Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof. dr. Wied Ruijssenaars: 'We moeten normaal doen over dyslexie'

16 december 2008

Per 1 januari 2009 komen de diagnostiek en behandeling van kinderen met dyslexie (die geboren zijn na 2000) in het basispakket van de zorgverzekeraars. Wied Ruijssenaars, hoogleraar Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, vindt dit een goede zaak. Hij legt uit waarom het zo lang geduurd heeft voordat deze stap genomen kon worden. Ruijssenaars vindt dat scholen steeds beter omgaan met dyslexie. ‘Men is steeds beter op de hoogte van wetenschappelijke behandelmethodes.’

Ruijssenaars is van mening dat er in de afgelopen decennia er veel vooruitgang is geboekt in het onderzoek naar de behandeling en begeleiding van kinderen met dyslexie. ‘Behandeling is belangrijk. Als je dat niet doet, doe je aan kapitaalvernietiging. Want het zijn kinderen met verder veel mogelijkheden. Alleen het lezen en foutloos schrijven gaan moeizaam. En dat is lastig. Met de komst van de computer is het steeds belangrijker geworden om vlot informatie te scannen.’

Miscommunicatie

Maar wie zou de behandeling van kinderen met dyslexie moeten uitvoeren? Moet je dat vanuit het onderwijs of vanuit de gezondheidszorg doen? Lange tijd is in Nederland gekozen voor alleen de eerste optie. Op een gegeven moment werd echter duidelijk dat het onderwijs onvoldoende middelen en deskundigheid heeft om vooral de kinderen met een ernstige vorm van dyslexie goed en vroegtijdig te behandelen. Scholen kunnen wel veel doen, maar ze redden het niet alleen. Ruijssenaars: ‘De commissie Dyslexie van de Gezondheidsraad, waar ik voorzitter van was, pleitte daarom in haar advies in 1995 er al voor om dyslexie ook deels vanuit de gezondheidszorg aan te pakken.’ Deze strategie, waarbij het ministerie van Onderwijs en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) met elkaar samen zouden moeten werken, kwam echter nooit van de grond. Volgens Ruijssenaars kwam dat door miscommunicatie tussen de ministeries: ‘Er werd niet met elkaar gepraat en het bleek niet haalbaar om een systeem van bekostiging te bedenken waaraan beide partijen een bijdrage zouden leveren.’

Basispakket

Ruijssenaars: ‘Maar er moest iets gebeuren. Uiteindelijk is na veel overleg het probleem bij het College voor Zorgverzekeringen neergelegd. Dat leidde tot het advies aan de  minister van VWS om dyslexie op te nemen in het basispakket. Deze hulp vanuit de gezondheidszorg is echter alleen beschikbaar voor ernstige  - in de zin van hardnekkige - gevallen, waarbij de aanpak vanuit het onderwijs ontoereikend is. Ik vind dat een goede zaak.’ Deze kinderen krijgen van gekwalificeerde orthopedagogen of psychologen een intensieve behandeling, met doorgaans een aparte training in het omgaan met de klankstructuren in onze taal.

Behandeling

De behandeling is gebaseerd op wetenschappelijk gefundeerde principes. De leerlingen oefenen daarnaast ook in het automatiseren van de woordherkenning en in het koppelen van letters met klanken. ‘Dat is iets waar dyslectici grote moeite mee hebben. Maar elke behandeling is voor een deel maatwerk. Elk kind heeft een aangepaste aanpak nodig, afhankelijk van de voorkennis en specifieke uitval. Er is geen vast programma om van A naar B te gaan, wel een protocol dat de keuzes en beslissingen van de behandelaar stuurt.’ Een behandeling kan dyslexie nooit volledig oplossen, zegt Ruijssenaars. ‘Maar er kan gecompenseerd worden met hulpmiddelen. Daarbij kun je denken aan steeds verder ontwikkelde ICT-toepassingen, zoals de Reading Pen, een soort markeerstift die woorden kan voorlezen. Of luisterboeken. Bovendien is veel aandacht nodig voor het terugvinden van de motivatie, wanneer die geleidelijk verloren is gegaan.’

Misbruik

Ruijssenaars is niet bang dat - zoals sommigen vrezen - misbruik gemaakt wordt van de nieuwe regeling. ‘Om in aanmerking te komen voor deze specifieke behandeling moet de school goed documenteren wat allemaal al gedaan is en vindt ook gedegen diagnostiek plaats. Het is niet genoeg als ouders zeggen: mijn kind heeft dyslexie.’

Vroeg opsporen

Het is belangrijk om dyslexie in een zo vroeg mogelijk stadium op te sporen, benadrukt Ruijssenaars. ‘Vroegtijdige hulp heeft het meeste effect. Het is de beste manier om te voorkomen dat kinderen later vastlopen, met alle gevolgen van dien. Dus eigenlijk zou je kinderen met dyslexie op willen sporen voordat ze gaan lezen en schrijven. Dat is helaas nu nog niet goed mogelijk. Pas vanaf groep 3 zijn we in staat dyslexie betrouwbaar vast te stellen, al is het risico bij kinderen waarvan één van de ouders ook dyslexie heeft op voorhand al behoorlijk groot’

Beter op de hoogte

Bij het opsporen van dyslexie spelen scholen een grote rol. ‘Medewerkers van scholen zijn in principe goed in staat om de belangrijkste signalen van dyslexie te herkennen. Alle scholen beschikken inmiddels over protocollen waarin precies staat wat er vervolgens gedaan moet worden. Dyslexie is geen modeverschijnsel. En ook is men steeds beter op de hoogte van wetenschappelijke behandelmethodes. Het geloof in wondermiddelen, zoals visolie en speciale brillen, behoort gelukkig steeds meer tot het verleden.’

Ruijssenaars vindt dat we vooral normaal moeten doen over dyslexie. ‘Dyslexie is lastig. Het is pech als je het hebt, maar er valt wat aan te doen en er is mee om te gaan. Dat is de boodschap die we moeten uitdragen.’

Curriculum Vitae

Aloysius J.J.M. (Wied) Ruijssenaars (1951) studeerde orthopedagogiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen en promoveerde er in 1984 op het proefschrift Leergeschiktheid en leertests. Een leertestonderzoek bij eersteklassers in het gewoon lager onderwijs. Daarna werd hij universitair hoofddocent in Nijmegen bij de sectie Psychodiagnostiek. Verder was hij onder meer orthopedagoog op een LOM-school en in een kinderrevalidatiecentrum, en docent aan de MO-B opleiding. In 1987 werd Ruijssenaars leeropdrachthouder Orthopedagogiek aan de KU Leuven, vanaf 1993 tot 1995 als gasthoogleraar. Van 1993 tot zijn aanstelling aan de RUG was Ruijssenaars hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Leiden. In 2004 werd hij aangesteld als hoogleraar Orthopedagogiek, met inbegrip van de opvoeding en ondersteuning van personen met beperkingen bij de Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen.

Informatie

Prof.dr. A.J.J.M. Ruijssenaars

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:11
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws