Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaNieuwsberichten

Zelfde factoren bepalen niveau sport- en schoolprestaties

03 september 2008

Er is een samenhang tussen goede sportprestaties en goede schoolprestaties. Dit komt doordat dezelfde factoren het uiteindelijke niveau bepalen van zowel sport- als schoolprestaties. Het gaat hierbij vooral om het vermogen tot planning, monitoring, evaluatie en reflectie. Aldus prof.dr. Chris Visscher in zijn oratie die hij gisteren uitsprak bij het aanvaarden van de leerstoel Jeugdsport, in het bijzonder talentontwikkeling en de relatie sportprestaties-schoolprestaties aan de Rijksuniversiteit Groningen. Deze leerstoel is mede mogelijk gemaakt door sportkoepel NOC*NSF.  

Uit onderzoek van Visscher blijkt dat de mate waarin kinderen zélf hun leerproces kunnen bepalen bij het aanleren van motorische vaardigheden en het leveren van sportieve prestaties, een belangrijke rol speelt op het uiteindelijke niveau van die vaardigheden of prestaties. De bepalende factor is de mate van ‘self regulation’, aldus Visscher: ‘Je ziet dat kinderen die het meest ver zijn in ‘self regulation’, uiteindelijk het hoogste niveau bereiken’. De bepalende factoren hierin zijn vooral het vermogen tot planning, monitoring, evaluatie en reflectie. ‘Zij die het beste in staat zijn zélf hun doelstelling en de daarvoor benodigde inspanningen te bepalen, zélf in te zien of een handeling goed of fout is, zélf in staat zijn om een proces te evalueren en zélf in staat zijn om zichzelf daar kritisch in te volgen, worden uiteindelijk degenen die op het hoogste niveau sportprestaties kunnen leveren.’  

Verband sport- en schoolprestaties

Doordat deze factoren ook een rol spelen bij schoolprestaties, is er een verband tussen goede sport- en schoolprestaties. ‘In de sport leer je zaken waardoor je ook op school beter mee kan. Dit geldt vooral bij complexe sporten die een groot strategisch inzicht vereisen’, aldus Visscher. Van de sportieve talenten zat in het schooljaar 1992-1993 ruim 52% op Havo/VWO, in het schooljaar 2006-2007 was dit zelfs ruim 70%. Bij hun leeftijdsgenoten ligt het landelijk gemiddelde op 44%. Sportieve talenten scoren hoger op self regulation-vaardigheden dan niet-sportieve talenten. Voor reguliere scholieren geldt dat leerlingen van Havo/VWO hoger scoren op alle genoemde vaardigheden dan VMBO leerlingen. Sportieve talenten die het VMBO-onderwijs volgen, scoren echter even hoog of zelfs hoger op deze vaardigheden dan reguliere VWO-leerlingen. Dit is volgens Visscher te verklaren vanuit de sport: ‘In het aanleren van complexe en onbekende taken zijn de self regulation-vaardigheden nog belangrijker dan intelligentie. Complexe taken en nieuwe situaties komen juist in (top)sport veelvuldig voor.’ 

Curriculum vitae

Chris Visscher (1950, Zwolle) was leraar Lichamelijke Opvoeding en trainer bij FC Groningen. Hij studeerde onderwijskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 2000 promoveerde hij aan de RUG op het proefschrift: ‘Doofheid en sport, over de betekenis van doof zijn voor sportprestaties, lichamelijke fitheid, sportieve competentie en sociale acceptatie.’ Hij werkt sinds 1990 bij de disciplinegroep Bewegingswetenschappen in Groningen; sinds 2007 is hij voorzitter van de disciplinegroep. Verder is hij o.a. als extern adviseur verbonden aan de Nederlandse Bond voor Aangepast Sporten, aan de sector Topsport van NOC*NSF, aan het Hanze Instituut voor Sportstudies van de Hanzehogeschool Groningen en aan het Instituut voor Sportstudies van de Hogeschool Arnhem-Nijmegen. 

Noot voor de pers

De tekst van de oratie is verkrijgbaar via mw. C.K. Berkhout-Notenboom, tel. 050-363 4444, e-mail: c.k.berkhout-notenboom@rug.nl

Contact met Chris Visscher: via Joost Wessels, UMCG, Communicatie, tel. 050-361 4464 / 361 2200, e-mail: j.r.l.wessels@bvl.umcg.nl

 

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:27

Meer nieuws