Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Prof.dr. Robert Lensink: 'Ontwikkelingslanden mogen niet de dupe worden van kredietcrisis'

04 november 2008

Niet alleen in de westerse wereld veroorzaakt de kredietcrisis grote economische problemen. Ook de ontwikkelingslanden zullen het door de crisis zwaar te verduren krijgen. Robert Lensink, hoogleraar Financiering en financiële markten aan de Rijksuniversiteit Groningen, vindt dat deze landen niet vergeten mogen worden bij het bestrijden van de crisis.

Het valt Lensink op dat er nauwelijks gepraat wordt over de effecten die de crisis heeft op arme landen. ‘Het gaat hoogstens over ‘emerging economies’ zoals China, maar alleen omdat hun economische situatie weer effecten op ons kan hebben.’ Toch verwacht Lensink dat de kredietcrisis hard zal gaan toeslaan in de derde wereld - en dan vooral in Afrika en Zuid-Azië. ‘Er wordt wel gezegd dat bijvoorbeeld Afrika nauwelijks wat van de crisis gaat merken, omdat de banken daar losstaan van de internationale bankwereld. Maar dat is echter het halve verhaal. Doordat de banken daar vooral aan microfinanciering op het platteland doen, zullen ze niet meteen omvallen. Maar de crisis zal wel degelijk groot effect hebben. Emigranten zullen bijvoorbeeld minder geld terugsturen naar hun thuislanden. En dat is een hele grote geldstroom.’

Ontwikkelingshulp

Lensink vindt dan ook dat de internationale gemeenschap moet voorkomen dat ontwikkelingslanden de dupe worden van een crisis waar zij in ieder geval niet de schuldige van zijn. ‘Daarom moeten we de ontwikkelingshulp in stand houden. Ik ben bang dat bepaalde politici de crisis gaan aangrijpen om deze hulp stop te zetten. Dat zou ik echt fout vinden. Natuurlijk gaat er wel eens wat mis bij het geven van hulp, maar het is volstrekt overtrokken om te zeggen dat ontwikkelingshulp niet helpt. Ik vind het opvallend dat niemand moeilijk doet over de twintig miljard euro die minister Bos beschikbaar stelde voor de financiële sector, wat echt een miniem bedrag is in die wereld, maar dat er wel constant gediscussieerd wordt over de vier miljard euro die uitgegeven wordt aan ontwikkelingshulp.’

Armoedegrens

Lensink benadrukt desondanks dat hij het reddingsplan van Bos van harte ondersteunt. ‘Het was een goed idee om Fortis te nationaliseren. Deze crisis moet aangepakt worden, want als de wereldwijde economie instort hebben de arme landen daar ook last van. Als we niet ingrijpen kan de groei van de wereldeconomie terugzakken van vier naar nul procent. Ruwweg betekent dat ook vier procent meer armoede. Bij een groot aantal Afrikaanse landen leeft meer dan de helft van de bevolking onder de armoedegrens. Zonder economische groei komen ze nooit meer uit die situatie.’

Geen protectionistisch beleid

Niet alleen het in stand houden van ontwikkelingshulp is belangrijk als je de arme landen wilt beschermen tegen de crisis. Volgens Lensink moet ook de handel tussen arme en rijke landen in stand gehouden worden. ‘We moeten dus geen protectionistisch beleid gaan voeren. Er moet geld gestopt worden in exportkredieten aan arme landen. In het Westen moet er een expansief financieel beleid gevoerd worden. Dat betekent grotere overheidstekorten, maar daardoor blijft wel de vraag naar goederen op peil.’ Bovendien moeten de grote beleggers gestimuleerd worden geld te stoppen in microfinancieringsfondsen. ‘Dit soort investeringen blijken veel minder risicovol te zijn, alhoewel ze een lager rendement geven. Maar als deze crisis ons iets leert is dat je beter kan beleggen in fondsen waar de kans op terugbetaling groter is.’

Makkelijker geld uitlenen

Ook moeten de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) niet te moeilijk doen over leningen aan ontwikkelingslanden. ‘Het IMF wou jarenlang alleen onder zeer strenge condities geld uitlenen aan arme landen. Het is opvallend dat op dit moment bedrijven heel gemakkelijk geld kunnen lenen, zonder die strenge condities.’ Ook aan arme landen die in de problemen komen door de crisis, moeten leningen verstrekt worden zonder extreem gekke condities, vindt Lensink. ‘Het is een ongelukkige vergelijking, maar dit jaar is het totaal aan financiële bonussen op Wall Street zeventig miljard dollar. Zeventig miljard dollar! Voor de mensen die deze crisis veroorzaakt hebben. Dat is zestig procent van het totaal aan ontwikkelingshulp in de wereld. Dat is toch raar.’

Curriculum Vitae

Robert Lensink (1962) studeerde economie in Groningen en promoveerde daar in 1993 op een proefschrift getiteld: External finance & development, waarbij de financiële stromingen naar ontwikkelingslanden in kaart werden gebracht. In 2002 werd hij benoemd tot hoogleraar Financiering en financiële markten binnen de Faculteit der Economische Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. Momenteel houdt hij zich bezig met het microgedrag van bedrijven. Hierbij richt hij zich vooral op de mate waarin het investeringsgedrag van bedrijven belemmerd wordt door imperfecties op de financiële markten.

Contact

Prof.dr. Robert Lensink

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:11
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws