Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof. mr. Fokko Oldenhuis: “Debat over verbod op godslastering is teleurstellend.”

27 januari 2009
De kamer discussieert over de afschaffing van het verbod op godslastering. Hirsch Ballin kiest de goede lijn, maar het niveau van het debat is teleurstellend, vindt prof. mr. Fokko Oldenhuis, bijzonder hoogleraar recht, religie en samenleving aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Hebben gelovigen meer recht niet gekwetst te worden dan anderen? Over die vraag wordt in de Tweede Kamer al jaren gedebatteerd. Op 14 januari kwam er beweging in het debat.  Regeringspartijen CDA en PvdA gaven de minister gelegenheid zijn wetsvoorstel verder uit te werken. De bedoeling van dat voorstel is om artikel 147 van het Wetboek van Strafrecht, dat godslastering verbiedt, af te schaffen en ter compensatie artikel 137c aan te vullen, het artikel dat opzettelijke belediging van groepen mensen strafbaar stelt.

Verborgen agenda

Artikel 147 is al sinds 1968 niet meer toegepast. Oldenhuis: “Het artikel is in onbruik geraakt, dat is voldoende reden om het te schrappen. Daar moet het gevecht niet over gaan.” Christelijke partijen willen het artikel echter niet zomaar opgeven en beroepen zich op de symbolische betekenis ervan. Deels is dat emotie, meent Oldenhuis. “Maar er zijn ook verborgen agenda’s in het debat. De SGP beschouwt Nederland als een christelijke samenleving en wil het artikel handhaven. Men onderkent niet dat Nederland  multireligieus is. Ondertussen noemt de SP het schrappen van artikel 147 een historische gebeurtenis, en is D66 in juichstemming. Maar wat is er nou zo historisch aan, als het artikel al in onbruik is geraakt?”

Niets nieuws

Volgens Hirsch Ballin moet artikel 137c worden aangevuld om het afschaffen van artikel 147 te compenseren. De PvdA is bang dat de minister het verbod op godslastering in artikel 137 weer laat terugkomen en wil niet instemmen met verbreding van het artikel. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft Hirsch Ballin dat hij ook ‘middellijke’ (indirecte) belediging strafbaar wil stellen. Ook zonder dat een groep expliciet bij naam wordt genoemd, kan dan sprake zijn van belediging. Oldenhuis: “Als ik die brief lees, dan gaat het wel degelijk om een verbreding van artikel 137c.” Zal dat voor de PvdA reden zijn om het wetsvoorstel af te wijzen? Oldenhuis: “Niet als de PvdA het hoofd koel houdt. Deze uitbreiding lijkt me opportuun en volledig in lijn met de Wet Gelijke Behandeling. Ook daarin kom je dat ‘indirecte element’ tegen. Niets nieuws onder de zon, eigenlijk. Hirsch Ballin kan dat zeer wel  aannemelijk maken.”

Teleurstellend

Oldenhuis vindt het niveau van het debat in de Tweede Kamer “teleurstellend”, zowel van de kant van de christelijke als de seculiere partijen. “De christelijke partijen geven zich er te weinig rekenschap van dat alle godsdiensten gelijk moeten worden behandeld en dat gelovige islamieten een substantieel deel van de samenleving vormen. Als zij artikel 147 zouden willen handhaven, dan zou dat  anno 2009 verbreed moeten worden. Ik kan me de irritatie bij onder meer D66 en SP wel voorstellen, maar ik vind het oncollegiaal om van een historische gebeurtenis te spreken, en het debat zo te politiseren. Dat punt zou men niet moeten willen maken.”

Intolerant

De verwachtingen van de wetswijziging zijn te hoog, meent Oldenhuis. “We zijn te veel aan het verjuridiseren geslagen, naar mijn idee. Dat zie je vooral in de grondrechtendiscussie. Alsof een grondrecht absoluut kan zijn. Elk recht kent zijn begrenzing, de vrijheid van meningsuiting net zo goed als de vrijheid van godsdienst. Debat over religie kun je niet met wetgeving elimineren, dat hóórt bij het publiek domein.” Simplificaties overheersen het debat, vindt Oldenhuis. “Naar mijn mening wordt er niet voldoende onderscheid gemaakt tussen exclusiviteit en intolerantie. Als iemand homoseksualiteit op basis van  zijn lezing van de Koran of de Bijbel  afwijst, dan is dat een exclusieve opvatting, en hoeft dat niet opzettelijk kwetsend te zijn. Vaak valt men echter direct over zo iemand heen. Heel intolerant vind ik dat.”

Curriculum vitae

Fokko T. Oldenhuis (Delfzijl, 1950) studeerde Nederlands recht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Na zijn studie werd hij docent bij de vakgroep Burgerlijk Recht van de RUG. Sinds 2005 is hij bijzonder hoogleraar recht, religie en samenleving. Daarnaast is hij sinds 1993 raadsheer-plaatsvervanger aan het Gerechtshof te Arnhem. Naast publicaties over religie en recht heeft Oldenhuis vele werken geschreven over het aansprakelijkheidsrecht en het huurrecht.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:10
printView this page in: English

Meer nieuws