Het is opmerkelijk dat het rookverbod in landen als Frankrijk en Italië zo geruisloos is ingevoerd. Enerzijds speelt het klimaat daarbij natuurlijk een rol. Je kunt daar veelal in een aangename temperatuur buiten roken. Maar het heeft ook te maken met een andere kroegcultuur. Er zijn nauwelijks horecagelegenheden waar mensen op een avond twintig biertjes komen drinken. Veelal gaat het om eten en drinken; roken bij het eten vond men al ongepast.

De commotie is ontstaan door de uitspraken van professor Wim Derksen, die meent dat de wet maar moet worden ingetrokken omdat die niet te handhaven is. Daar denk ik als jurist toch anders over. Handhaving is wel mogelijk en zal ook gebeuren.

Tot nu toe zijn de café-eigenaren voornamelijk beboet op grond van de Tabakswet. De eerste keer is die boete 300 euro, de tweede keer 600 euro en zo voort tot de vierde keer 2400 euro. Met name die eerste twee bedragen zijn nog wel op te brengen, zelfs met een collecte onder de klanten. Tot nu toe heeft ook bijna niemand nog betaald omdat iedereen in bezwaar en beroep gaat.

Maar de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) brengt sinds kort de derde achtereenvolgende overtreding aan bij het Openbaar ministerie voor een strafvervolging op grond van de Wet economische delicten. Dat is andere koek. Dan kunnen de boetes oplopen tot 18.500 euro. De rechter kan het bedrijf ook voor maximaal een jaar stilleggen, hij kan een caféhouder zelfs een beroepsverbod opleggen. Vooral zo'n tijdelijke stillegging kost de ondernemer heel veel geld. Als die wordt opgelegd, zal dit het verzet van andere kroegbazen zeker breken.

Of de rechter zulke zware sancties zal gaan opleggen, is nog onduidelijk. Veel zal afhangen van de vraag hoeveel economisch voordeel is behaald bij het overtreden van het rookverbod.

Wat je in ieder geval kunt vaststellen, is dat de overheid de invoering van het rookverbod in de horeca heeft onderschat. Je hebt toch te maken met een soort junks, mensen die verslaafd zijn aan tabak. De overheid heeft zich niet gerealiseerd hoe sterk de behoefte is om te roken in combinatie met alcohol. Hartstochtelijke rokers en ‘teerbeminden’ blijven weg van een café als ze daar niet meer mogen roken. Natuurlijk is dat een probleem voor de horeca, al denk ik dat de economische nood in de bedrijfstak meer oorzaken heeft.

Daarnaast heeft de wetgever de problemen van de opsporing onderschat. De VWA heeft te weinig mensen kunnen inzetten. Daardoor heeft het te lang geduurd voor de vervolging van overtredingen echt op gang kwam. Daar komt nog bij dat de sancties van de Tabakswet niet afschrikwekkend genoeg zijn. In de Wet economische delicten ligt dat – zoals gezegd – anders. Het verbod zal daarom toch kunnen worden gehandhaafd en ik verwacht niet dat de regering een duimbreed zal toegeven.

 

Laatst gewijzigd:04 juli 2014 21:14

Meer nieuws