Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Dr. Joost Herman: “Geen reden tot cynisme over humanitaire hulp”

29 januari 2009

Er is geen enkele reden tot cynisme over humanitaire hulp in crisisgebieden. Dat vindt RUG-onderzoeker dr. Joost Herman. Beleidsmakers, politici en onderzoekers boeken vooruitgang in de wereld van humanitaire hulp, vindt hij. De crux: kritische reflectie op het eigen denken en handelen. Van 4 tot 8 februari vindt aan de Rijksuniversiteit Groningen een internationaal congres over het onderwerp plaats.

De wereld van de humanitaire hulp heeft geen goed imago. In journalistiek en politiek worden de effectiviteit en de onbaatzuchtigheid van noodhulporganisaties regelmatig in twijfel getrokken. Joost Herman: “Als je weet dat mensen in nood zijn, kun je niet werkeloos toekijken. Door alle nieuwe media en communicatiemogelijkheden zijn crises veel duidelijker zichtbaar geworden. We weten beter dan ooit waar hulp noodzakelijk is, dus móeten we meer dan ooit in actie komen. Bij de humanitaire imperatief kun je nooit vraagtekens plaatsen.”

Wildgroei

Een deel van het cynisme over de humanitaire hulp komt voort uit de wildgroei van hulporganisaties na het verdwijnen van het IJzeren Gordijn, aldus Herman. Doordat er geen wereldwijde ideologische tweedeling meer bestond, kwam er na ’89 een groot terrein braak te liggen voor noodhulporganisaties. Werd voorheen hulp vanuit Washington en Moskou geregisseerd of verboden, nu ontstond er stuurloosheid. Doordat conflicten gecompliceerder werden, werd het verlenen van hulp moeilijker, gevaarlijker en ondoorzichtiger.

Invloed media

In dezelfde periode werden mislukkingen en nutteloze hulp bovendien steeds nadrukkelijker aan de kaak gesteld. Herman: “De invloed van de media kan moeilijk overschat worden. Negatieve voorvallen – bontmutsen voor tsunami-slachtoffers bijvoorbeeld – worden enorm uitvergroot. De positieve resultaten komen veel minder in het nieuws. Dat geeft een zeer vertekend beeld.”

Lerend vermogen

Alle negatieve voorbeelden ten spijt, bestaat er wel degelijk lerend vermogen in de wereld van de humanitaire hulp, aldus Herman. “Hulporganisaties gaan meer en meer samenwerken, en landen als Nederland, België, Canada en Japan stemmen noodhulp steeds beter af, onder leiding van de coördinerende instanties van de VN (OCHA) en de EU (ECHO). Steeds nadrukkelijker maken álle noodhulporganisaties gebruik van lokaal aanwezige kennis, hetgeen de effectiviteit van noodhulp overal ter wereld drastisch vergroot.

Microkrediet

“We krijgen steeds meer oog voor wat er daadwerkelijk gebeurt als we hulp verlenen,” aldus Herman. “Microkredieten verstrekken aan mannen, is weinig zinvol, is in het verleden bijvoorbeeld gebleken. Mannen gaan met een krediet onverstandige dingen doen, in de hoop snel rijk te worden. Maar kleine bedragen uitlenen aan vrouwen blijkt zeer effectief. Zij beginnen er een handeltje mee, en kunnen zo in hun eigen onderhoud voorzien. Niet voor niets heeft Muhammad Yunus in 2006 de Nobelprijs voor de Vrede gekregen voor dat idee, dat inmiddels op grote schaal wordt toegepast.”

Groningse topopleiding

De Rijksuniversiteit Groningen neemt een serieuze plaats in binnen het wereldwijde wetenschappelijke onderzoek naar humanitaire hulp. De masteropleiding Humanitarian Action, deel van het Network On Humanitarian Action), die mede door Joost Herman werd opgericht, werd door de Europese Commissie aangemerkt als Europese topopleiding. Inmiddels nemen universiteiten uit de hele wereld deel aan dit opleidingsprogramma.

Congres

Ook de World Conference of Humanitarian Studies, een congres dat van 4 tot 8 februari aan de Rijksuniversiteit Groningen wordt gehouden, is een mijlpaal. Herman: “Nooit eerder kwamen zoveel betrokkenen samen om zo uitgebreid over humanitaire hulp te spreken. Hopelijk kunnen we kloven dichten tussen Amerika en Europa, tussen seculiere en kerkelijke hulporganisaties en tussen wetenschappers, beleidsmakers en politici. Door ons eigen denken en handelen kritisch onder de loep te nemen, kunnen we het niveau van de humanitaire hulp verder verbeteren.”

Curriculum Vitae

Joost Herman (Haarlem, 1963) studeerde geschiedenis en internationaal recht in Leiden en verrichtte aan het instituut voor mensenrechten van de Universiteit Utrecht promotieonderzoek naar de bescherming van minderheidsgroepen in Centraal- en Oost-Europa. Hij werkt sinds 1995 aan de Rijksuniversiteit Groningen, sinds 2003 als universitair hoofddocent Internationale Betrekkingen en Internationale organisatie. Hij is medeoprichter van de internationale masteropleiding Network on Humanitarian Action (NOHA) en financieel directeur van het NOHA Network.

Contact: dr. Joost Herman

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10

Meer nieuws

  • 09 oktober 2018

    Wat de wereld écht moet weten over leiderschap

    ‘Weet jij hoe vaak organisaties een verkeerde leider selecteren?’, vraagt Janka Stoker. ‘Volgens recent onderzoek van Gallup gebeurt dat in maar liefst 82% van de gevallen! Deze leiders werden vaak gekozen omdat ze toevallig uitblonken in hun vorige,...

  • 02 oktober 2018

    Young Academy Groningen verwelkomt acht nieuwe leden

    De Young Academy Groningen (YAG) heeft acht nieuwe leden benoemd uit verschillende vakgebieden van deRijksuniversiteit Groningen.Dr. Laura Bringmann, dr. Jan Willem Bolderdijk, dr. Nanna Hilton, dr. Tina Kretschmer, dr.Jocelien Olivier, dr. Saskia Peels,...

  • 02 oktober 2018

    Peter van Kampen over de samenwerking met Duitse instellingen

    Op slechts 50 kilometer afstand ten oosten van Groningen bevindt zich de vierde grootste economie ter wereld. Hoewel de fysieke grens met Duitsland weinig meer voorstelt, zijn er mentale drempels waardoor de samenwerking van Nederlandse bedrijven met...