Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof.dr. Harry van de Wiel: ‘Het gaat de minister niets aan hoeveel bedpartners iemand heeft’

18 november 2008

Jongeren hebben een losgeslagen seksuele moraal, stelt minister André Rouvoet naar aanleiding van de documentaire Sex Sells die onlangs op tv te zien was. Iets waaraan volgens hem snel iets gedaan moet worden. Harry van de Wiel, hoogleraar Gezondheidspsychologie, vindt de reactie van Rouvoet overdreven. ‘Zijn mening komt niet overeen met wat onderzoek ons leert op dit gebied en daarmee lijkt de minister zijn oordeel te baseren op incidentenjournalistiek. Dat lijkt me in moreel opzicht pas echt zorgelijk.’
‘Bovendien suggereert de term losgeslagen moraal dat er iets vastgeketend moet worden’, vindt van de Wiel, ‘terwijl het ontwikkelen van moraal nu juist een proces is dat speelruimte vraagt zowel in termen van bandbreedte als van richting. Want wat is een goede seksuele moraal eigenlijk?’
Van de Wiel: ‘Het meest vervelende aan de uitspraak van de minister vind ik dat hij incidentpolitiek bedrijft. Hij doet grote uitspraken en verbindt daar consequenties aan, puur op basis van wat hij hoort in de media. Hoe representatief is het beeld dat wordt geschetst? En de goede integere journalistiek niet te na gesproken, klopt het beeld wel, is het betrouwbaar of illustreert het bewust of onbewust vooral de opvatting van de maker? Journalistiek en onderzoek doen zijn beide mooie, maar wel verschillende ambachten'.

Van fietsenhok naar garagebox

Er zijn ongetwijfeld excessen, erkent van de Wiel. ‘Meisjes die ontzettend slecht behandeld worden en al op heel jonge leeftijd seksueel actief zijn. Maar je moet ook kijken naar de schaal waarop dingen voorkomen en onderscheid maken naar daders en slachtoffers. De grootste veroorzakers van schade zijn de jongens. Deugt daarom de seksuele moraal van meisjes niet? Bovendien lijkt als het om het zedelijk gedrag van de jeugd gaat een zeker historisch besef op zijn plaats. Vroeger werd er van alles uitgespookt in het fietsenhok. Wat vroeger het fietsenhok was, is nu blijkbaar een garagebox en dat zegt wellicht iets over welvaart en mobiliteit, maar niets over teloorgang van seksuele moraal.’

Afzetten tegen ouders

Van de Wiel: ‘Van de oude Grieken weten we al dat de jeugd nooit gedeugd heeft. Jongeren zetten zich af tegen hun ouders. Het zou vreemd zijn als zij dezelfde moraliteit zouden hebben als een vijftigjarige minister. De jeugd hoort niet te deugen en ouders horen zich daar zorgen over te maken. En grootouders weten dat het uiteindelijk in de meeste gevallen weer goed komt. Van een minister mag je verwachten dat hij deze cyclus kent en in die zin de positie van nationale grootouder kan innemen. We zouden pas écht een reden voor onderzoek hebben als de jeugd niet met grenzen zou experimenteren. Dat doen ze gelukkig wel en uit onderzoeken die tot nu toe gedaan zijn blijkt dat het vallen en opstaan niet wezenlijk anders verloopt dan wat je mag en kunt verwachten, hoe pijnlijk dat ook kan zijn voor een kleine groep. Daarbij, wie bepaalt eigenlijk wat een hoge of lage moraal is...’

Aantal seksuele partners

Het gemiddeld aantal seksuele partners van mensen is de afgelopen jaren aantoonbaar toegenomen. ‘Maar je moet je wel afvragen wat dat met moraliteit te maken heeft’, aldus Van de Wiel. ‘Heb je als mens een betere moraal als je een partner hebt gehad, dan wanneer je twaalf of vierentwintig partners hebt gehad? Ik vind dat je ontzettend voorzichtig moet zijn met het doen van dit soort grote uitspraken. Daarbij gaat het de minister niets aan hoeveel bedpartners iemand heeft.’

Zelf vorm geven

Nederlandse jongeren doen het in termen van tienerzwangerschappen, abortus en dergelijk nog steeds heel goed in vergelijking met landen waar sprake is van een stringent opgelegde seksuele moraal. 'Goede voorzieningen en voorlichting in combinatie met maatschappelijke openheid en speelruimte werkt uitstekend; dat sommigen daarbij soms hun neus stoten is triest maar part of the game. Wat dat betreft heb ik veel meer waardering voor het standpunt van minister Plasterk. Wel uitdragen dat een respectvolle houding jegens elkaar belangrijk is, maar het aan mensen zelf overlaten daar vorm aan te geven, ook of misschien wel juist als het om zo iets eigens als seksualiteit gaat...’

Curriculum Vitae

Harry van de Wiel (’s Hertogenbosch, 1955) werkt als hoogleraar Gezondheidspsychologie aan de Faculteit Medische Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast is hij verbonden aan het Wenckebach Instituut van het UMCG. Van 1998 t/m 2001 was hij bijzonder hoogleraar Seksuologie en als zodanig betrokken bij een groot aantal nationale en internationale onderzoeken op dit gebied.

Informatie

Bureau Voorlichting UMCG, tel. (050) 361 22 00

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:11

Meer nieuws

  • 24 september 2018

    Keurig groen gedrag kan sociaal verrekte ongemakkelijk zijn

    Waarom is het zo moeilijk een heilig boontje te zijn? Jan Willem Bolderdijk over zijn onderzoek naar de schurende randjes van duurzaam gedrag.

  • 20 september 2018

    Koninklijke onderscheiding voor professor dr. Cisca Wijmenga

    Cisca Wijmenga, hoogleraar humane genetica aan de Faculteit Medische Wetenschappen/UMCG, kreeg woensdag 19 september uit handen van locoburgemeester Ton Schroor van de gemeente Groningen een koninklijke onderscheiding. Wijmenga is benoemd tot Ridder...

  • 11 september 2018

    Van Klokhuis-vraag naar Veni-subsidie

    Als kind was Jorrig Vogels al gefascineerd door taal en vergeleek hij de verschillende woorden voor ingrediënten op verpakkingen. Een jaar terug sleepte de taalonderzoeker een Veni-beurs in de wacht. ‘Taal heeft iets telepathisch: het beeld dat ík in...