Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof.mr.dr. J.G. Brouwer: ‘Weinig bedrijven hebben hun zaken zo goed voor elkaar als coffeeshops’

02 december 2008

Steeds meer banken geven aan geen zaken meer te willen doen met coffeeshops. De reden: ze willen niet geassocieerd worden met het criminele milieu waarin coffeeshops zich begeven. Onterecht, vindt Jan Brouwer, hoogleraar Algemene Rechtswetenschap. ‘We hebben in Nederland een officieel gedoogbeleid, maar omdat de strafrechtelijke opsporing van de teelt steeds verder is aangescherpt is de toelevering steeds meer in een criminele hoek geraakt. Dat is een reden die de coffeeshophouder niet te verwijten valt. Hij heeft toestemming zijn nering toe te passen.’
Een bank mag niet op onredelijke gronden iemand weigeren. De criminalisering van de achterkant van de coffeeshop kan volgens Brouwer inderdaad aanleiding zijn om een bedrijf als klant de deur te wijzen. ‘Al zal dat in veel gevallen sterk afhangen van individuele afwegingen. Een rechter in Amsterdam zal een dergelijk argument van een bank vermoedelijk afdoen als onzin, terwijl de SNS-bank in Groningen op deze gronden inderdaad de samenwerking met Coffeeshop De Vliegende Hollander mocht opzeggen.’

Gescheiden markten

Brouwer: ‘Het gedoogbeleid in Nederland is ontstaan vanuit de behoefte de markt voor softdrugs uit handen te houden van harddrugshandelaars. Dat kon door ervoor te zorgen dat beide markten strikt gescheiden bleven.’ In de afgelopen decennia is echter wel iets veranderd, erkent hij. ‘Door veredeling van gewassen zijn de werkzame stoffen in softdrugs tegenwoordig veel zwaarder. In sommige gevallen heb je zelfs te maken met softdrugs die de werking kunnen hebben van harddrugs.’ Een logisch gevolg van deze ontwikkeling is geweest dat de leeftijdsgrens in coffeeshops verhoogd is van zestien naar achttien jaar.

Crimineel milieu

De opsporing van de kweek van softdruggewassen is steeds verder aangescherpt. Brouwer: ‘Dit is lange tijd goed gegaan. De handel aan de voorkant werd zonder al te veel problemen gedoogd. Pas door de strikte controle op de teelt raakte de leverantie steeds verder in een crimineel milieu. Iets waar banken – begrijpelijkerwijs - niet graag mee geassocieerd worden.’

Profiteren

De SNS-bank deed al jaren zaken met De Vliegende Hollander. ‘Daarom begrijp ik de eigenaar van die coffeeshop volkomen’, zegt Brouwer. ‘Ik kan me goed voorstellen dat hij zich op zo’n moment afvraagt waarom een bank decennia lang profiteert van zijn situatie, en hem vervolgens ineens ziet als boef.’

Strikte voorwaarden

Nederland gedoogt de verkoop van softdrugs in coffeeshops, maar alleen onder strikte condities. Ze zijn gewoon belastingplichtig en ze moeten voldoen aan een groot aantal voorwaarden, waaronder geen reclame maken, geen overlast veroorzaken en geen grotere handelsvoorraad hebben dan 500 gram. Brouwer: ‘Wat dat betreft zijn er weinig bedrijven die hun zaken zo goed voor elkaar hebben als coffeeshops. Ik heb liever een coffeeshop in de straat dan een café!’

Experiment

In steeds meer provincies gaan stemmen op om zelf softdrugs te telen. Zo haal je de toelevering aan coffeeshops uit het criminele circuit. En je voorkomt daarmee dus ook situaties als deze, waarin het coffeeshophouders onmogelijk wordt gemaakt een zakelijke rekening te openen. Volgens Brouwer is dit zeker een experiment dat de moeite van het proberen waard is. ‘Al zijn vergelijkbare initiatieven in het verleden niet altijd even succesvol geweest. Als we in Nederland vinden dat we goede argumenten hebben om de verkoop van softdrugs te gedogen, dan is dat op deze manier wellicht mogelijk.’

Curriculum Vitae

Jan Brouwer (Oosterbeek, 1951) studeerde rechten en geschiedenis in Groningen. Tijdens zijn studie geschiedenis was hij docent recht en maatschappijleer aan een MEAO te Groningen. Tussen 1980 en 1981 verbleef hij in Parijs, waar hij als docent Monde Contemporain werkte aan de Grande Ecole Supélec. Brouwer is als hoogleraar verbonden aan de RUG, bij de vakgroep,Algemene Rechtswetenschap. Tevens is Brouwer lid van de bezwaarschriftencommissies van de ministeries van VWS en OCW, rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank te Assen en Honorair Consul van Frankrijk in Groningen.

Informatie

Prof.mr.dr. J.G. Brouwer is bereikbaar over deze Opinie vanaf donderdag 4 december.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:11
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws