Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof. dr. René Jorna: 'We moeten niet onze kop in het zand steken voor sociale duurzaamheid'

11 november 2008

Bij de methode van McElroy wordt onder andere gekeken naar de impact van een organisatie op de ervaring en kennis van haar medewerkers, op de infrastructuur, op de gezondheidszorg, etc. ‘Het is een hele ingewikkelde berekening en er zitten zeker haken en ogen aan. Maar de eerste stappen zijn er. Dus als iemand de methode kan verbeteren dan horen we dat graag. Het belangrijkste is dat we niet onze kop in het zand steken, zoals heel lang bij ecologische duurzaamheid gedaan is.’

Meer winst

Dankzij de nieuwe methode kunnen organisaties hun sociale voetafdruk vergelijken met andere organisaties, of kijken of hun voetafdruk verbeterd is ten opzichte van vorig jaar. ‘Ik kan me ook voorstellen dat overheden gaan zeggen: je mag alleen op dit bedrijventerrein bouwen als je sociale voetafdruk verbetert.’ Bedrijven hebben inmiddels grote belangstelling getoond voor de methode van McElroy. ‘Ze beseffen heel goed dat als je op een goede manier met mensen omgaat, je dat ook weer terugkrijgt. Fatsoenlijke organisaties doen het over het algemeen beter: ze maken meer omzet en meer winst.’

Curriculum Vitae

René Jorna (1953) studeerde analytische filosofie en cognitieve psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 1989 promoveerde hij aan diezelfde universiteit op een proefschrift over kennisrepresentaties in de cognitiewetenschap. Sinds 1987 werkt hij bij de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de RUG,  sinds 1999 als hoogleraar. Zijn onderzoek heeft betrekking op cognitie, duurzame innovatie, kennistechnologie en beslissingsondersteunende systemen, in het bijzonder gerelateerd aan plannings- en schedulingsvraagstukken. In 1990 publiceerde hij Knowledge Representation and Symbols in the Mind (Stauffenburg) en in 1994 Semiotic Aspects of Artificial intelligence (Walter de Gruyter). Vanaf 1990 tot en met 1995 leidde hij een onderzoeksproject naar de ondersteuning van plannen en roosteren (DISKUS). Vanaf 2001 tot en met 2004 was hij programmamanager van het NIDO (duurzame ontwikkeling). In 2006 publiceerde hij Planning in Intelligent Systems (Wiley, samen met van Wezel en Meystel) en Sustainable Innovation: The Human, Organizational and Knowledge Dimension (Greenleaf Publishing Cie).

Op 20 november organiseert de Rijksuniversiteit Groningen een seminair over het meten van duurzaamheid. Ook zal op diezelfde dag Mark McElroy promoveren op zijn proefschrift: Social Footprints, Measuring the Social Sustainability Performance of Organizations. Zijn promotoren zijn R.J.J.M. Jorna en J.M.L. van Engelen.

Contact:

Prof. dr. R.J.J.M. (René) JornaSteeds meer bedrijven proberen op een fatsoenlijke manier om te gaan met hun werknemers en de maatschappij (in vaktermen: Corporate Social Responsibility). Deze zogenaamde sociale duurzaamheid valt tegenwoordig ook te meten - dankzij een methode die ontwikkeld is door een promovendus aan de faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. René Jorna, hoogleraar Kennismanagement en Cognitie, legt uit hoe bedrijven van deze methode kunnen profiteren. ‘Het belangrijkste is dat we niet onze kop in het zand steken, zoals heel lang bij ecologische duurzaamheid gedaan is.’

Wat wordt precies bedoeld met sociale duurzaamheid? Jorna wijst eerst op de milieudiscussie. ‘Duurzaamheid wordt vaak gekoppeld aan ecologie. Het gebruik van fossiele brandstoffen is bijvoorbeeld niet duurzaam. Want in een paar honderd jaar hebben we een hoeveelheid olie, gas en steenkool verbruikt die door de aarde gedurende miljoenen jaren gevormd is. Dat houdt dus een keer op en waarschijnlijk deze eeuw.’ Maar duurzaamheid kan veel breder opgevat worden. ‘Eigenlijk betekent het: een systeem is in balans met zijn omgeving.’ Op deze manier kan een organisatie ook duurzaam zijn binnen een samenleving.

‘Dat noem ik sociale duurzaamheid. Het houdt in dat je goed voor je mensen zorgt, in termen van leren en opleiden, van kennis delen en van vernieuwen en verbeteren. Net zoals je energie kan verspillen, kun je ook mensen verspillen. Herman Wijffels zei ooit: Duurzaamheid is reduceren in afwentelen. Als je bijvoorbeeld binnen een organisatie moet bezuinigen, dan is de makkelijkste oplossing een aantal mensen eruit te gooien. Maar dan wentel je in eerste instantie een probleem af op die mensen en vervolgens op de samenleving. Het kan ook anders. Je zou ook deze mensen bijvoorbeeld een opleiding kunnen geven waardoor je ze kan behouden. Zoals Wijffels kort geleden nog zei: Een bedrijf is geen winstmachine, maar een onderdeel van de maatschappij.’

Voetafdruk

Maar hoe meet je sociale duurzaamheid? Er bestaan tegenwoordig methodes waarmee je de zogenaamde ecologische ‘voetafdruk’ van bijvoorbeeld een land kunt berekenen: een getal dat aangeeft wat de impact is van je handelen op de natuurlijke hulpbronnen van de aarde. ‘Maar er bestond nog geen goede methode om de sociale voetafdruk van een organisatie te berekenen. Over sociale duurzaamheid wordt wel gerapporteerd, bijvoorbeeld via het Global Reporting Initiative van de Verenigde Naties, maar deze getallen kunnen nooit goed met elkaar vergeleken worden. Ze worden vooral gebruikt door bedrijven om te zeggen: kijk eens hoe goed ik ben.’

Inzichtelijk maken

Daarom heeft de Amerikaanse onderzoeker Mark McElroy, die binnenkort gaat promoveren bij Jorna, een methode ontwikkeld waarmee op een duidelijke manier de sociale voetafdruk van een organisatie (of zelfs een land) berekend kan worden. ‘De methode is niet bedoeld om de wereld te verbeteren, maar helpt vooral problemen met sociale duurzaamheid inzichtelijk te maken.’

Prof. dr. R.J.J.M. (René) Jorna

Laatst gewijzigd:30 november 2017 15:47

Meer nieuws